Neergang aan het einde van de Late Bronstijd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Brandcatastrofe)
Ga naar: navigatie, zoeken
Val van Troje, volgens de Griekse mythologie een gebeurtenis aan het einde van de bronstijd. Schilderij door de 17e eeuwse schilder Kerstiaen de Keuninck.

De neergang aan het einde van de Late Bronstijd was een periode in het oostelijke Middellandse Zeegebied waarin veel rijken en beschavingen ten onder gingen of ernstig in verval raakten. Zo gingen de rijken van de Hettieten in Anatolië en Mitanni ten onder, terwijl het Egypte van het Nieuwe Rijk en Assyrië in verval raakten. Ook aan de paleiseconomieën van de Myceense beschaving in het Egeïsche gebied kwam een einde, terwijl de beschavingen op Cyprus en de Levant in deze periode belaagd werden.

De neergang betekende het einde van de grote rijken en hun intensieve onderlinge contacten van wat Cline het 'Gouden Tijdperk' van internationalisme en globalisering noemde gedurende de Late Bronstijd. Dit maakte plaats voor de kleinere beschavingen van de IJzertijd, de Neo-Hettieten, Feniciërs, Filistijnen en Israëlieten en de Grieken van de geometrische, archaïsche en klassieke periode.

De oorzaak is nog enigszins omstreden. Volgens sommigen is er zoiets als een volksverhuizing van Zeevolken op gang gekomen. Volgens de beperkte, voornamelijk Egyptische bronnen van die tijd is het echter niet waarschijnlijk dat er werkelijk complete volkeren aan het verhuizen waren. Wel is er sprake van huurlingen uit een aantal streken rond het Middellandse Zeebekken die een andere manier van strijden invoerden, waar de gevestigde rijken van de bronstijd niet zo goed raad mee wisten. De nieuwe krijgers waren bedreven met het zwaard en wisten als infanteristen overtuigend af te rekenen met de strijdwagens die tot dan toe het strijdtoneel hadden beheerst. De periode luidde de ijzertijd in, hoewel het erop lijkt dat het ijzer iets later kwam. Ongetwijfeld heeft ijzer het gebruik van de zwaarden nog doorslaggevender gemaakt.

Het Assyrische Middenrijk zag sommige van zijn westelijke buitenposten wel in vlammen opgaan, zoals de dunnu van Tell Sabi Abyad, maar het is mogelijk dankzij het stelsel van versterkte boerderijen (dunnu's) dat het overeind bleef.[1]. In de eeuw na de catastrofe begonnen wel steeds meer Arameeërs de Eufraat over te steken.

Plaatsen die in deze tijd vernietigd werden:

Literatuur[bewerken]

  • Cline, E.H. (2014): 1177 v. Chr. Het einde van een beschaving, Ambo/Anthos.
Bronnen, noten en/of referenties