Kreta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Zie voor de Ottomaanse provincie het artikel Kreta (Ottomaanse provincie)
Kreta
Κρήτη
Periferie van Griekenland Vlag van Griekenland
Vlag van Kreta
Kaart van Kreta
Coördinaten 35°18'35"NB, 24°53'36"OL
Algemeen
Oppervlakte 8.336 km²
Inwoners 621.340 (2011[1])
(72 inw./km²)
Hoofdstad Iraklion
Nomos Chania
Rethimnon
Iraklion
Lassithi
Detailkaart
Island of Crete, Greece.JPG
Portaal  Portaalicoon   Griekenland

Kreta (Grieks: Κρήτη, Kriti) is het grootste van de Griekse eilanden, en is in grootte het vijfde eiland in de Middellandse Zee. Het eiland vormt, samen met een paar kleine nabijgelegen eilanden, tevens de zuidelijkste van de dertien Griekse regio's.

Door de gunstige ligging tussen de kusten van Klein-Azië, Cyprus, Egypte en Syrië heeft Kreta, dat ook wel bekend is onder de Venetiaanse benaming Candia, een lange geschiedenis als centrum van de zeehandel. Tussen 1600 en 1400 v.Chr. bereikten de Kretenzers door die ligging een hoog beschavingspeil, dankzij hun heerschappij die op zeemacht berustte.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Geschiedenis van Griekenland
Het eiland Kalidonia in de Baai van Elounda

Minoïsche tijd[bewerken]

De oudste tekenen van beschaving op Kreta dateren uit ongeveer 6500 v.Chr. toen volkeren uit Klein-Azië zich naar het eiland begaven. Deze periode staat bekend als het Neolithicum en kwam ten einde rond ongeveer 3000 v.Chr.

Ongeveer 3300 v.Chr. ontwikkelde zich op het eiland de Minoïsche beschaving. Het was de eerste grote beschaving van het gebied rond de Egeïsche Zee. De Minoïsche periode was van 3300 v.Chr. tot 1450 v. Chr.

Deze beschaving bracht goede zeevaarders, handelaars en landbouwers voort. Omdat de Kretenzers vrijwel de gehele oostelijke Middellandse Zee onder controle hadden, onbedreigd door vijanden, konden zij zich ontwikkelen tot een bijzonder hoge beschaving. Knossos was vermoedelijk een belangrijk ceremonieel en politiek centrum. In deze periode was er grote welvaart op Kreta vanwege de handel met Griekenland, het Middellandse Zeegebied, Egypte en Syrië. Ook de vruchtbare grond van Kreta die olie, graan en wijn leverde, zorgde voor grote welvaart. De paleizen vormden de economische centra. De ruïnes van deze paleizen zijn op verschillende delen van het eiland te vinden. Het paleis van Knossos bevatte goed ingerichte vertrekken met muurschilderingen, sommige van levensgroot afgebeelde mensen, stieren en dolfijnen. Andere onderwerpen zijn religieuze optochten, dansers, fabeldieren, lelies en vogels.

Door de welvaart nam de bevolking van Kreta toe en verspreidde zich over heel Kreta. De Minoïsche beschaving was waarschijnlijk vredelievend, want er zijn geen verdedigingswerken gevonden.

Aan deze Minoïsche beschaving kwam rond 1200 v.Chr. een einde. Dit wordt vaak in verband gebracht met een waarschijnlijk allesverwoestende "Minoïsche uitbarsting" van de vulkaan van Thera. In deze gebeurtenis ziet men zelfs de aanleiding voor de legende van Atlantis. Dendrochronologisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat de Thera-uitbarsting ruim vier eeuwen voordien (1628 v.Chr.) heeft plaatsgevonden.

Toen het economisch niet meer goed ging, werd Kreta veroverd door de Myceners uit het Griekse gebied. De Minoïsche cultuur bleef daarbij ten dele bewaard. Een van de belangrijkste dingen uit deze tijd was dat er aan goudbewerking werd gedaan.

In de eeuwen na de Minoïsche periode[bewerken]

Rond 1100 v.Chr. was er veel onrust en onzekerheid, waardoor een migratiegolf naar Cyprus op gang kwam. Rond 1000 v.Chr. trokken Dorische volken vanuit het Griekse vasteland naar Kreta, die de ijzerbewerking meebrachten. Dit wordt de Dorische tijd genoemd. Deze periode wordt ook de "donkere periode" van de geschiedenis van Kreta genoemd, omdat er vaak oorlogen tussen de steden gevoerd werden, vooral omdat er weinig voedsel was door gebrek aan landbouwgrond. In de eeuwen daarna (ongeveer 800 v.Chr. tot ongeveer 500 v.Chr.) waren er kunstenaars op Kreta die veel beelden maakten. Het kan zijn dat de oorspronkelijke niet-Griekse taal van de Minoïsche beschaving op delen van het eiland voortleefde in het Eteokretenzisch waarvan inscripties zijn gevonden tot de zesde eeuw voor Christus. In de klassieke periode (480-323 v. Chr) werd de techniek van het slaan van munten geïntroduceerd. Tijdens deze periode was Kreta niet echt in beeld want het eiland had niet veel macht. Het maakte aan het eind van de klassieke periode uiteindelijk deel uit van het rijk van Alexander de Grote, de koning van het buurland Macedonië, die overleed in 323 v. Chr. In de daaropvolgende 2250 jaar hebben achtereenvolgens de Diadochen, Romeinen, Arabieren, Byzantijnen, Venetianen en Turken het eiland overheerst.

Romeinse periode (67 v. Chr-330)[bewerken]

Creta
Romeinse provincie
Jaar inlijving 67 v.Chr.
Huidig land Vlag van Griekenland Griekenland
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

In deze periode was Kreta een provincie van Rome en eindelijk was er rust en orde op het eiland. Het was nu voor het eerst dat Kreta bezet werd door een niet-Griekse of Hellenistische mogendheid. De Romeinen zorgden voor de heropbouw van het eiland en de aanleg van wegen, aquaducten en tempels. Kreta bloeide onder het Romeinse bewind weer op en diverse steden kenden grote economische bloei. In deze periode kenden de landbouwsector en de veeteeltsector zeer goede tijden maar ook de visserij deed het uitstekend.

Laat-Romeinse periode[bewerken]

In 365 n.Chr werd Kreta getroffen door een zware aardbeving en als gevolg daarvan een tsunami, die grote schade aanrichtte. Veel gebouwen werden helemaal vernietigd. Delen van West-Kreta kwamen tot negen meter hoger te liggen. De Egeïsche Zee is een van de meest aardbevingsgevoelige gebieden van de planeet. Kreta ging einde vierde eeuw over naar het Oost-Romeinse Rijk, ook wel het Byzantijnse Rijk genoemd.

Arabische periode[bewerken]

In de vroege 9de eeuw veroverden de Arabieren Kreta. Voor ongeveer anderhalve eeuw was er een Emiraat van Kreta, een piratenstaat, totdat de Byzantijnse generaal Nikephoros Phokas het eiland in 961 heroverde met 308 schepen. Er kwamen veel inwoners van Constantinopel op Kreta wonen.

Venetiaanse heerschappij (1204-1669)[bewerken]

Zestiende-eeuwse kaart van Kreta door Piri Reis

De tijd van de Kruistochten was nu aangebroken en na de bezetting van Constantinopel in 1204 kwam Kreta in handen van Bonifatius van Montferrato. Bonifatius had eigenlijk de nieuwe keizer van Constantinopel moeten worden, maar de Venetianen verkozen Boudewijn VI van Henegouwen. Aan Bonifatius werd Kreta toegewezen, maar hij verkocht het eiland spoedig aan Venetië. Even probeerden de Genovezen alsnog het eiland te veroveren maar het waren uiteindelijk de Venetianen die het definitief innamen. Zo kwam Kreta onder Venetiaanse heerschappij. Deze periode duurde 450 jaar lang. De Venetianen bevolkten het eiland met militairen aan wie ze grote domeinen gaven. Deze landadel hief hoge belastingen. Dit had tot gevolg dat er tal van opstanden waren van de Kretenzische bevolking. Deze opstanden werden steeds met harde hand neergeslagen. Het eiland werd bestuurd als een apart hertogdom, het Hertogdom Candia.

Na de val van Constantinopel in 1453 groeiden de Venetianen en Kretenzers meer naar elkaar toe. Dit kwam waarschijnlijk ook door de angst voor de gezamenlijke vijand, de Ottomanen. Veel Kretenzers leerden Italiaans en gingen naar Venetië om te werken of te studeren. Vanaf circa 1454 kende Kreta twee eeuwen lang een enorme culturele bloei. Het was de tijd van de Kretenzische Renaissance. Schilderkunst, architectuur, beeldhouwkunst, literatuur, onderwijs, alle vormen van kunst vierden hoogtij. Er ontwikkelde zich een speciale vorm van Kretenzisch Grieks. De Venetiaanse invloed op Kreta tijdens deze periode is op het eiland nog steeds zichtbaar.

Ottomaanse heerschappij (1669-1898)[bewerken]

Venetië probeerde meestal op goede voet te staan met het Ottomaanse Rijk om de zeer winstgevende handel met de Levant niet te schaden waar beide partijen grote baat bij hadden. In het begin van de zeventiende eeuw echter nam het belang van die handel af en de verarmde Republiek Venetië was niet meer in staat de verdedigingswerken van Kreta te onderhouden. In 1644 namen de Maltezer Ridders een konvooi met hooggeboren pelgrims naar Mekka en verkochten die als slaaf op Kreta. Het Ottomaanse hof was geschokt en ondanks uitgebreide excuses door Venetië, kreeg de oorlogspartij de overhand. Op 23 juni 1645 voerde een vloot van 418 schepen van de Ottomaanse Turken een verrassingsaanval uit op het eiland. Een snelle overwinning bleef echter uit en een slepende Kretenzische Oorlog volgde. Van 1650 af blokkeerden de Turken permanent de haven van de hoofdstad Candia. De gevechten beperkten zich niet tot Kreta en Venetië blokkeerde op haar beurt de Dardanellen zodat de handel van beide landen enorme schade opliep. Candia viel uiteindelijk in 1669. Er werd vrede gesloten en Kreta viel aan de Ottomanen toe. Venetië behield tot 1715 de eilandforten Spinalonga, Gramvousa en Souda.

De verovering maakte abrupt een einde aan de Kretenzische Renaissance. Dit was het ook het begin van een langdurige onderdrukking van de lokale bevolking door de Turken. De Venetianen verlieten het eiland, maar ook veel Kretenzers gingen ergens anders wonen. De Kretenzers moesten hoge belastingen betalen. Bijna de helft van de bevolking bekeerde zich tot de islam, vooral in de steden en het midden van het eiland. Hoewel ze meestal Grieks spraken, golden ze voor de christenen toch als "Turken". Vanaf het einde van de 18e eeuw kende Kreta nog zwaardere tijden en in de 19e eeuw braken er opstanden uit.

Gebieden met een moslimmeerderheid in 1861 in het rood

In 1821, het jaar van de opstand van de Grieken tegen de Ottomanen, deden veel christenen op Kreta mee aan de rebellie met het doel zich bij een onafhankelijke Griekse staat te voegen. Dit leidde tot een bloedige burgeroorlog. De steden werden geblokkeerd en de meerderheid van de stedelijke bevolking kwam om door honger en ziekte. Dit was het begin van een drastische afneming van het aantal moslims. Door strafexpedities van Turkse troepen kwam een vijfde van de plattelandsbevolking om. In 1830 werd Kreta echter niet bij het nieuwe Griekenland ingedeeld maar aan de machtige vazal Mohammed Ali van Egypte afgestaan die het eiland tussen 1825 en 1828 militair bezet had. In 1841 kwam het onder druk van de Europese mogendheden weer in de handen van de Ottomanen.

Er ontstond echter geen stabiele situatie. Bij een nieuwe opstand in 1858 dwongen de christenen zekere concessies af. Ze konden nu legaal wapens dragen, kregen per dorp een zekere mate van lokaal zelfbestuur, en mochten het christelijk familierecht toepassen zoals de Ottomanen voor heel hun rijk per verdrag op 30 maart 1856 hadden toegezegd. De spanningen met de moslimbevolking namen toe. In 1866 was er een algehele christelijke revolte toen de Ottomanen wilden afdwingen dat een deel van de bezittingen van kloosters gebruikt zouden worden om scholen op te richten. De christenen riepen een revolutionaire volksvergadering bijeen. Moestafa Naili Pasja landde met een groot leger en eiste de ontbinding van de volksvergadering. De harde kern van de opstandelingen trok zich terug in het Arkadi-klooster. Toen dat op 9 november 1866 bestormd werd, bliezen de verdedigers liever de kruitkamer op dan zich over te geven, hoewel zich daar zo'n zevenhonderd vrouwen en kinderen bevonden. Ook zo'n 1500 Turkse soldaten vonden de dood. De publieke opinie in het Westen meende dat alleen de Turken schuld hadden aan deze tragedie en honderden vrijwilligers gingen aan de zijde van de rebellen vechten. Het lukte de Turkse minister Mehmet Emin Ali Pasja echter het eiland te pacificeren door een combinatie van de bouw van een netwerk aan militaire blokhuizen met de introductie van een organieke wet die een hoge mate van zelfbestuur inhield.

In 1875 kwam het eiland weer in opstand, geleid door een Revolutionair Comité. Op 15 oktober 1878 dwongen de toenmalige grote mogendheden (Engeland, Frankrijk, Rusland en Italië) het Ottomaanse Rijk tot het Verdrag van Chalepa. Chalepa is een dorp vlak bij Chania. Kreta werd nu een semi-onafhankelijk land onder de Ottomaanse soevereiniteit. Het werd een parlementaire democratie. Gouverneurs waren meestal christenen. Het Grieks werd als officiële taal erkend. In het parlement ontstond een liberale en een conservatieve factie. Een hooglopend conflict over de mate en het tempo waarin Kreta moest moderniseren leidde in 1889 tot een burgeroorlog tussen de christenen onderling. De Turkse regering zegde het verdrag op en begon met harde hand de orde te herstellen. De Europese mogendheden, geërgerd door de recalcitrante opstelling van de Kretenzers, grepen niet in.

De volgende opstand begon in september 1895. Midden 1896 hadden de rebellen bijna heel Kreta in handen. In Griekenland kwam nu een sterke beweging op gang om het eiland te annexeren. Honderden vrijwilligers van het vasteland voegden zich bij de rebellen. Er deden zich grote onlusten voor tussen de christelijke en islamitische bevolkingsdelen. Intussen had Kreta zich ontwikkeld tot een notoir hoofdpijndossier van de internationale politiek. In 1897 zonden de grote mogendheden een Internationaal Eskader om de orde te herstellen. Op 14 februari 1897 echter was er een Griekse invasie van het eiland op aandrang van nationalistische aanhangers van de Megali Idea, het streven naar het herstel van het Byzantijnse Rijk. Dit leidde tot de Grieks-Turkse oorlog van 1897. In eerste instantie versloeg de Griekse expeditiemacht de Turkse troepen. Ze werden daarna echter door bombardementen van het Internationaal Eskader verhinderd Candia in te nemen. Op het vasteland werd het Griekse leger snel verslagen en men werd gedwongen een vernederende vrede te sluiten. Bij het Verdrag van Constantinopel zegde het Ottomaanse Rijk echter wel toe de autonomie van Kreta te herstellen. De ontwikkelingen op het eiland zelf maakten dit al snel irrelevant. Het Internationaal Eskader bezette sleutelposities op heel Kreta. Na een opstand van de moslimbevolking, die nu nog maar 11% van de populatie uitmaakte, werden alle Turkse troepen op 8 november 1898 gedwongen het eiland te verlaten.

De Kretenzische Staat (1898-1913)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kretenzische Staat voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Kreta functioneerde nu als een autonome staat. De Europese mogendheden verhinderden echter een samenvoeging met Griekenland om een nieuwe oorlog te vermijden en het land niet te belonen voor zijn eigenmachtige optreden. Kreta werd daarna tijdelijk bestuurd door de Griekse prins George als Hoge Commissaris bijgestaan door een internationale Raad van Admiralen, maar stond nog wel onder de soevereiniteit van de Ottomaanse Sultan. De liberale politicus Eleftherios Venizelos ijverde nu voor een aansluiting bij Griekenland. Het kwam in 1906 bijna opnieuw tot een burgeroorlog met de conservatieven. In 1908 besloot de Raad van Admiralen eigenmachtig tot een aansluiting maar dat had geen rechtsgevolg. Bij het Verdrag van Boekarest op 10 augustus 1913 werd Kreta uiteindelijk opgenomen in het Koninkrijk Griekenland na de Griekse overwinning in de Balkanoorlogen.

Kreta in de 20e eeuw[bewerken]

De Kretenzische bevolking werd door Griekenland met open armen ontvangen. Ook tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben Kretenzers voor Griekenland gevochten. In mei 1941 landden Duitse parachutisten in het westen van Kreta in een poging het eiland over te nemen. Na een zware strijd tussen Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Grieken enerzijds en Duitsers anderzijds, viel Kreta uiteindelijk in handen van de Duitsers. Het was de eerste grootschalige luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis die zo kostbaar was dat de Duitsers nooit meer een belangrijke luchtlandingaanval zouden uitvoeren. Door sommige historici wordt de grote moeite van de Duitsers om op Kreta snel resultaat te boeken geweten aan de verliezen van de Luftwaffe tijdens de slag om Den Haag. Verschillende verzetsorganisaties streden de volgende jaren met Britse hulp, verder tegen de Duitse bezetting. Deze bezetting was wreed. Dorpen werden platgebrand en burgers geëxecuteerd.

Na de oorlog heerste er armoede, maar Kreta is vandaag de dag een van de meest welvarende gebieden van Griekenland, mede door het toerisme en de landbouw.

Geografie[bewerken]

Topografische kaart van Kreta

De oppervlakte van Kreta bedraagt ruim 8300 vierkante kilometer. Kreta ligt in het zuiden van de Egeïsche Zee en vormt de grens met de Libische Zee. Het eiland is 260 kilometer lang en de breedte varieert van 12 kilometer (bij Ierapetra) tot 70 kilometer (tussen Heraklion en Lithinon). Het eiland heeft een omtrek van ongeveer 1050 km.

Kreta is zeer bergachtig en van West naar Oost zijn er drie gebergtes te onderscheiden. In het Westen bevindt zich de Lefka Ori (Witte Bergen), waarvan met 2452 meter de Pachnes de hoogste top is. Deze bergen zijn gedurende de winter altijd wit en zelfs tot begin juni kan van grote afstand de resterende sneeuw worden gezien. De Samariakloof loopt door dit gebergte. In het centrale deel van Kreta bevindt zich het Idagebergte met de Ida Psiloritis als hoogste berg (2456 meter). In het Oosten ligt bij de Lassithihoogvlakte het Diktigebergte, waarvan de Dikti met 2148 meter de hoogste berg is. De bergen bestaan grotendeels uit kalksteen en herbergen veel grotten en tegen de 50 kloven. Er lopen verspreid over Kreta een aantal kleine riviertjes die een groot deel van het jaar droog staan.

De kustlijn heeft een lengte van ruim 1050 km. De zuidkust van Kreta kenmerkt zich door de steile rotswanden en door sterke erosie. De noordkust is relatief vlakker en aan deze zijde bevinden zich dan ook de meeste stranden. De weinige strandjes aan de zuidkust liggen meestal in afgelegen baaien. De afstand tussen Kreta en het vasteland van Griekenland bedraagt ongeveer 100 km. Zo'n 300 km ten zuiden van Kreta ligt het Afrikaanse land Libië.

Eilanden[bewerken]

Rondom Kreta ligt een aantal kleinere eilanden, die bij Kreta horen. Het grootste is Gavdos (29,6 km²), dat ten zuiden van Chora Sfakion in de Libische Zee ligt. Vlak bij Gavdos ligt het kleinere Gavdopoula (2,6 km²). Ten zuiden van Ierapetra ligt het onbewoonde Chrisi (4,7 km²). Koufonisi (5,3 km²) ligt oostelijk van Chrisi. Ten noorden van de hoofdstad Iraklion ligt Dia.

Steden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Lijst van plaatsen op Kreta

De grootste stad van Kreta is Iraklion (Heraklion) met ongeveer 175.000 inwoners. Heraklion is de vierde stad van Griekenland na Athene, Thessaloniki en Patras. Andere belangrijke steden zijn Chania (± 65.000 inw.) in het noordwesten, Rethimnon (± 32.000 inw.) dat precies tussen Iraklion en Chania in ligt en Agios Nikolaos (± 15.000 inw.) in het noordoosten. In het zuidoosten (op het smalste gedeelte van het eiland; 12 km) ligt Ierapetra met ± 14.000 inwoners. De inwonersaantallen schommelen omdat na het toeristische seizoen een groot aantal mensen zich weer terugtrekken op het vasteland.

Bestuurlijke indeling[2][bewerken]

Administratief is het eiland opgedeeld in vier regionale eenheden (perifereiaki enotita): Chania (Χανιά), Rethymno (Rethimnon) (Ρέθυμνο), Iraklion (Ηράκλειο) en Lassithi (Λασίθι). Voor 2011 hadden deze de status van prefectuur (nomos): sinds dat jaar hebben deze geen eigen bestuur meer.

Het inwonertal bedroeg in 2007 zo'n 600.000 waarvan ongeveer de helft in het departement Iraklion woont. Het havenstadje Ierapetra (14.000 inw.) is de meest zuidelijke stad van Europa.

Klimaat[bewerken]

Kreta heeft een Middellandse Zeeklimaat met droge, hete zomers en milde regenrijke winters. In de zomer liggen de gemiddelde dagtemperaturen op zeeniveau rond de 30 °C met uitschieters naar 40 °C. In de winter bedraagt de gemiddelde middagtemperatuur op zeeniveau circa 15-20 graden hoewel koudere perioden wel voorkomen. De minimumtemperaturen liggen dan net boven het vriespunt, hoewel nachtvorst wel voorkomt. Natuurlijk gelden in de bergen lagere temperaturen, in de zomer is het daar meestal aanmerkelijk koeler, rond 20-25 graden met 's nachts een sterke afkoeling tot 5 à 10 graden. In de winter liggen er dikke pakken sneeuw op de toppen. Er is zelfs een skipiste aanwezig (omgeving Anogia).

Maand Gem. temp.
overdag (°C)
Gem. temp.
's nachts
Zonuren
per dag
Dagen neerslag
per maand
Temperatuur
zeewater
Januari 16 9 3 11 16
Februari 16 8 5 8 15
Maart 17 10 7 8 17
April 21 12 8 4 18
Mei 24 15 10 2 19
Juni 28 19 12 1 22
Juli 29 21 13 0 24
Augustus 30 22 12 0 25
September 27 19 10 2 24
Oktober 24 16 6 5 23
November 21 13 5 6 20
December 17 10 4 10 17

De verschillen in regenval en temperatuur tussen oost en west en tussen noord en zuid zijn aanmerkelijk: het westen krijgt globaal gezien een 30% meer regen dan het oosten, de noordkust heeft 30% meer regen dan de zuidkust. De oorzaak is dat de regens in het voorjaar in het noordwesten langer aanhouden, en in het najaar daar het eerst beginnen.

In de winter staat Kreta onder invloed van Genua-depressies, dat zijn depressies die ontstaan in de westelijke Middellandse Zee en van daaruit oostwaarts trekken. Doordat in de winter de luchttemperatuur lager is dan die van het zeewater (dan ca. 16 graden) ontstaat plaatselijk een onstabiele situatie waardoor makkelijk neerslag zal vallen. Naarmate in het voorjaar de luchttemperatuur hoger wordt, verdwijnt de onstabiliteit en kan de lange droge zomer beginnen. Wanneer dit omslagpunt is bereikt hangt samen met de hoeveelheid en sterkte van de depressies—deze hangen samen met veel bewolking die de zon tegenhoudt en met veel neerslag die door verdamping het land afkoelt, wat opwarming door de zon tegenwerkt. De regens in het najaar kunnen al vroeg in september beginnen, of pas eind oktober of zelfs in november. De temperatuur blijft in deze periode aangenaam. Als de luchttemperaturen ten slotte zakken onder het niveau van de (in de zomer flink gestegen) watertemperaturen, treedt instabiliteit op waardoor de kans op regen sterk stijgt. Ook de hoogte boven zeeniveau speelt een rol: de bergen ontvangen doorgaans (veel) meer regen dan het laagland. Zo krijgen de Lefka Ori circa 2000 mm regen per jaar tegen Vai aan de oostkust circa 500 mm per jaar. Toch valt in de zomer (juni-augustus) ook in de bergen vaak helemaal geen neerslag.

Kreta staat bekend om het 'aangename' klimaat, wat inhoudt dat het er zelden benauwd is. De ligging omringd door zee houdt in dat het op Kreta haast altijd wel waait. De meest gebruikelijke winden waaien uit het westen. In de zomer kan een sterke noordenwind, de Meltemi, opsteken, die dagenlang kan aanhouden en voor flinke afkoeling zorgt; in de winter waait soms de Notia, die lijkt op de föhn. Deze wind uit de Sahara is van oorsprong droog, verliest eventueel vocht als hij tegen de centrale bergen van Kreta opstijgt om dan tijdens de daling naar de noordkust sterk op te warmen. Het is een stoffige, sterk drogende wind die als vervelend wordt ervaren. Hij laat ook overal een rood laagje stof achter. Dit zijn echter uitzonderingen. Een andere factor die het klimaat van Kreta aangenaam maakt is de matigende invloed van de zee waardoor het 's zomers nooit snikheet wordt; de middagtemperaturen in Iraklion en Chania liggen 's zomers vaak rond 30 graden terwijl die op het Griekse vasteland ruim boven de 35 graden uitkomen. Ook de winters op Kreta zijn gematigder, en door de zuidelijke ligging zachter, dan die in (bijvoorbeeld) Athene.

Bij minder stabiel weer kunnen wolken in de ochtend lang tegen de noordzijde van de bergen blijven hangen, wat tot in het late voorjaar en vanaf de vroege herfst wel (zelden) kan voorkomen. De nevel kan condenseren op planten die niet zouden kunnen groeien wanneer ze op deze manier niet van water werden voorzien. Meestal trekken deze nevels in de loop van de dag weer op.

Gemiddelde klimaatwaarden voor Kreta
Gemiddelde JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC
Dag-temperatuur 16 16 17 20 24 28 29 29 27 24 21 17
Nacht-temperatuur 9 9 10 12 15 19 21 22 19 16 14 11
Zonuren per dag 3 5 6 8 10 12 13 12 10 7 6 4
Regendagen per maand 12 7 8 4 2 1 0 0 2 6 6 10
Zeewater-temperatuur 16 15 16 16 19 22 24 25 24 23 20 17

Bezienswaardigheden[bewerken]

Bevolking[bewerken]

Kreta telt ongeveer 622.000 inwoners die verspreid leven over elf steden en 570 dorpen. Gemiddeld leven er per km2 ongeveer 65 Kretenzers. De grootste steden in het noorden zijn Iráklion (175.000 inwoners), Chanía (63.000), Réthymnon (20.000), Sitía (8.000) en in het zuiden Ierápetra (11.000). Veel dorpen in het binnenland zijn ontvolkt omdat de bewoners bij gebrek aan bestaansmogelijkheden naar de kust en het buitenland zijn getrokken. De huidige bevolking is samengesteld uit de verschillende volken die in de loop der tijden over het eiland trokken. Daardoor komen er naast het zwartharige mediterrane type ook veel mensen met blauwe ogen voor. Langere blonde mensen kunnen afkomstig zijn van de Doriërs of van de West-Europese kruisvaarders. Een aparte bevolkingsgroep vormen de traditionele Sfakioten die voornamelijk leven in de bergen van Midden-Kreta rondom Sfakia.

Aan het eind van de 19e eeuw verlieten de meeste Turken het eiland; de rest van de Turken verliet het eiland in 1923 en hun plaats werd ingenomen door ca. 30.000 Grieken uit Klein-Azië.

Talen[bewerken]

De voertaal op Kreta is Grieks, wat ter plaatse veelal in dialect gesproken wordt. Engels vormt met name in de toeristische gebieden de tweede taal. In sommige bergdorpjes spreekt de oudere generatie soms wat Duits.

Economie[bewerken]

Olijfbomen in Akrotiri
Markt in Iraklion

De voornaamste inkomstenbronnen van Kreta zijn landbouw en toerisme. De olijfteelt is erg belangrijk op Kreta en er wordt goede 'extra virgine' olijfolie geproduceerd. Andere producten zijn sinaasappels, druiven, kasgroenten, honing, kaas en kruiden. Ten slotte worden er op Kreta ook grote aantallen geiten en schapen gehouden die geitenmelk en feta leveren. Door het goede klimaat en de verscheidenheid van het eiland is Kreta erg geliefd bij toeristen. Jaarlijks bezoeken ongeveer 5 miljoen mensen het eiland. Vooral in de zomers is het erg druk. Er zijn talloze toeristenverblijven en resorts gebouwd om de toeristen onderdak te bieden. Het inkomen per hoofd is ongeveer gelijk aan het Griekse gemiddelde terwijl de werkloosheid, dat 4% bedraagt, de helft van het gemiddelde is.

Kreta kent een tegenstelling tussen de agrarisch en toeristisch hoog ontwikkelde regio's en de achtergebleven regio's. De economische ontwikkeling vindt met name plaats in het noorden. Hierdoor zijn de dienstverlenende sectoren in het noorden ook beter ontwikkeld dan in het dunbevolkte zuiden van het eiland.

De basis van de Kretenzische economie vormen de geitenfokkerij, de olijventeelt en vooral het toerisme. Verder is de teelt van aardappelen, amandelen, granen, druiven, zuidvruchten en groenten met name belangrijk voor de eigen bevolking. In de jaren zeventig is de tuinbouw in belang toegenomen en worden er bijvoorbeeld komkommers en tomaten geëxporteerd. Deze tuinbouw vindt vooral in het zuidoosten plaats in kassen van doorschijnend landbouwplastic. Verder is Kreta een van de belangrijkste exporteurs van olijfolie en Griekenland verbruikt meer dan vijftien kilo olijfolie per hoofd van de bevolking. Kreta is arm aan cultuurland: ca. 25% is bebouwbaar en ca. 50% is beweidbare ongecultiveerde grond. De handel in landbouwproducten verkoopt voornamelijk via de havens langs de noordkust en via de twee luchthavens bij Iraklion en Chania. In de landbouw is ca. 45% van de beroepsbevolking werkzaam op bijna 100.000 bedrijven en bedrijfjes.

De veestapel omvat schapen en vooral geiten. Bekend is natuurlijk de geitenkaas of feta en de kaas en yoghurt van de schapen. De veeteelt concentreert zich voornamelijk in de bergachtige regio's. De Kretenzische wijnbouw gaat terug naar de Minoïsche tijd en wordt ook al voor de export verbouwd. De totale oogst per jaar ligt tussen de 150.000 en 200.000 ton druiven. De visserij is nog steeds een vrij belangrijke bedrijfstak, hoewel de Egeïsche Zee ernstig overbevist en vervuild is. In elke haven liggen wel vissersboten.

De industriële verwerking van agrarische producten als olijfolie en kaas (o.a. graviera, anthotiro en mizithra) en de chemische industrie (onder meer zeep) zijn pas laat op het eiland geïntroduceerd en naar verhouding nog niet zo belangrijk. Deze bedrijvigheid concentreert zich vooral rond de hoofdstad Iraklion en rond Chania. De bodem bevat gips, ijzer en bruinkool maar de hoeveelheden zijn te weinig om te worden ontgonnen. De steden aan de noordkust (Chania, Rethymnon, Herákleion, Ágios Nikólaos, Seteía) zijn door een verkeersweg met elkaar verbonden; de verbindingen naar en langs de zuidkust zijn gering in aantal en vaak matig van kwaliteit.

Bij Chanía, Herákleion en Seteía zijn vliegvelden. De verbinding per boot met het vasteland van Griekenland is in voornamelijk handen van de ANEK, een maatschappij volledig in Kretenzische handen.

Toerisme[bewerken]

Agios Nikolaos

Mede vanwege het klimaat en de vele overblijfselen van de Minoïsche cultuur heeft het toerisme een hoge vlucht genomen en vormt al bijna net zo'n belangrijke bron van inkomsten als de landbouw. In 1972 bezochten 27.000 charterpassagiers Kreta, in 1991 waren dat er al meer dan een miljoen.

De meeste toeristen komen uit Groot-Brittannië en Duitsland. Per jaar bezoeken ongeveer 230.000 Nederlanders Kreta. Daarvan komt 85% aan in Heraklion en ongeveer 15% in Chania. Nederland is goed voor meer dan 11% van het totaal aantal toeristen dat Kreta jaarlijks bezoekt.

Het totaal aantal toeristen dat Griekenland jaarlijks bezoekt, met name met het vliegtuig, ligt rond de 6 miljoen. Het eiland Kreta wordt dus bezocht door ongeveer 33% van het totale aantal buitenlandse toeristen dat Griekenland jaarlijks bezoekt.

Kreta is veruit de populairste vakantiebestemming van Griekenland, gevolgd door de eilanden Kos en Rodos. Het Griekse vasteland, waaronder de hoofdstad Athene, wordt veel minder bezocht.

Het massatoerisme vindt voornamelijk plaats tussen Iraklion en Malia aan de noordkust van Kreta. Dankzij het toerisme[bron?] bedraagt de werkloosheid onder de beroepsbevolking maar 4%, terwijl het gemiddelde in Griekenland op 23% ligt.[3] Het binnenland en de zuidkust zijn veel minder toeristisch. Hier wordt bijverdiend door kamerverhuur en het maken van handwerk.

Kunst en cultuur[bewerken]

De Oud-Griekse kunst wordt over het algemeen door kunsthistorici gedefinieerd als kunst die in de Grieks-sprekende wereld werd vervaardigd tussen ongeveer 1050 v.Chr. en 27 v.Chr. De kunst van de Myceense beschaving, die van ongeveer 1600 v.Chr. tot ongeveer 1200 bloeide, wordt hier doorgaans niet onder begrepen: ondanks het feit dat de dragers van de Myceense cultuur een Grieks dialect spraken, daar er weinig of geen continuïteit tussen deze kunst en de latere Griekse kunst was. De Oud-Griekse kunst laat men eindigden met de inlijving van Griekenland in het Imperium Romanum. Dit is een redelijk rigide indeling, die soms moet worden doorbroken om de samenhang tussen de verschillende beschavingen die het oude Griekenland heeft gekend aan te tonen.

Natuur[bewerken]

Het eiland Kreta is ontstaan door het over elkaar schuiven van Europese en Afrikaanse tektonische platen, op vergelijkbare wijze als waarop de Alpen en de Himalaya zijn ontstaan.

Fauna[bewerken]

De dierenwereld op Kreta is niet erg veelzijdig. Het enige in de wilde natuur levende grotere zoogdier is de Kretenzische wilde geit, in de volksmond kri-kri genoemd. Deze geit komt voor in de moeilijk te bereiken delen van Kreta zoals de Witte Bergen en op de voor de kust gelegen eilandjes Dia, Agii Pántes en Agii Theodóri. Het simpelste is de wilde geit echter te zien in de stadsparken van Chania en Rethymnon.

Hazen en konijnen zijn zeldzaam geworden, omdat de Kretenzers hartstochtelijke jagers zijn. Zo zijn ook de das, de marter, de hermelijn, de wezel, de steenarend, de uil, de valk en de lammergier zeer zeldzaam geworden. Hagedissen en gekko's zijn talrijk in Kreta. Schorpioenen en slangen, waaronder ook giftige addersoorten, komen weliswaar voor in de natuur, maar vluchten weg voor mensen.

Duidelijk te horen zijn de cicaden, die in de bomen onophoudelijk hun gezang ten beste geven.

Flora[bewerken]

De Kretenzische flora is van een uitzonderlijke diversiteit: er groeien 2170 verschillende soorten planten en bloemen (in heel Griekenland, naar schatting, ruim 6000) en vele daarvan komen alleen op Kreta voor: het Kretenzische zonneroosje, de Kretenzische iris, de Kretenzische pijpbloem, de Kretenzische zwaardlelie en de Diktamo, verwant aan onze majoraan. De meest zeldzame soorten worden in de bergen gevonden. Ook wilde kruiden worden voornamelijk in de bergen gevonden, waarbij salie, marjolein, tijm en dragon het meest gekend zijn.

Tussen april en juni is op Kreta overal waar water is een rijkdom aan bloemen en begroeiing te zien. Er bloeien dan fruit- en amandelbomen, granaatappels, brem, oleander en kastanjes. De weiden en velden zijn bedekt met klaprozen, anemonen, narcissen, cyclamen en wilde tulpen. Op de berghellingen groeien geurige kruiden als tijm, oregano, salie en munt. Daartussen staan witte, roze en violette goudrozen en orchideeën. Naast de 15 miljoen olijfbomen die groeien op Kreta is de druif de belangrijkste cultuurplant van Kreta. In de kustvlakten worden bovendien citrusvruchten, bananen, kiwi's en avocado's geoogst en vlas, graan en groente verbouwd. In de hoger gelegen gebieden van Kreta groeien naaldbomen, esdoorns en zomereiken. Aan de kust van Kreta vindt u ook cipressen, platanen en de eucalyptus, die vooral langs wegen wordt geplant. In de tuinen op Kreta groeien allerlei vrucht en fruitsoorten. Langs de stranden van Kreta staan struiken en soms zelfs, zoals in Vai of Préveli, Kretenzische palmen die op de dadelpalm lijken, maar geen rijpe vruchten voortbrengen. In totaal komen op Kreta ongeveer 2000 verschillende plantensoorten voor, waarvan zo'n 150 inheems zijn. Deze laatste zijn dus alleen op Kreta te vinden.

Eind april tot begin mei bloeien 25 soorten orchideeën. Tussen een 'vroeg' en een 'laat' voorjaar kan wel zes weken tijdsverschil zitten. In een laat voorjaar (zoals in 2003) begint dan eind april voor zeer veel planten tegelijk de bloeiperiode, maar in een vroeg voorjaar (zoals in 2000) wordt de bloei van deze soorten over een langere periode 'uitgesmeerd' zodat beduidend minder soorten tegelijk bloeien.

Er zijn 311 soorten planten die nergens anders in Griekenland voorkomen en nog eens 57 Aziatische soorten zijn ook elders in Europa onbekend. De vegetatie van Kreta heeft in het verleden te lijden gehad door sterke ontbossing, met name tijdens de Venetiaanse en Turkse overheersing. Dit gebeurde hoofdzakelijk om het hout te verkrijgen voor de bouw van schepen. Al eeuwenlang is de geit (ook wel de gesel van de Middellandse Zee genoemd) een belangrijke factor, naast - meer recent - het bouwen van hotels en appartementen op land waar voorheen interessante en zeldzame planten groeiden.

Wie op Kreta op zoek gaat naar planten moet met diverse zaken rekening houden. Zoals op veel andere plaatsen is de hoogte boven zeeniveau van veel invloed, hoe hoger boven zeeniveau, hoe later het voorjaar begint. Op een gegeven tijdstip kan men in de bergen wellicht nog soorten in bloei zien, die dan lager, aan de kust, al zijn uitgebloeid. Verder speelt het verschil tussen oost en west, tussen noord- en zuidzijde op Kreta een grote rol. Het Westen krijgt circa 30 procent meer regen dan het Oosten en blijft dus naarmate de zomer vordert langer groen. Aan de zuidkust valt gemiddeld minder regen dan aan de noordkust, zodat het Noordwesten beduidend meer neerslag heeft dan het Zuidoosten. De bergdalen kunnen plaatselijk zeer lang groen blijven door de geleidelijk smeltende sneeuw. Diverse hoogvlakten, zoals die van Lassithi en die rond Amari zijn relatief vochtig. De Messara-vlakte in het zuiden (rond Agii Deka en Mires) is droog. Daarnaast heeft de geologie nog invloed: op kalk groeien andere plantensoorten dan op het oergesteente van de Lefka Ori en de Idi.

Mooie gebieden waar typische vegetaties te zien zijn, zijn de Topolia-kloof ten zuiden van Voulgaro in de buurt van Kissamos; en de kloven, waarvan Kreta er circa 45 heeft, in het algemeen. Al is de Samariakloof het bekendst, sommige andere zijn wat de vegetatie betreft zeker zo interessant, zoals de Imbros-kloof juist ten oosten van de Samaria-kloof en de Kourtaliotis- en Kotsofou-kloof, waar men overigens ook vaak gieren kan zien. Verder is de zuidkust, met name in de omgeving van Chora Sfakion (Chora Sfakion), bij Paleochora en ten oosten van Ierapetra interessant door de extreem droge biotoop met veel kussenvormige stekelige soorten. De Amari-hooglanden ten oosten van Spili op Centraal-Kreta zijn bijzonder soortenrijk; waar de Tripolitsa kalksteen aan de oppervlakte komt, kan men tot wel 25 soorten orchideeën tegelijk in bloei zien staan. Het verdient wel aanbeveling om een gids mee te nemen die de groeiplaatsen kent; van een afstandje merkt men er vaak niets van dat sommige plaatsen zo rijk zijn aan planten, doordat ze vaak verborgen in rotsspleten groeien.[4]

Verkeer en vervoer[bewerken]

Kreta heeft drie luchthavens: Iraklion in Iraklion (Heraklion), Chania bij Chania en als derde Sitia, waarvan Sitia alleen nationaal aangevlogen wordt. Er is een veerverbinding met Piraeus (Athene), Thessaloniki, Santorini, Karpathos, Rodos en in het seizoen van Kissamos naar Githion op de Peloponnesos.

Bekende Kretenzers[bewerken]

Het eiland Kreta heeft onder andere de volgende personen voortgebracht:

Sport[bewerken]

Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Kreta.