Eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1 Tessalonicenzen
Fragment van 1 Tess. 5:8–10 uit Papyrus 30 (3e eeuw).
Fragment van 1 Tess. 5:8–10 uit Papyrus 30 (3e eeuw).
Auteur Paulus
Tijd 50
Taal Grieks
Categorie brief van Paulus
Hoofdstukken 5
Vorige boek Kolossenzen
Volgende boek 2 Tessalonicenzen

De Eerste brief van Paulus aan de T(h)essalonicenzen (vaak kortweg 1 T(h)essalonicenzen genoemd) is een boek in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het bestaat uit vijf hoofdstukken en werd geschreven in het Koinè-Grieks. Dit Bijbelboek wordt vervolgd met de Tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen.

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

De Eerste brief aan de Tessalonicenzen werd waarschijnlijk rond 50 geschreven en is daarmee mogelijk de oudste brief van de apostel Paulus die bewaard is gebleven en het oudst bewaarde oerchristelijke geschrift.[1]

Paulus schreef de brief nadat Timoteüs uit Macedonië was teruggekeerd en Paulus op de hoogte had gebracht van de toestand van de daarin gelegen stad Thessaloniki.[2] Hoewel de berichten van Timoteüs over het algemeen bemoedigend waren, begreep Paulus ook dat er misverstanden en fouten aan het ontstaan waren over het christelijke geloof zoals Paulus dat leerde. Paulus schreef hun deze brief dan ook om de kerk in Thessaloniki te corrigeren, hen aan te sporen tot een zuiver leven en hen er aan te herinneren dat God de heiliging van hun leven wilde.

Geadresseerden[bewerken | brontekst bewerken]

In Handelingen wordt verteld dat gedurende Paulus' tweede zendingsreis Paulus en Silas vanuit Filippi naar Thessaloniki trokken, mogelijk vanwege de aanwezigheid van een synagoge daar. De stad was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië. Paulus begon direct het evangelie te prediken aan zowel de Joden als niet-Joden. Gedurende drie sabbatten behandelde hij in de synagoge gedeelten uit het Oude Testament die op Christus betrekking hebben.

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

Paulus schrijft de Tessalonicenzen. Schilderij van Jan Lievens (1629).
  • Groet (1:1-2).
  • Paulus dankt God voor het geloof en de liefde van de gemeente in Thessaloniki (1:3-10).
  • Hij herinnert de gemeente aan zijn oorspronkelijke prediking, haar erop wijzend dat eer van God belangrijker is dan eer van mensen (vs 5, 6), en spoort haar aan om Christus in hun dagelijkse handel en wandel na te volgen (2:1-16).
  • Het slot van het tweede hoofdstuk bevat een korte verklaring dat hij graag bij de gemeente langs was gekomen, maar "dat de Satan hem dit belet had". Daarom stuurde hij nu Timoteüs (2:17-3:13).
  • Hij gaat verder met de aansporing heilig te leven (4:18),
  • en gebruikt het argument van een spoedig te verwachten terugkomst van Jezus om de zin hiervan te onderbouwen (5:1-11).
  • De brief sluit met een aantal groeten (5:12-28).

Er lijkt een tegenstelling te bestaan tussen de spoedige verwachting van Jezus' terugkeer, uitgesproken in de eerste brief, en de waarschuwing tegen overspannen wederkomstverwachtingen in de tweede brief. De klassieke interpretatie is dat de tweede brief een reactie is op de eerste, waarbij de eerste overtrokken verwachtingen gewekt had, die door de tweede brief gecorrigeerd werden.

Deze tegenstelling, samen met het noemen van vervolging, vormde vanaf het midden van de 19e eeuw voor liberale theologen de basis om tot de conclusie te komen dat de tweede brief niet door Paulus geschreven zou zijn, maar uit de eerste helft van de tweede eeuw zou stammen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Raymond E. Brown (1997): An Introduction to the New Testament, Anchor Bible, pp. 456–466
  2. Handelingen 18:1-5, 1 Tessalonicenzen 3:6
Oude Testament (christelijke volgorde)
Thora:Genesis · Exodus · Leviticus · Numeri · Deuteronomium
Jozua · Rechters · Ruth · 1 en 2 Samuel · 1 en 2 Koningen · 1 en 2 Kronieken · Ezra · Nehemia · Tobit · Judit · Ester · 1 Makkabeeën · 2 Makkabeeën
Job · Psalmen · Spreuken · Prediker · Hooglied · Wijsheid (van Salomo) · (Wijsheid van Jezus) Sirach
Grote profeten:Jesaja · Jeremia · Klaagliederen · Baruch · Ezechiël · Daniël
Kleine profeten:Hosea · Joël · Amos · Obadja · Jona · Micha · Nahum · Habakuk · Sefanja · Haggai · Zacharia · Maleachi
De deuterocanonieke boeken zijn cursief weergegeven. In moderne uitgaven worden ze vaak na Maleachi geplaatst.


Oude Testament (joodse volgorde)
Torah:Genesis · Exodus · Leviticus · Numeri · Deuteronomium
Vroege profeten:Jozua · Rechters · 1 en 2 Samuel · 1 en 2 Koningen
Late profeten:Jesaja · Jeremia · Ezechiël
Kleine profeten:Hosea · Joël · Amos · Obadja · Jona · Micha · Nahum · Habakuk · Sefanja · Haggai · Zacharia · Maleachi
Poëzie:Psalmen · Job · Spreuken
Feestrollen:Ruth · Hooglied · Prediker · Klaagliederen · Ester
Historie:Daniël · Ezra · Nehemia · 1 en 2 Kronieken


Nieuwe Testament
Evangeliën:Matteüs · Marcus · Lucas · Johannes
Handelingen:Handelingen van de apostelen
Brieven van Paulus:Romeinen · 1 Korintiërs · 2 Korintiërs · Galaten · Efeziërs · Filippenzen · Kolossenzen · 1 Tessalonicenzen · 2 Tessalonicenzen · 1 Timoteüs · 2 Timoteüs · Titus · Filemon
Hebreeën
Katholieke brieven:Jakobus · 1 Petrus · 2 Petrus · 1 Johannes · 2 Johannes · 3 Johannes · Judas
Apocalyptiek:Openbaring van Johannes
Zie de categorie First Epistle to the Thessalonians van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.