Lodewijk I van Loon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Lodewijk I van Loon
-1171
Graaf van Loon
Periode 1139-1171
Voorganger Arnold II
Opvolger Gerard
Vader Arnold II van Loon
De burcht van de Loonse graven te Brustem

Lodewijk I van Loon (na 1107 - 11 augustus 1171) was de vijfde graaf van Loon tussen 1139 en 1171.

Biografie[bewerken]

Hij liet in Brustem een burcht bouwen. Van zijn broer Gerard erfde Lodewijk in 1155 het graafschap Rieneck. Lodewijk was voogd van de abdij van Averbode en de abdij schonk de Bolderbergwinning in Bolderberg, nu bekend als domein Bovy.

Lodewijk was een zoon van Arnold II van Loon en zijn vrouw, die mogelijk Agnes heette maar waarvan verder niets bekend is. Lodewijk huwde Agnes van Metz (ca. 1114 - 1175/1180), dochter van Folmar V van Metz en Mathilde, erfdochter van Longwy. Agnes gaf Hendrik van Veldeke, die een tijd vertoefde in de grafelijke burcht van Borgloon, de opdracht om de Sint-Servaeslegende te schrijven. Door haar verwantschap was Lodewijk van 1159 tot 1162 burggraaf van Mainz. Ook maakte Lodewijk via Agnes aanspraak op het hertogdom Luxemburg, maar hij kon deze aanspraken niet realiseren.

Lodewijk liet de burcht van Brustem verstevigen in 1171. Dat was niet naar de zin van Egidius, de jonge graaf van Duras, die op 28 juli 1171, samen met de abt Wiric van Sint-Trudo en de Truienaren, Brustem aanviel en platbrandde. Het Loonse leger sloeg op de vlucht en Lodewijk trok zich terug in zijn kasteel in Loon, waar hij na een plotse aanval van koorts op 11 augustus 1171 stierf [1].

Lodewijk en zijn vrouw werden in de gasthuiskapel in Borgloon begraven. Hun graf is er nog steeds te zien.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Lodewijk en Agnes kregen de volgende kinderen:

Genealogie Agnes van Metz[bewerken]

Bekende voorouders van Agnes zijn:

  • (1) Folmar V van Metz (ca. 1090 - 1142) en Mathilde van Dagsburg (ca. 1098 - na 1157). Graaf van Metz en Homburg, stichtte in 1135 de abdij van Beaupré
    • (2) Folmar IV van Metz (ca. 1060 - 25 juni 1111), graaf van Metz, Huneburg et Lunéville, stichtte de abdij van Lixheim in 1107, daar begraven
      • (3) Folmar III van Metz (ca. 1000 - 1075), paltsgraaf van Metz, en Swanhilde (ca. 1005 - voor 1076)
        • (4) Godfried van Metz (ca. 975 - 1056), paltsgraaf van Metz, en Judith
          • (5) Folmar II van Metz (ca. 950 - voor 1029), paltsgraaf van Metz, en Gerberga van Verdun
            • (6) Folmar I van Bliesgau (ca. 920 - voor 996), paltsgraaf van Metz, graaf van Lunéville, en Bertha
              • (7) Folmar van Luneville (ca. 900 - na 980)
                • (8) Folmar van Worms, graaf van Worms, en Richilde
            • (6) Godfried van Verdun en Mathilde van Saksen
    • (2) Adalbert II van Egisheim (ca. 1065 - 24 augustus 1098) en Ermesinde I van Namen, ouders van Mathilde