Bal des Ardents

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Bal des Ardents door Philippe de Mazerolles (15e eeuw): de hertogin van Berry (links gezeten) bedekt koning Karel VI met haar blauwe rok, zodat slechts diens gezicht zichtbaar is, terwijl de dansers bezig zijn met zich van hun brandende kostuums te ontdoen. Ogier van Natouillet is in een wijnkoeler met water geklommen (rechts). Links op de achtergrond ziet men een brandende fakkel (Kroniek van Froissart, British Library, Harley Ms. 4380).

Het Bal des Ardents ("bal van de brandende") is de naam gegeven aan een charivari (een vrolijk feest aan de vooravond van een hertrouw), die op 28 januari 1393 door koning Karel VI werd gehouden. Charivari's waren door de kerk verboden, waardoor de viering ervan als heiligschennis werd beschouwd. Een brand op dit bal zou aan vier vrienden van de koning het leven kosten, die daarna – vermoedelijk reeds geestelijk gestoord – voorgoed in waanzin verviel.

Of zich het ongeluk in de koninklijke residentie, de Hôtel Saint-Paul, voordeed of in de zogenaamde Hôtel de la reine blanche in de in het zuiden van Parijs gelegen Faubourg Saint-Marcel,[1] is tot op heden niet opgeklaard.[2]

Het bal[bewerken]

Aanleiding voor het bal was het huwelijk van een hofdame van koningin Isabella, Katherine de Hainseuille, weduwe van een heer van Hainceville (of Hainserville, het huidige Answeiler), die als haar derde echtgenoot de door de koning uitgezochte edelman Etzel van Ortenburg[3] wou nemen. In dergelijke gevallen was het gebruikelijk een charivari te organiseren.[4]

Overdag hadden feesten en banketen plaatsgevonden, waarop het gezamenlijke hof was uitgenodigd. In de avond stond een bal op het programma. Karel en Hugo van Guisay wensten met vier vrienden, Jan, graaf van Joigny, Yvain van Foix, Ogier van Nantouillet en Aymard van Poitiers, als wildemannen optreden. Ze smeerden zich in met pek, bedekten zich met veren en werk en ketenden zich aan elkander vast. Tegen middernacht werden de lichten gedoofd, de zes wildemannen mengden zich onder de gasten, gesticuleerden en schreeuwden: het aanvankelijk verraste balgezelschap deed algauw mee met het spel. Hertog Lodewijk van Orléans, de broer van de koning, en Filips van Bar, die een deel van de avond in een eethuis hadden doorgebracht en al beschonken waren, kwamen later aan. Nieuwsgierig geworden nam Lodewijk een fakkel om te achterhalen wie zich onder de masker verborg. Hij kwam echter te dicht bij de gekostumeerden, zodat hun kostuums vuur vatte.

Het Bal des Ardents door de Meester van Antoon van Bourgondië (ca. 1475): op de voorgrond ziet men een danser in een wijnvat, links in het midden Karel VI die onder de rok van de hertogin van Berry en de in brand staande dansers in het midden.

Door de ketenen konden de zes zich niet van elkander bevrijden. De koning werd gered doordat zijn tante, Johanna van Boulogne, de vijftienjarige hertogin van Berry, hem onmiddellijk in haar kleed en haar onderrok wikkelde en de vlammen verstikte. Ogier van Natouillet kon zich van zijn ketenen bevrijden en sprong in een wijnkoeler met water. Yvain van Foix trachtte de deur te bereiken waar hem twee dienaars met een nat stuk stof opvingen zonder evenwel het vuur te kunnen doven. De anderen verbranden in het volgende half uur voor de ogen van de koning. Alle vier stierven de een na de andere in de volgende dagen aan de gevolgen van hun verbrandingen.[5]

Lodewijk van Orléans liet in de kloosterkerk van de Celestijnen een boetekapel bouwen, waarin dagelijks een mis ter gedachtenis aan de slachtoffers werd gelezen.[6]

Gevolgen[bewerken]

Enkele dagen later droeg Karel VI het regentschap over aan zijn broer Lodewijk van Orléans. Aangezien deze echter voor te jong werd gehouden, viel de regering aan zijn ooms, de hertog van Berry en Filips de Stoute van Bourgondië, toe. Karel was nog geen 25 jaar oud en Frankrijk – zo schrijft de connétable Olivier V de Clisson – had drie koningen.[7]

Invloed op de kunst[bewerken]

Het gebeuren sprak kunstenaars duidelijk tot de verbeelding. In verschillende manuscripten van de Chroniques van Froissart vinden we als boekverluchting voorstelling van het Bal des Ardents terug.[8] Zo kennen we voorstellingen van het Bal des Ardents van de hand van Philippe de Mazerolles en de Meester van Antoon van Bourgondië. We treffen het ook in het manuscript van Froissarts Chroniques van Lodewijk van Gruuthuse en in een rond 1508 in Parijs uitgeven editie van Froissarts Chroniques, waarvan een mogelijk in het bezit was van Louise van Savoye, is de enige illustratie die een volledige bladzijde beslaat die van het Bal des Ardents.[9]

Het Bal des Ardents wordt gedacht voor Edgar Allen Poe de inspiratie te zijn geweest voor zijn kortverhaal Hop-Frog (oorspronkelijk: Hop-Frog; Or, the Eight Chained Ourangoutangs) dat in 1849 voor het eerst werd gepubliceerd.[10] De Nederlandse romanschrijfster Hella Haasse haalt deze gebeurtenis in haar historische roman, Het woud der verwachting (1949), kort aan en ook de Franse schrijfster Madame Simone liet zich erdoor inspireren voor haar roman Le Bal des ardents (Parijs, 1951).

De Franse schilder Georges-Antoine Rochegrosse schilderde een voorstelling van Le Bal des Ardents (1889) voor het Salon op de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs.[11]

Noten[bewerken]

  1. Niet te verwarren met de Hôtel de la reine blanche, in de rue de la Tixeranderie, sinds 1350 weduwe en toentertijd door de bejaarde Blanca van Navarra (1331-1398) bewoond, de tweede echtgenote van Filips VI, de overgrootvader van Karel VI.
  2. De getuigenis van Jean Froissart (1337-1405), die de gebeurtenis in de Hôtel Saint-Pol laat plaatsvinden, staat tegenover die van Jean Juvenal des Ursins (1388-1473), die de scène in l'hostel de le Reyne-Blanche à Saint-Marcel près in Parijs plaatst (geciteerd bij J. Hillairet, Dictionnaire Historique des rues de Paris, I, Parijs, 1963, p. 592). Hillairet is van mening dat Juvenal des Ursins, die zijn hele leven in Parijs en aan het hof had doorgebracht, geloofwaardiger is, temeer omdat zijn vader, Jean Jouvenel (overleden in 1431 en op het moment van het Bal des Ardents garde de la prévôté des marchands), indien hij het bal zelf niet heeft bijgewoond, met zekerheid er kennis van moet hebben gehad. Bovendien is van de kroniek van Froissart, die zelf afkomstig was uit Valenciennes in het graafschap Henegouwen en dus geen geboren en getogen Parijzenaar, geweten dat deze er ook op andere punten naast zit (zo geeft Froissart als overlijdensplaats van Karel V de Hôtel Saint-Paul op terwijl deze in werkelijkheid in het kasteel van Beauté-sur-Marne). De historicus Georges Bordonove (Charles VI le roi fol et bien-aimé, Parijs, 2006) volgt daarentegen Froissarts versie van de feiten.
  3. Op 9 mei 1393 werd Katharine van Answeiler of Katherine de Hainseuille bij de goedkeuring van paus Clemens VII van een draagaltaar voor graaf Etzel als zijn vrouw vermeld (nobilis mulier Catharina) (F. Hausmann, Die Grafen zu Ortenburg und ihre Vorfahren im Mannesstamm, die Spanheimer in Kärnten, Sachsen und Bayern, sowie deren Nebenlinien, in Ostbairische Grenzmarken. Passauer Jahrbuch für Geschichte Kunst und Volkskunde 36 (1994), p. 26).
  4. M. Mollat, La Vie et la pratique religieuse aux XIVe er XVe siècles ... en France, Parijs, 1963, p. 57.
  5. Anoniem, Historia Karoli Sexti Francorum regis XIII 16 (= M.L. Bellaguet (trad. ed.), Chronique du Religieux de Saint-Denys: La Règne de Charles VI, de 1380 à 1422, II, Parijs, 1839, pp. 62-71); Froissart, Chroniques (ed. Kervyn de Lettenhove) XV 77, 85-87, 89-90, 92; S. Luce (ed.), Chronique des quatres premiers Valois, 1327-1393, Parijs, 1862, p. 328. G.-P. de Barante, Histoire des ducs de Bourgogne, 1364-1477, I, Brussel, 1838, pp. 95-99.
  6. Anoniem, Historia Karoli Sexti Francorum regis XIV 1 (= M.L. Bellaguet (trad. ed.), Chronique du Religieux de Saint-Denys: La Règne de Charles VI, de 1380 à 1422, II, Parijs, 1839, pp. (XIV) 72-73); N. Jorga, Philippe de Mézières, 1327-1405, et la croisade au XIVe siècle, Parijs, 1896, p. 506.
  7. S. Luce (ed.), Chronique des quatres premiers Valois, 1327-1393, Parijs, 1862, p. 333.
  8. L. Harf-Lancner, , in Perspectives médiévales 26 (2000), p. 130.
  9. M.B. Winn, Anthoine Vérard: Parisian publisher 1485–1512: Prologues, Poems, and Presentations, Genève, 1997, p. 181.
  10. A.H. Quinn, Edgar Allan Poe: A Critical Biography, New York, 1941 (= Baltimore, 1998), p. 595, J. Morgan, The Biology of Horror: Gothic Literature and Film, Carbondale, 2002, pp. 41-42.
  11. G. Lafenestre, Le Salon de 1889, in Revue des Deux Mondes³ 93 (1889), p. 645. Vgl.Lot 539 Georges Rochegrosse Versailles, 1859 - Algérie, 1938 Le bal des ardents, ArtCurial.com

Bronnen[bewerken]

  • Jean Froissart (1337-1405), Chroniques (ed. Kervyn de Lettenhove) XV 77, 85-87, 89-90, 92.
  • Jean Juvénal des Ursins, Histoire de Charles VI. Roy de France, et des choses mémorable advanues durant quarante-deux années de son regne depuis 1380 jusque en 1422 (circa 1430).
  • Michel Pintoin, Historia Karoli Sexti Francorum regis I 9-11, XIII 16, XIV 1 (= M.L. Bellaguet (trad. ed.), Chronique du Religieux de Saint-Denys: La Règne de Charles VI, de 1380 à 1422, II, Parijs, 1839, pp. (I) 62-71, (XIII) 64--71, (XIV) 72-73).
  • Anonieme Normandische klerk, Kroniek van de vier eerste Valois (= S. Luce (ed.), Chronique des quatres premiers Valois, 1327-1393, Parijs, 1862, p. 328).

Referenties[bewerken]

Externe link[bewerken]