Vaandel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Processievaandels tijdens de Sint-Gummarusprocessie in Lier

Een vaandel of vendel is een onderscheidende vlag ter identificatie van een bepaalde groepering of een voer- of vaartuig. Militaire vaandels (ook wel: veldtekens) zijn bedoeld om een militaire eenheid te herkennen of de nationaliteit van een schip aan te duiden. Uit die eerste variant zijn waarschijnlijk de vaandels van schutterijen en gilden ontstaan. Religieuze of kerkelijke vaandels zijn vooral bedoeld om meegedragen te worden in processies.

Militaire vaandels[bewerken]

Te land[bewerken]

Belgische grenadiers met een vaandel

Een militair vaandel te land is een herkenningsvlag van een militaire eenheid. Bij de bereden wapens (de eenheden die voor 1940 te paard opereerden: cavalerie, artillerie en Koninklijke Marechaussee, Bereden Ere-Escorte Politie (KLPD) dan wel anderszins bereden waren: Regiment Wielrijders) wordt een vaandel een standaard genoemd, waarbij voor de artillerie geldt dat zij tot enkele jaren geleden de chabrak hadden. Dit betrof een vaandeldoek, dat over de schietbuis van een stuk werd gelegd en een vervanging was voor de van oudsher in de schietbuis ingeslagen initialen van de vorst(in). De chabrak is vervangen door een standaard.

In vroeger tijd stond het vaandel voor de directe aanwezigheid van de leidinggevende, vaak de vorst of heerser. Met het onoverzichtelijker worden van het slagveld stonden de vlaggen, vaandels en standaarden voor de aanwezigheid van de door de vorst aangewezen leidinggevenden (commandanten). Tot op heden wordt in Nederland het vaandel/de standaard verleend (of erkend) door de heersend vorst. De aanwezigheid van het vaandel/de standaard staat symbool voor de aanwezigheid van het Koningshuis. Vaandels en standaarden zijn in Nederland gebonden aan vorm, uiterlijk en afmetingen, zoals vastgelegd aan het eind van de 19e eeuw.

Tegenwoordig heeft het vaandel vooral een ceremoniële betekenis. Elke militair (met uitzondering van dienstplichtigen, niet behorend tot de categorie officieren) legt zijn of haar eed/belofte af op het vaandel of de standaard van zijn of haar eenheid.

Vaandels worden tegenwoordig gevoerd door regiment en korpsen, of grotere verbanden zoals het Korps Mariniers, het eskader, de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee.

Op zee[bewerken]

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Zie Overleg:Vaandel

Op zee wordt een vaandel meestal gehesen op de achtersteven van een (oorlogs)schip om de nationaliteit van het vaartuig aan te duiden. Vaandels kunnen ook verticaal gehesen worden op de ra-nok (de verticale mast-arm), wanneer het schip op zee vaart.

Er is een groot verschil tussen een vlag of vaandel, een vlag is een nationaal erkende natievlag, een vaandel wordt toegekend aan onderdelen van een defensiemacht. Een nationale vlag bij de Koninklijke Marine wordt alleen op de achtersteven gevoerd wanneer het schip in de haven ligt (niet vaart). Soms wordt de verkleinde vlag aan de mast gehesen wanneer het schip vaart. De geus wordt alleen gehesen aan de voorsteven wanneer een oorlogsschip in buitenlandse havens ligt.

In sommige landen (bijvoorbeeld de Verenigde Staten) is het nationale vaandel gelijk aan de nationale vlag. In andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, zijn er speciale vaandels voor gebruik op zee. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen oorlogsvlaggen, dienstvlaggen en handelsvlaggen, al naargelang het schip een militaire taak dan wel een overheidstaak heeft, of gewoon een civiel (koopvaardij)schip is.

Kerkelijke vaandels[bewerken]

Bij rooms-katholieke en oosters-orthodoxe processies is het gebruikelijk dat allerlei kerkelijke groeperingen hun eigen vaandels meedragen. Met name bij de orthodoxen vertegenwoordigt een processievaandel niet altijd een bepaalde groepering, maar vestigt soms alleen maar de aandacht op een bepaalde devotie.

Broederschappen en gilden lieten hun patroonheilige meestal borduren op fluwelen vaandels, die werden meegedragen tijdens processies. Deze vaandels werden vervaardigd door goudborduurders, die bijvoorbeeld rondom het medaillon met de heilige gouden cartouches borduurden.[1] De grootte van een vaandel weerspiegelt soms de rijkdom van een broederschap of gilde, hoewel het vaandel ook handelbaar moest zijn. Vaak werden ze geschonken door rijke parochianen en soms werden hun wapenschilden erop gezet. In België worden in veel kerken oude broederschapsvaandels en wimpels bewaard, die soms in de inventaris zijn opgenomen als beschermd erfgoed.

Later namen folkloristische schutterijen, harmonieën, fanfares en zangkoren deze traditie over. Ook werkliedenbonden en studentencorpora lieten vaandels maken om die in optochten mee te dragen.

In sommige kringen is het traditie om een koning of koningin, soms ook de paus, bij een bezoek uit te nodigen over de gekoesterde en anders altijd letterlijk en figuurlijk 'hooggehouden' vaandels te lopen, als uiting van 'onderdanigheid'.[2]

Zie ook[bewerken]