Isabella van Luxemburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Isabella van Luxemburg (1247-1298) was als tweede vrouw van Gwijde van Dampierre gravin-gemalin van Vlaanderen en een markgravin-gemalin van Namen.

Familie[bewerken]

Zij was de dochter van Hendrik V van Luxemburg en diens vrouw, Margaretha van Bar. Isabella was hierdoor een lid van het Huis Luxemburg. Isabella was de derde van zeven kinderen. Haar oudere broer, graaf Hendrik VI van Luxemburg, was de opvolger van hun vader. Filippa van Luxemburg, die trouwde met Jan II van Avesnes, graaf van Holland, was haar zus en dezen waren de ouders van twaalf kinderen. Filippa van Henegouwen, koningin-gemalin van koning Eduard III van Engeland, was een kleindochter van Filippa. Haar grootouders langs moederszijde waren Hendrik II van Bar en Filippa van Dreux, en langs vaderskant Walram III van Limburg en Ermesinde II van Namen.

Huwelijk[bewerken]

Isabella trouwde in maart 1265 met Gwijde van Dampierre.[1] Haar huwelijk werd bepaald door de gebeurtenissen die zich vele jaren voor haar geboorte hadden afgespeeld. Rond 1165 had haar overgrootvader Hendrik IV de Blinde, graaf van Namen en Luxemburg, geen kinderen uit zijn eerste huwelijk. Hij duidde daarom zijn schoonbroer Boudewijn IV van Henegouwen aan als zijn opvolger. Toen Boudewijn in 1171 overleed, bevestigde Hendrik de Blinde zijn neef Boudewijn V van Henegouwen als zijn opvolger. Maar in een laatste poging om toch nog kinderen te hebben, trouwde de reeds op leeftijd zijnde Hendrik de Blinde met Agnes van Gelre, die hem een dochter Ermesinde baarde wat Hendrik ertoe bracht zijn belofte ongedaan te maken en hij zijn dochter als erfgename aanduidde. De daarop uitbrekende oorlog (met de Slag bij Noville), leidde ertoe dat Boudewijn door Hendrik moest worden erkend als zijn erfgenaam in Namen.

Isabella's vader eiste, als zoon van Ermesinde, echter zijn rechten op Namen op. Maar Hendrik V slaagde er niet in zijn aanspraken te doen gelden. Isabella's ouders wilden vrede sluiten met Gwijde over hun geschillen over het markgraafschap Namen en stelden daarom aan Gwijde voor om met hun dochter Isabella in het huwelijk te treden. Isabella werd hiermee Gwijde's tweede vrouw, zijn eerste vrouw Mathilde was het jaar voordien gestorven. Gwijde had reeds acht kinderen met Mathilde en Isabella schonk hem nog eens acht kinderen:

Gwijde arrangeerde een huwelijk tussen zijn dochter Filippa en Eduard, de prins van Wales. Koning Filips IV van Frankrijk liet Gwijde en twee van zijn zonen in de gevangenis gooien en dwong hem het huwelijk af te blazen, waarna Filippa (vermoedelijk) gevangen bleef zitten in Parijs tot haar dood 1306. Gwijde werd in 1296 opnieuw opgeroepen om voor de koning te verschijnen en de voornaamste Vlaamse steden werden onder koninklijke bescherming geplaatst totdat Gwijde een schadevergoeding had betaald en zijn gebieden had afgestaan, om ze dan bij gratie van de koning in leen te houden.

Isabella stierf in september 1298, en haar echtgenoot zes jaar later, in 1304.

Noten[bewerken]

  1. J.F. Verbruggen - ed. K. DeVries - trad. D.R. Ferguson, The Battle of the Golden Spurs (Courtrai, 11 July 1302), Woodbridge - Rochester, 2002, p. 8.
  2. R. Fegley, The Golden Spurs of Kortrijk: How the Knights of France Fell to the Foot Soldiers of Flanders in 1302, McFarland & Co., 2002, p. 104.

Referenties[bewerken]