Johannes (evangelist)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Schilderij van 'Johannes de Evangelist' volgens Pontormo (1525).
'Johannes de Evangelist', Duitsland ca. 1400, Catharijneconvent, Utrecht

Met "Johannes de Evangelist" (Oudgrieks: Ἰωάννης, afgeleid van het Hebreeuwse יוחנן, Jochanan, "JHWH heeft genade getoond") wordt soms de auteur van het Evangelie volgens Johannes aangeduid. Hiermee wordt deze onderscheiden van de apostel Johannes, die in de christelijke traditie vaak als de auteur van dit evangelie wordt gezien. Andere tradities hebben deze Johannes geïdentificeerd met Johannes van Patmos of Johannes de Presbyter,[1] maar dit wordt bestreden door hedendaagse wetenschappers.[2]

De kwestie welke van alle Johannessen in het Nieuwe Testament dezelfde persoon zijn, en welke aparte personen, heet het 'Johanneïsch vraagstuk'.[3]

Identiteit van de auteur[bewerken]

Traditioneel werd aangenomen dat de apostel/discipel/leerling Johannes, de zoon van Zebedeüs, de auteur is van het vierde evangelie in het Nieuwe Testament, dat daarom later de naam 'Evangelie volgens Johannes' heeft gekregen.[4](31:45) De Canon Muratori (geschreven eind 2e eeuw) schreef bijvoorbeeld al: "Het vierde van de Evangeliën is dat van Johannes, [één] van de discipelen.[5] Deze opvatting is echter ook vaak betwijfeld[3] en wordt unaniem verworpen door moderne Bijbelwetenschappers.[6]

Synoptische vermeldingen van Johannes, de zoon van Zebedeüs[bewerken]

De synoptische evangeliën Matteüs (4:21-22, 10:2), Marcus (1:19-20, 3:17, 10:35) en Lucas (5:10) maken gewag van ene Johannes die de zoon was van Zebedeüs en de broer van Jakobus. Alle drie waren visser van beroep aan het Meer van Galilea, maar Johannes en Jakobus lieten hun vader achter om Jezus te volgen.[7] In het vierde evangelie worden wel 'de zonen van Zebedeüs' genoemd (21:2), maar niet bij naam. Het vierde evangelie is bovendien het enige van de vier canonieke evangeliën dat geen twaalf discipelen van Jezus bij naam noemt.[6]

Vermeldingen van 'Johannes' in het vierde evangelie[bewerken]

De naam Johannes wordt hooguit 23 keer genoemd in het Evangelie volgens Johannes,[8] maar in geen enkele van die gevallen verwijst deze naar een leerling van Jezus.[6] 19 van de vermeldingen hebben betrekking op Johannes de Doper. 4 van de 23 vermeldingen worden ook wel vertaald als Jona(h) in plaats van Johannes;[9] deze vier hebben allemaal betrekking op de vader van de apostel Simon Petrus. De duiding 'Johannes, de zoon van Zebedeüs' komt in het vierde evangelie geheel niet voor.[4](32:00)

  • Johannes de Doper wordt genoemd in 1:6, 1:15, 1:19, 1:26, 1:28, 1:32, 1:35, 1:40, 3:23, 3:24, 3:25, 3:26, 3:27, 4:1, 5:33, 5:35, 5:36, 10:40 en 10:41.
  • De vader van Simon Petrus wordt genoemd in 1:42, 21:15, 21:16 en 21:17.[6]

Er is verwarring mogelijk tussen deze laatste drie verzen en de 'geliefde discipel' die drie verzen later (21:20) wordt genoemd. In 21:15, 21:16 en 21:17 vraag Jezus namelijk drie keer aan Simon Petrus: 'Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief?' Er zijn echter drie redenen waarom dit geen betrekking kan hebben op de 'geliefde discipel': het onderwerp en lijdend voorwerp worden omgedraaid (Jezus is passief in plaats van actief), het heeft betrekking op de vader van een discipel in plaats van de discipel zelf en volgens sommige vertalingen is zijn naam Jona(h) in plaats van Johannes.

Auteurschap van het vierde evangelie[bewerken]

Het vierde evangelie is anoniem; de auteur noemt zijn naam niet in de tekst. Oorspronkelijk had dit geschrift ook geen naam; de titel 'Evangelie volgens Johannes' is er pas later aan gegeven toen men dacht te weten dat het was geschreven door Johannes, de zoon van Zebedeüs.

Er wordt algemeen aangenomen dat er naar de auteur van het evangelie wordt verwezen in hoofdstuk 21 vers 24 met de beschrijving 'de discipel[10] die Jezus liefhad' ('Jezus' is hier nominatief, dus Jezus had de discipel lief),[3] ook wel vertaald als 'de leerling van wie Jezus hield'.[8] Deze uitdrukking komt zes keer voor in dit evangelie (13:23; 19:26; 20:2; 21:7, 21:20), maar het is niet duidelijk op welke discipel het betrekking heeft. Dit heeft eeuwenlange discussies opgeleverd en is heden nog steeds niet opgehelderd.

Volgens professor Nieuwe Testament Urban C. von Wahlde van de Loyola-universiteit van Chicago is er geen extern bewijsmateriaal bekend dat in verband kan worden gebracht met de auteur van het vierde evangelie. Men kan alleen het evangelie van Johannes zelf bestuderen om de auteur ervan te achterhalen.[11] Von Wahlde merkt op dat de auteur veel nadruk legt op Judea en de plaatsen daar goed kent, dus waarschijnlijk daar vandaan komt, terwijl de apostel Johannes uit Galilea kwam.[12] In tegenstelling tot de apostel Johannes, die in Handelingen 4:13 'onwetend en ongeschoold'[13] wordt genoemd en gezien zijn achtergrond waarschijnlijk Aramees als moedertaal had, moet de auteur van het evangelie op basis van zijn stijl en kennis van Griekse taal en grammatica goed onderwezen zijn.[12][4](32:41) Er zijn ook gebeurtenissen waar Johannes Zebedeüszoon bij was die worden beschreven in de synoptische evangeliën, maar niet in het vierde evangelie. De apostel Johannes wordt überhaupt niet genoemd in het Evangelie volgens Johannes; er wordt alleen gewag gemaakt van 'de zonen van Zebedeüs' in 21:2. Zelfs als men aanneemt dat het aantal zonen van Zebedeüs 2 was en dat een ervan Johannes heette, zoals in de synoptische evangeliën, wordt er in het vierde evangelie geen enkel duidelijk verband gelegd tussen hem en de geliefde discipel die vijf verzen later (21:7) wordt genoemd. Professor Von Wahlde concludeert het 'zeer onwaarschijnlijk' is dat de 'geliefde discipel' moet worden geïdentificeerd met Johannes de zoon van Zebedeüs.[12]

Auteurschap van de Openbaring van Johannes[bewerken]

De auteur van de Openbaring van Johannes noemt zichzelf 'Johannes' in hoofdstuk 1 vers 9, waar hij ook aangeeft dat hij op het Griekse eiland Patmos was geweest, waarnaar hij kennelijk was verbannen omdat hij het christelijk geloof had gepredikt.[3] Derhalve heeft hij ook wel de naam 'Johannes van Patmos' gekregen.

Johannes van Patmos had zeer waarschijnlijk een Semitische taal, vermoedelijk het Aramees, als moedertaal en Grieks slechts als tweede taal. Dit blijkt uit tal van grammaticale fouten die hij maakt die een typisch Semitisch patroon vertonen. Dit in tegenstelling tot het vierde evangelie, dat geschreven is door iemand die vloeiend Grieks kon schrijven. Derhalve is de consensus onder geleerden dat er sprake moet zijn van twee verschillende personen.[14](27:02)