Gedaanteverandering van Jezus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pools icoon van de Gedaanteverandering (ca. 1500)

De gedaanteverandering van Jezus of transfiguratie of verheerlijking op de berg is volgens de traditie een theofanie die wordt beschreven in de synoptische evangeliën.[1] Samen met de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus beklom Jezus een (hoge) berg, de Tabor. Hier liet Jezus iets van zijn goddelijke aard zien, door van gedaante te veranderen. In de Hebreeuwse Bijbel wordt op diverse plaatsen beschreven dat God in een ontoegankelijk licht woont dat voor onbeschermde stervelingen dodelijk is.[bron?] Met Jezus verschenen ook Mozes en Elia die met de stralende Jezus praatten. De apostelen konden Jezus' gedaanteverandering amper aanzien en vielen verschrikt op de grond maar plotseling waren de twee oudtestamentische profeten verdwenen en was alles weer als voorheen. Jezus gebood de ontstelde apostelen aan niemand over de gebeurtenis te spreken tot na zijn verrijzenis uit de dood.

De gedaanteverandering wordt gezien als aankondiging van Jezus' verrijzenis.[bron?] Het feest werd aanvankelijk gevierd als kerkwijdingsfeest van de kerk op de berg Tabor.[bron?] Via verspreiding in de Oosters-orthodoxe Kerk won de viering ook aan populariteit in de Latijnse Kerk.[bron?] In de 15e eeuw werd het een geboden feestdag voor katholieken, gevierd op 6 augustus.

Waarom met Mozes en Elia?[bewerken]

De traditie over een hemelvaart van Mozes was mogelijk de reden dat Mozes werd genoemd in het verhaal over de gedaanteverandering van Jezus. In dit verhaal verschenen Mozes en Elia naast Jezus. Over Elia wordt in de Hebreeuwse Bijbel vermeld dat hij werd "meegevoerd naar de hemel",[2] wat in sommige apocriefe werken[3] en door Josephus ook werd gezegd over Mozes, waarbij hij de tegenstelling opmerkt met de vermelding in "de heilige boeken" dat Mozes stierf.[4] Hierin werd ook beschreven dat Mozes werd omhuld door een wolk, op dezelfde wijze als dit wordt genoemd in het Evangelie volgens Lucas inzake de gedaanteverandering van Jezus.[5]

Origenes was de eerste die opmerkte dat in het verslag van de gedaanteverandering van Jezus met Mozes en Elia "de (mozaïsche) Wet en de Profeten" werden aangeduid.[6] Luther deelde dit en dacht dat zij werden genoemd om aan te geven dat de Wet en Profeten door Jezus zouden worden vervuld.[7] Johannes Chrysostomus noemde drie mogelijkheden waarom Mozes en Elia naast elkaar werden gezet. Naast hun vertegenwoordiging van de Wet en de Profeten, zou het kunnen zijn omdat Mozes dood was en Elia als nog levend werd beschouwd. Door hen beiden te noemen zou worden aangeduid dat God een God van de levenden en de doden was. De andere mogelijkheid die hij noemde was dat zij allen vertegenwoordigden die visioenen van God hadden gehad.[8]

Zie ook[bewerken]