Beloofde Land

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Beloofde Land (Hebreeuws: הארץ המובטחת, Ha'Aretz HaMuvtahat) is een religieuze term die is ontleend aan de traditie in de Hebreeuwse Bijbel, zoals beschreven in het boek Genesis, waarin God aan Abram beloofde dat zijn nakomelingen het land Kanaän zouden bezitten.[1] In Genesis 17 werd de belofte uitgebreid naar vele volken als zijn nakomelingen.[2] Deze belofte werd bevestigd aan zijn zoon Isaak[3] en vervolgens aan zijn kleinzoon Jakob.[4]

Volgens de Hebreeuwse Bijbel verbleven de Israëlieten enige honderden jaren na Abraham in Egypte waar ze na verloop van tijd door de toenmalige farao werden onderdrukt, waarop de uittocht uit Egypte volgde, het vertrek uit Egypte op weg naar dit "land van belofte". Na veertig jaar rondgezworven te hebben in de Sinaïwoestijn vielen ze Kanaän binnen.[5] In de loop der eeuwen veroverden ze een groot deel van dit land op de daar wonende volken. Deze verovering werd geïnterpreteerd als een vervulling van Gods belofte.[6]

Opvattingen[bewerken]

Het in de Bijbel beschreven 'Beloofde Land' zou volgens een letterlijke opvatting ervan grotendeels samenvallen met het grondgebied van de huidige staat Israël plus de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, de Golanhoogten ({{door Israël bezette gebieden]]) en aangrenzende delen van Syrië en Jordanië. Gebaseerd op die visie claimen zionistische joden die gebieden als 'hun land'.

Andere gelovigen, christenen, joden (ook orthodoxe), theologen en filosofen, interpreteren dit Bijbelse "land van belofte" als metafoor voor elke woonplek of leefsituatie waar een mens zich thuis voelt, in vrede woont, kan leven en zich kan ontplooien. In negrospirituals komt deze metafoor veelvuldig voor, maar ook in preken en toespraken, zoals "I've Been to the Mountaintop" van Martin Luther King, waarin hij zei:

"I just want to do God's will. And He's allowed me to go up to the mountain. And I've looked over. And I've seen the Promised Land. I may not get there with you. But I want you to know tonight, that we, as a people, will get to the Promised Land. So I'm happy, tonight. I'm not worried about anything. I'm not fearing any man. Mine eyes have seen the glory of the coming of the Lord."

Zie ook[bewerken]