Ingoesjen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ingoesjen
Галгай/Ghalghay
Locatie van de Ingoesjen in de Kaukasus
Locatie van de Ingoesjen in de Kaukasus
Verspreiding Vlag van Rusland Rusland: 412.000 (2002[1])
Ingoesjetië: 361.100 (2002[1])
Noord-Ossetië: 21.400 (2002[1])
Taal Ingoesjetisch en Russisch
Geloof Soennitische islam (soefisme)
Verwante groepen Tsjetsjenen, Kist en de Batsbi
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

De Ingoesjen of Ingoesjeten (Ingoesjetisch: Галгай, Ghalghay) zijn een etnische groep in de noordelijke Kaukasus. Ze bewonen hoofdzakelijk de Russische autonome republiek Ingoesjetië. Ze spreken het Ingoesjetisch, een Nach-Dagestaanse taal, die sterk verwant is aan het Tsjetsjeens.

Geschiedenis[bewerken]

De geschiedenis van de Ingoesjen is nauw verbonden met die van de nauw verwante Tsjetsjenen. De voorouders van deze twee volken bestonden uit stammen die gezamenlijk bekendstonden en nog steeds staan als de Vainachen.

1rightarrow blue.svg Zie ook de sectie Oorsprong en ontstaan van de Vainachen in het artikel over de Tsjetsjenen.

Ze kwamen in 1810 onder Russische heerschappij. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden ze door Stalin beschuldigd van samenwerking met de nazi's en de gehele Ingoesjetische bevolking werd zodoende naar Kazachstan en Siberië gedeporteerd, met als gevolg dat twee derde van de Ingoesjen om het leven kwamen. Ze werden echter, na de dood van Stalin in de jaren vijftig gerehabiliteerd en het werd hun in 1957 toegestaan om terug te keren.

In een groot deel van hun voormalige woongebied waren echter Osseten gaan wonen en een deel van dat gebied was ook bij Noord-Ossetië gevoegd. De terugkerende Ingoesjen kregen te maken met aanzienlijke vijandigheden van de Osseten.

Het geweld laaide eind oktober 1992 op tijdens het Ossetisch-Ingoesjetisch conflict, toen tienduizenden Ingoesjen gedwongen werden door Russen om hun huizen in het Noord-Ossetische district Prigorodni te verlaten.[2]

Religie[bewerken]

De oorspronkelijke religie van de Ingoesjen was tot het begin van de negentiende eeuw aanwezig, ook al waren er gedurende de middeleeuwen tijdelijk wel christelijke invloeden vanuit Georgië. Als reactie op onder andere de groeiende Russische invloed, werden de Ingoesjen en de Tsjetsjenen geleidelijk aan tussen de zeventiende en begin negentiende eeuw tot de islam bekeerd.

Net zoals de Tsjetsjenen zijn de Ingoesjen soennieten, die de Soefi-traditie volgen. Daarin volgen de Ingoesjen dan weer de ordes (tariqas) van Naqshbandiyya en Qadiriyya.[2]

Cultuur[bewerken]

De Ingoesjen kennen een gevarieerde cultuur met tradities, legendes, eposen, verhalen, liederen, spreekwoorden en gezegdes. Muziek, liederen en dans worden vooral erg gewaardeerd. Populaire muziekinstrumenten betreffen onder de dachtsj-pandr (een soort van balalaika), de kechat pondoer (een accordeon, in het algemeen door meisjes bespeeld), een driesnarige viool, de zoema (soort van klarinet), de tamboerijn en drums.