Cavalerie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Krijgswetenschap

M1A1 abrams front.jpg

Charge van de 1st Cavalry Division.

Cavalerie,[1] ruiterij[2] of ruitervolk/paardenvolk is van oudsher de naam voor de militaire eenheid die zich te paard voortbewoog en te paard vocht. Dit in tegenstelling tot de infanterie die te voet vecht en zich te voet verplaatst. De dragonder is een tussenvorm (vecht te voet, verplaatst zich te paard).

Het begrip cavalerie staat binnen de krijgsmacht tegenwoordig voor eenheden met gepantserde voertuigen. Er wordt onderscheid gemaakt naar zware cavalerie, lichte cavalerie en gepantserde cavalerie. Voor gewapende eenheden op een kameel bestaat in Nederland geen speciale cavalerieterm; deze worden net als burgers op een kameel aangeduid als kameelruiters.

Geschiedenis[bewerken]

Het paard werd waarschijnlijk voor het eerst rond 4500-4000 v.Chr. in de steppen van de Oekraïne getemd en bereikte Egypte pas in de 13e dynastie (ca. 1743 - na 1640 v. Chr.) bij de inval van de Hyksos. In eerste instantie werd het vooral als trek- en lastdier gebruikt en militair vooral voor de strijdwagen gespannen. In de tijd van de brandcatastrofe kwam daar een einde aan omdat de infanterie met zwaarden uitgerust in staat bleek de strijdwagens te overmeesteren.

Oudheid[bewerken]

Assyrische cavalerie

Het gebruik van militairen die te paard vechten gaat heel ver terug in de geschiedenis. Reeds de Oude Egyptenaren, Assyriërs en Meden kenden een militaire ruiterij.

Het berijden van paarden is lang een moeizame zaak geweest. Zo is bekend van koning Cambyses van Perzië dat hij zich dodelijk aan zijn eigen wapens verwondde bij het bestijgen van zijn paard. Dat was zonder stijgbeugel ook een moeizame onderneming. De oudste afbeelding van stijgbeugels komt uit het eind van de 2e eeuw v.Chr. uit India en deze uitvinding is via China pas in ongeveer de 8e eeuw na Christus ook in West-Europa ingevoerd. Uit het oude Griekenland zijn afbeeldingen bekend van ruitersoldaten zonder stijgbeugels.

Koning Philippus II van Macedonië vormde een sterke ruiterij die zowel belangrijk was bij gevechten, als in zijn functie om verkenningsopdrachten uit te voeren. Door de combinatie van infanterie en een sterke cavalerie slaagden Filips en zijn zoon Alexander de Grote er in om Griekenland en later ook Perzië en Bactrië te onderwerpen.

Romeinen[bewerken]

Voor de Romeinen was de cavalerie een belangrijk legeronderdeel. Zij vestigden cavaleriekazernes overal aan de grenzen van het Romeinse Rijk. De equites (Romeinse ridderstand) vormden een hoge maatschappelijke stand. Er zijn grafstenen gevonden van ruitersoldaten die daarvan een beeld geven.

Middeleeuwen[bewerken]

Een theorie stelt dat de stijgbeugel de grote militaire vernieuwing was die aanleiding gaf tot de feodalisering van het Frankische Rijk, maar langzamerhand is duidelijk geworden dat deze theorie niet houdbaar is. Toch zijn de Middeleeuwen zonder meer de glorietijd van de bereden krijger: de ridder. Op het middeleeuwse slagveld was de zware cavalerie vaak doorslaggevend, al liep dat soms fout, bijvoorbeeld in drassig gebied zoals bij de Guldensporenslag (1302) bij Kortrijk.

Mongolen[bewerken]

De grote veroveringstochten van het Mongoolse Rijk in de dertiende eeuw onder Dzjengis Khan en zijn opvolgers waren zonder goed getrainde krijgers te paard ondenkbaar geweest. De boogschutters stonden in de stijgbeugels en waren in staat tijdens het berijden van snelle galopperende paarden toch hun doel te treffen.

Nieuwe Tijd[bewerken]

Verandering van tactiek ontstond in gedurende de Honderdjarige Oorlog, eerst door de Engelse boogschutters, later door de komst van buskruit. De cavalerie werd niet langer voor de frontale aanval ingezet, maar voor operaties waarbij gebruikgemaakt kon worden van de snelheid van het paard en het ermee gepaard gaande verrassingseffect. Op slagvelden in de Vroegmoderne tijd werd de cavalerie meestal op de flank geplaatst. Een typische cavalerieaanval begon dan met een omtrekkende beweging, waarna de vijand in de rug aangevallen kon worden. Ook voor het verstoren van de vijandige logistiek bleef de cavalerie goed inzetbaar. Een van de veldheren die met cavalerie werkte was Napoleon Bonaparte.

Een beroemd slag van ruitersoldaten was afkomstig uit het volk van de kozakken in de Oekraïne.

In de grotere koloniale gebieden (zoals Noord-Amerika) en de later daar gevormde staten was de rol van de cavalerie groter dan in de Oude Wereld, mede vanwege de veel grotere afstanden.

Daarnaast werden cavalerie-eenheden zowel in de Oude als in de Nieuwe Wereld ook ingezet voor politietaken op het platteland, de zogeheten marechaussee. Dankzij de paarden kon een klein aantal cavaleristen toch de openbare orde handhaven op het dunbevolkte platteland. Hieruit is onder andere de Franse Gendarmerie Nationale ontstaan. In de noordelijke provincies van Nederland werd de cavalerie als hulpmarechaussee samen met de Koninklijke Marechaussee ingezet als versterking van de rijksveldwacht in het bestrijden van banditisme op het platteland.

Moderne tijd[bewerken]

In de Eerste Wereldoorlog speelde de cavalerie nog een wezenlijke rol getuige foto's die daarvan bestaan.

Met de ontwikkelingen van wapens en vervoermiddelen in de negentiende en twintigste eeuw veranderde echter ook de rol van de cavalerie. In veel gevallen behield de cavalerie zijn taak als gevechtseenheid, maar dan met gebruikmaking van tanks in plaats van paarden. Een ander voorbeeld van een voortzetting in de moderne tijd is de Amerikaanse Air Cavalry welke gebruikmaakt van helikopters (ook wel Air Assault genoemd of in Nederland Luchtmobiel).

Zelfs in de Tweede Wereldoorlog hadden de Nederlanders, Duitsers, Polen en Russen nog cavalerie, die echter deels in moderne gepantserde eenheden was omgezet, en deels als bereden infanterie werd ingezet. Voor de Polen en Russen heeft de cavalerie nog een onverwacht grote rol gespeeld in het weerstand bieden aan de Duitse invasie.

In bijzonder afgelegen en ontoegankelijke gebieden zoals Afghanistan is tot na de millenniumwisseling nog van cavalerie, in de zin van 'bereden eenheden', gebruikgemaakt maar beschieting vanuit de lucht maakt dat tot een bijzonder hachelijke zaak.


Heden[bewerken]

Poort van de 'Kavallerie-kazerne' uit 1864 aan de Sarphatistraat te Amsterdam

Tegenwoordig wordt er in het leger nagenoeg geen gebruik meer gemaakt van paarden om mensen of materieel te verplaatsen behalve voor ceremoniële doeleinden; de paarden werden vervangen door tanks, armoured personnel carriers en ander gemotoriseerd materieel. Ceremonieel is ook de traditie dat van oudsher 'bereden' militairen zoals officieren bij hun gala-uniform rijsporen en eventueel een sabel dragen.

Niettemin heette het betreffende legeronderdeel dat vroeger met paarden vocht, en later met tanks, nog steeds 'cavalerie', en waren de benamingen voor rangen en standen die traditioneel deel uitmaakten van de cavalerie (een kapitein bij de cavalerie heet ritmeester, een sergeant wachtmeester, een soldaat huzaar) nog lang gebruikelijk. Ook kregen tankbestuurders soms suikerklontjes toegestopt door medemilitairen die grappig wilden zijn met de opmerking: "... voor het paard".

Dit behoort in Nederland thans tot het verleden; er zijn geen tanks meer in actieve dienst. Het laatste schot gelost door een Nederlandse Leopard 2 tank was op 18 mei 2011. De standaarden van het regiment Huzaren van Sytzama en van het regiment Huzaren Prins van Oranje zijn op 16 september 2012 opgelegd. Het regiment Huzaren van Boreel zal als verkenningsonderdeel de cavalerietradities in ere houden.

Bereden politie[bewerken]

Het paard wordt overal ter wereld nog steeds gebruikt door afdelingen van de bereden politie. Zij bedienen zich van de voordelen die ook voor de cavalerie golden: beter overzicht en snellere mobiliteit dan het voetvolk.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Cavalerie komt van het volkslatijnse caballus, "paard", welk woord zijn herkomst in het Gallisch vindt.
  2. Ruiterij is de geschiedschrijving het meest gangbare begrip; het is verwant aan de woorden ruiter, ridder en (be)rijder.
  3. al-Din, Rashid. Khalili Collection, MSS. 727, folio 66a. Jami' al-Tawarikh (1305-14)