Regula Benedicti

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Benedictus van Nursia.

De Regula Benedicti (Latijn voor Regel van Benedictus) is de kloosterregel van de heilige Benedictus van Nursia uit de zesde eeuw. Het was in de middeleeuwen de beroemdste en invloedrijkste leefregel voor monniken. Met name de benedictijnen en cisterciënzers, inclusief de trappisten, volgen de Regel van Benedictus.

Doel[bewerken | brontekst bewerken]

Benedictus wilde met zijn regel een houvast bieden aan diegenen voor wie een kloosterregel als die van Basilius de Grote te streng was. Hij beschrijft zijn regel als een leidraad voor beginners. Hij schreef de tekst in eerste instantie voor de monniken van de Abdij van Monte Cassino.

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

De Regula Benedicti bestaat uit een proloog en 73 hoofdstukken. De hoofdstukken 1-3 leggen de fundamenten voor het leven in een klooster, allereerst de gehoorzaamheid in de zin van het goede en oplettende luisteren. In de hoofdstukken 4-7 bespreekt Benedictus de deugden waaraan monniken dienen te voldoen, met name gehoorzaamheid, armoede en nederigheid. In hun kloostergeloften beloven religieuzen trouw aan deze deugden. Vervolgens komen in de hoofdstukken 8 tot en met 20 voorschriften voor de liturgie, het opus Dei, "het aan God welgevallige werk" aan de orde.

De term opus Dei is ook de naam van de huidige kerkelijke instelling Opus Dei, maar de leden ervan leiden geen kloosterleven. De bestraffing van overtredingen van de voorschriften vormt de inhoud van de hoofdstukken 21 tot en met 30. Vervolgens bespreekt Benedictus in de hoofdstukken 31-57 praktische zaken als het beheer van het klooster, de taken van monniken, de zorg voor monniken en voor hun gasten. De opname en positie van novicen, de rangorde in de kloostergemeenschap, de keuze van abt en prior, alsmede de taken van de portier, vormen de onderwerpen van de hoofdstukken 58 tot en met 66. In de hoofdstukken 67 tot en met 72 wordt de onderlinge omgang van de monniken besproken. Het laatste hoofdstuk is een epiloog.

Doorwerking[bewerken | brontekst bewerken]

Regula, 1495

Benedictus bewerkte een eerdere anonieme Regula Magistri. Zijn aanpassingen munten uit door mildheid. In plaats van zich te verliezen in details over bijvoorbeeld de vormen van ascese, legde Benedictus de grote lijnen vast van een leven in balans gewijd aan contemplatie, gebed, de viering van de eucharistie en eenvoudige arbeid. De regel creëert een duidelijke indeling van de dag waarin activiteit en bezinning elkaar afwisselen. Behalve een document dat zowel het dagelijkse leven als de spiritualiteit van het kloosterleven diepgaand heeft beïnvloed, is deze regel ook interessant[bron?] vanwege de deels sterk juridische aard ervan. De beschrijving van Benedictus' leven, en speciaal zijn optreden als geestelijk leider van zijn kloostergemeenschap in de Dialogen van paus Gregorius de Grote, maakte velen nieuwsgierig naar de regel, ook al stipte Gregorius zelf de regel slechts terloops aan. Vanaf het einde van de 7e eeuw duikt de regel eerst in Engeland en Ierland op. Van daaruit wordt de regel over heel Europa verbreid. Karel de Grote bepaalde dat de Regula Benedicti de enige kloosterregel zou zijn in diens rijk. Een van de oudste handschriften van de regel bevindt zich in de Abdij van Sankt Gallen.

Met formuleringen als ora et labora, bid en werk —hoewel in de Regula niet letterlijk zo te vinden—, met de bepalingen over het zevenmaal per dag bidden van getijden en door de sfeer van studie heeft de Regel van Benedictus de Europese cultuur in de middeleeuwen en lang erna wezenlijk mee gevormd. Benedictus' regel maakt geordend leven tot de basis van en het model voor religieus leven. Ook nu putten velen inspiratie uit de levensopvatting die deze leefregel bevat. Zelfs managers scholen zich in benedictijns leiderschap.[bron?]

Middelnederlandse vertaling[bewerken | brontekst bewerken]

Fragment uit handschrift 256, met de Middelnederlandse vertaling van de Regel van Benedictus.[1]

Regula van Benedictus van Nursia ; Statuta nigrorum monachorum edita a Benedicto XII is de titel van het handschrift 256 dat bewaard wordt in de Universiteitsbibliotheek Gent. Het is een Middelnederlandse vertaling van de Regel van Benedictus. Het handschrift werd vervaardigd in het begin van de vijftiende eeuw, in Gent. Het manuscript kent zijn herkomst dan ook in de Sint-Baafsabdij van Gent. Het handschrift bevat na de Regel van Benedictus nog enkele andere interessante Middelnederlandse teksten:

  • Regula S. Benedicti: Proloog (ff. 1r-2r)
  • Capitula (ff. 2v-3v)
  • Afzonderlijke tekst (ff. 3v-26v)
  • Pauselijke constituties en andere regulaties voor Benedictijnse abdijen (ff. 26v-91r)
  • Comprise Benedictus papa XII, Statuta nigrorum monachorum (ff. 32r-67v)
  • Administratieve, fiscale en legale teksten omtrent de Sint-Baafsabdij in Gent, 1368-1417 (ff. 91v-94r).

Nederlandse vertalingen[bewerken | brontekst bewerken]

  • De Regel van Sint-Benedictus, Vincent Hunink (vert.) (Amsterdam 2000).
  • Regel. Richtsnoer voor monastiek leven, Vincent Hunink (vert.), Middeleeuwse Monastieke Teksten 7 (Damon, Budel 2014).
  • De Regel van Benedictus, Patrick Lateur (vert. met Lat. brontekst). Met commentaar van br. Benoît Standaert osb en Wil Derkse (Lannoo, Tielt 2010).
  • De regel van Sint-Benedictus: dag na dag, vert. Michel Coune, 2000
  • De regel van Sint-Benedictus, vert. Frans Vromen o.s.b., 1973

Benedictijnse kloosterorden[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]