Haan (kip)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een haan tussen andere kippen
Een haan in het gras
De leider van de andere hanen en hennen

Een haan is een mannelijke kip; het vrouwtje heet een hen en het jong kuiken. Het gedrag en uiterlijk van een haan verschilt wezenlijk van dat van de hen.

Uiterlijk[bewerken]

Hanen zijn al heel vroeg te onderscheiden van de hennen. Dat kan aan de hand van de volgende punten:

  • De haan is meestal wat groter dan de hen.
  • De hanen hebben vaak andere en mooiere kleuren dan de hen. Wanneer de haan en hen hetzelfde gekleurd zijn, is het verenkleed van de haan vaak toch glanzender.
  • De haan heeft lange halssierveren, staartveren (de sikkelveren) en zadelsierveren op de rug.
  • De kam, oorlellen en kinlellen van de haan zijn ook groter en feller van kleur dan die van een hen.
  • De hanen hebben sporen aan hun poten, niet te verwarren met hun achterteen.

Gedrag[bewerken]

Hanen hebben een sterke natuurlijke neiging om elkaar te bevechten door territoriumgedrag te vertonen, de zogenaamde pikorde, hetgeen commercieel wordt geëxploiteerd in hanengevechten. Soms worden metalen sporen of scheermesjes bevestigd aan de sporen die hanen van nature hebben. In de meeste landen zijn hanengevechten verboden.

Een haan bakent zijn territorium af door te kraaien. De haan begint hiermee als hij ongeveer 14 weken oud is. Hanen kraaien over het algemeen 's morgens vroeg. Dit komt niet door het opkomen van de zon, maar door zijn biologische klok.[1] Wanneer er geen andere hanen in de buurt zijn, kraait een haan maar 1 tot enkele keren. Wanneer echter een andere haan in de buurt is, kan het kraaien enige tijd voortduren doordat de hanen tegen elkaar op gaan kraaien.

Als de haan een lekker hapje heeft, zal hij dit in eerste instantie nooit zelf opeten, de haan klokt dan om een vrouwtje te lokken. Als er geen hennen komen, eet de haan alsnog het hapje zelf op.

Voortplanting[bewerken]

Een haan die met een hen wil paren, pakt eerst met zijn snavel een pluk veren achterop haar kop, zodat zij niet kan weglopen. Dan duwt hij zijn cloaca tegen de cloaca van de hen aan. De haan drukt dan zijn cloaca iets naar buiten en spuit de zaadcellen in de hen. De haan bevrucht dan de eierdooier in de eileider. De cloaca is een opening onder in de buik van een kip.

Nadat de kip het bevruchte ei heeft gelegd wordt het uitgebroed (dit kan ook in een broedmachine gebeuren). Dat duurt zo'n drie weken. Een vrijlopende kip die zelf een nest uitbroedt, heeft meestal een legsel van 10 tot 12 eieren, de hen wordt dan de kloek genoemd. Over het algemeen komen uit één broedsel zo'n 60% - 65% haantjes voort.
Kuikens kunnen 10 dagen na de geboorte al buiten lopen.

Symboliek[bewerken]

Een beeld van Artus Quellinus van de god Mercurius, met links onderaan een haan
  • Hanen zijn een symbool voor vruchtbaarheid en mannelijkheid en worden in literatuur en afbeeldingen dan ook vaak als zodanig gebruikt. Ook wordt traditioneel een windhaan op een toren gezet om de windrichting aan te geven.
  • De haan is traditioneel het attribuut van de apostel Petrus als verwijzing naar diens verloochening van Jezus en zijn berouw daarover. In die betekenis staat het dier ook vaak afgebeeld op biechtstoelen.[2]
  • De haan kan ook staan voor waakzaamheid.[2]
  • De haan wordt gebruikt als attribuut voor de gepersonifieerde wellust.[2]
  • De wagen van Mercurius wordt door hanen getrokken.[2]

Trivia[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Haan kraait niet door zonsopkomst, NU.nl, 19 maart 2013
  2. a b c d Hall, J. (2000). Hall's Iconografisch Handboek. Leiden: Primavera Pers. ISBN 90-74310-05-2