Eerste brief van Clemens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1 Clemens
Clemens van Rome
Clemens van Rome
Auteur traditioneel toegeschreven aan Clemens van Rome
Tijd tussen 90 en 140 n.Chr.
Taal Grieks
Categorie apostolische vaders
Hoofdstukken 65

De eerste brief van Clemens (kortweg: 1 Clemens) is een vroeg-christelijk geschrift gericht aan de parochie (kerkelijke gemeente) te Korinthe. Ondanks de ouderdom van deze brief maakt hij geen deel uit van de canon van het Nieuwe Testament, maar wordt wel gerekend tot de geschriften van de apostolische vaders. De apostolische vaders zouden nog in contact zijn geweest met ooggetuigen van het openbare optreden van Jezus Christus. Als auteur wordt Clemens van Rome genoemd, bisschop van die stad van tussen 92-101 n. Chr.[1] De brief wordt gedateerd tussen 80 en 140 n. Chr..[2] In de tweede eeuw werd de brief gebruikt tijdens kerkdiensten in Korinthe (hij werd daar regelmatig voorgelezen)[3] en in de Codex Alexandrinus (vijfde eeuw) wordt de brief als canoniek beschouwd.[1]

Taal[bewerken]

De brief is geschreven in Koinè-Grieks; de hellenistische omgangstaal in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk.

Auteurschap[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Paus Clemens I voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Traditioneel wordt Clemens, bisschop van Rome genoemd als auteur van de brief. Hij bekleedde aan het einde van de eerste eeuw het bisschopsambt van Rome. De gemeente te Rome gold toen als één van de voornaamste christelijke kerkgemeenschappen[4] Volgens Irenaeus van Lyon (tweede eeuw) was hij als opvolger van Linus en Anacletus de derde bisschop of opziener van de gemeente van de hoofdstad van het Romeinse Rijk.[5][6] Clemens zou een tijdgenoot zijn geweest van de apostelen en betrekkingen met hen hebben onderhouden.[7] Hij zou dezelfde zijn als de in de brief van Paulus aan de Filippenzen (4,3) genoemde Clemens, een "medearbeider" van Paulus en wiens naam is opgenomen in het "boek der levenden" nbg. Dit wordt stellig ontkent door Dr. A.F.J. Klijn.[8][9]

De brief bevat echter nergens de naam van Clemens en is daarom een anoniem geschrift. Hegesippus, een kerkelijk schrijver uit de tweede eeuw vermeld echter dat Clemens van Rome een brief heeft geschreven aan de gemeente van Korinthe.[10] Of hij mee ook daadwerkelijk onderhavige brief bedoeld is niet meer vast te stellen. Volgens kerkhistoricus Eusebius (derde/ vierde eeuw) is de hier beschreven brief van de hand van Clemens.[11] Ook Irenaeus van Lyon (tweede eeuw) kent een door Clemens geschreven brief.[5][12] Deze laatste schrijft: "er ontstond grote onenigheid onder de broeders en zusters in Korinthe. Bij die gelegenheid schreef de kerk te Rome [met Clemens als opziener of bisschop] een (...) brief aan de Korinthiërs. In die brief worden de Korinthiërs aangezet de [onderlinge] vreedzaamheid te bevorderen ... en de overgeleverde leer van de apostelen te handhaven" (Eusebius: Kerkgeschiedenis V.VI, 3) Dit stemt overeen met de inhoud van de eerste brief van Clemens zoals wij die nu kennen.

Datering[bewerken]

Als de brief van de hand is van Clemens, die van 92 tot 101 n. Chr. bisschop is geweest van Rome, dan stamt de brief uit het laatste decennium van de eerste eeuw. De brief is daarmee, na de Didachè, het oudste buiten-bijbelse christelijke geschrift.[13][14] Op grond van de inleiding van de brief "Door de rampen en de onheilen die ons de één na de ander zijn overkomen" (1 Clemens 1,1) wordt traditioneel veronderstelt dat de brief is opgesteld in het jaar 96 toen er een christenvervolging in Rome onder keizer Domitianus gaande was waar Clemens dan naar zou verwijzen.[15] Het is echter allerminst duidelijk dat de schrijver naar deze vervolgingen verwijst[16] Als het echter te doen is om een op Clemens naam opgestelde brief, dan is natuurlijk een latere datum goed mogelijk. Omdat vanaf de tweede helft van de tweede eeuw regelmatig uit de brief wordt geciteerd is een datering van na 140 n. Chr. niet reëel.

Dr. A.F.J. Klijn en dr. R. Roukema sluiten zich min of meer aan bij de traditionele datering van rond 96. Roukema achter een eerdere datering mogelijk.[15][17]

Inhoud[bewerken]

De brief is geschreven naar aanleiding van een twist (een "onheilige twist ... aangestookt door enkele ... eigenzinnige personen", 1 Clemens 1,1; vgl. 3,3, 44,3vv; 47,6vv) binnen de gemeente te Korinthe. Het gaat om de verwijdering van enkele oudsten (presbyters) uit hun opzienersambt (episkopoi) die volgens Clemens volkomen onterecht was (cap. 40). Daarnaast waren er partijen ontstaan hetgeen tot interne conflicten leidde: "Uw scheuring heeft reeds velen van de weg afgebracht ...". Doel van de brief is het bezweren van de onrust binnen de gemeente.[15] Ambtsdragers kunnen niet zomaar uit hun ambt worden gezet.[1]

De brief is geen theologische verhandeling[1][17][18][19], toch zijn er wel wat theologische opvattingen van de schrijver te destilleren:

  • Clemens lijkt de paulinische notie van "rechtvaardiging door het geloof" te delen (10,7), hij legt niettemin ook de nadruk op de goede werken (30,3)[15] Hij maakt geen tegenstelling tussen geloof en werken (31,2: "Op grond waarvan werd onze vader Abraham gezegend, was het niet omdat hij gerechtigheid en waarachtigheid in het geloof heeft volbracht?") Uiteindelijk wordt de mens echter gerechtvaardigd door zijn geloof (cap. 33)[16].
  • Het voornaamste aspect is echter dat Clemens het gehele Oude Testament voor hem de verkondiging is van Gods heilswerk, de christenen zijn de erfgenamen van de joden. Er is geen discontinuïteit tussen het Oude en het Nieuwe Testament[20] Clemens verwijst meerdere malen naar het Oude Testament en stelt de Oudtestamentische heiligen als geloofshelden. Hij schijnt meerdere boeken van het Nieuwe Testament te hebben gekend, in ieder geval de eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs waarnaar hij in hoofdstuk 47 expliciet verwijst: "Leest nog eens de brief van de gelukzalige apostel Paulus."[21]
  • In de tijd dat de brief werd opgesteld en verzonden kende de plaatselijke gemeenten al een hiërarchische opbouw (cap. 41-42). Volgens Clemens is de hiërarchie van oudsten (priesters), opzieners (bisschoppen) en diakenen door de apostelen ingevoerd en reeds voorzegd in het Oude Testament (42,5).[22] Blijkbaar was er ook al sprake van een vrij uitgebreide liturgie (cap. 40).
  • Jezus van Nazareth wordt in de brief o.a. de Christus (16,1; 17,1; 22,1 etc.), de Heer (52,1; 65,2) en Zoon (59,2) genoemd.
  • God is in 1 Clemens vooral Schepper en Heerser (cap. 14; 19; 64) en niet zozeer de Vader van Jezus Christus.[1]
  • De Heilige Geest komt ook voor in 1 Clemens en is daar vooral de inspirator van bijbelschrijvers (8,1; 13,1; 16,1, cap. 18, etc.).

Bronnen[bewerken]

Verwijzingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]