Basjkieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Basjkieren
Bashkir in Paris.jpg
Basjkierse

De Basjkieren (Basjkiers: Башҡорт, Башҡорттар, Bashqort, Bashqorttar) zijn een Turkse volksstam in Rusland, grotendeels levend in de republiek Basjkortostan. De naam van deze republiek is van dit volk afgeleid.

Volgens de Russische volkstelling woonden er in 2010 in totaal 1.584.554 Basjkieren in de Russische Federatie, waarvan 1.172.287 in Basjkortostan.[1][2]
Daarnaast wonen er groepen Basjkieren in de republiek Tatarije, alsmede in de kraj Perm en de oblasten Tsjeljabinsk, Orenburg, Koergan, Sverdlovsk, Samara en Saratov.

Algemeen[bewerken | brontekst bewerken]

Het gebied van de Basjkieren concentreert zich op de hellingen van de Zuidelijke Oeral en de aangrenzende vlakten. Het Basjkiers, een Turkse taal, wordt door ruim 71% van de Basjkieren gesproken; ruim 500.000 Basjkieren spreken het nauw aan het Basjkiers verwante Tataars. Vrijwel alle Basjkieren (95%) spreken ook Russisch.

De eigenbenaming van de Basjkieren is Bashqort. Dit woord bestaat uit twee delen Bash (basis, begin, hoofd) en Qort. Over de betekenis van qort, bestaan verschillende theorieën. Sommigen vertalen Qort als Wolf, anderen als Bij van bal qorto (bijen die honing verzamelen). Een andere theorie is, dat de naam Bashqort komt van de Bashgird, een Basjkierse bevelhebber uit het eerste deel van de 9e eeuw.

Voorgeschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het Basjkierse gebied valt min of meer samen met het oorsprongsgebied van de Hongaren, voordat deze naar het westen trokken. Vermoedelijk spraken de voorouders van de Basjkieren een met het Hongaars verwante taal. In de periode tussen de 10e en 13e eeuw kwamen zij echter onder het gezag van diverse Turkse volkeren, zoals de Petsjenegen en de Koemanen, en ten slotte van de Mongolen. De huidige taal van de Basjkieren stamt af van die van de Koemanen, wier taal in de periode van de Mongoolse heerschappij (13e tot 16e eeuw) de lingua franca van het westelijke steppegebied werd.

Nederland in 1813 bevrijd door Basjkierse Kozakken[bewerken | brontekst bewerken]

Standbeeld Basjkierse strijder in Veessen

In 1813 hielpen de Basjkierse Kozakken, als onderdeel van de Russische en Pruisische troepen, om Napoleons troepen uit Nederland te verdrijven. Op zijn vlucht uit Rusland werd het uitgeputte Franse leger voortdurend op de hielen gezeten door Russische en geallieerde troepen, waaronder eenheden van Basjkierse Kozakken. Na de slag bij Leipzig trokken de troepen via Duitsland en Holland naar Frankrijk om de Franse overheerser te verslaan. Bij de opmars vormde de IJssel echter een natuurlijke barrière. De Baltisch-Russische generaal Alexander von Benckendorff gaf in november 1813 opdracht om tussen Wijhe en Veessen een schipbrug over de IJssel te leggen met behulp van meer dan twintig beurtschepen. Zo konden de driehonderd strijders met hun paarden de overkant bereiken. Zij vervolgden hun weg via Harderwijk naar Amsterdam, waar ze de Fransen verjoegen. Vanuit Amsterdam werden de Fransen vervolgens verder zuidwaarts gedreven en zo werd heel Nederland bevrijd.[3] Ter herinnering hieraan staat er sinds 2018 een standbeeld van een Basjkier te paard aan de IJssel bij Veessen.