Maria (moeder van Jezus)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Heilige Maagd Maria)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deel van de serie over
Maria
Mariabeeld
moeder van
Jezus
De Engel Gabriël die Maria bezoekt om de geboorte van Jezus aan te kondigen, 1644, Philippe de Champaigne
De onbevlekt ontvangene, 1678, Murillo, Olieverf op doek, Museo del Prado, Madrid
Het zes meter hoge Mariabeeld op de Onze-Lieve-Vrouwetoren, Sint-Niklaas
Piëta, Vincent van Gogh
Maria-beeld met een witte sluier van kant, als symbool voor kuisheid
Michelangelo Buonarotti, Pietà, 1499, Sint Pieter, Rome
Maria met kind op maansikkel, rond 1500, Catharijneconvent, Utrecht

Maria (Grieks Μαρία of Μαριάμ, van het Hebreeuwse מרים, Maryam, Mirjam, wellicht "gewenst kind", "bitter", "rebels", of "sterke wateren", of indien afgeleid van het Egyptisch: "geliefde" of "liefde"[1][2][3]) was volgens het Nieuwe Testament de moeder van Jezus.

Voor katholieken is zij de belangrijkste heilige. In de Rooms-Katholieke Kerk en Oosters-Orthodoxe Kerk heeft Maria als Moeder van God een belangrijke rol in het geloofsleven. De discipline binnen de theologie die zich speciaal op haar richt heet mariologie. Verschillende liturgische feesten en hoogfeesten worden ter ere van haar gevierd. In de Orthodoxe Kerk is de gangbare uitdrukking voor Maria Theotokos (Moeder Gods).

Maria in het Nieuwe Testament[bewerken]

Aankondiging van Jezus' geboorte[bewerken]

Volgens Lucas was Maria verloofd met Jozef toen de engel Gabriël haar aankondigde dat zij zwanger zou worden (de annunciatie). Maria vroeg hoe dit zou kunnen, want ze had nog geen geslachtsgemeenschap gehad. Gabriël zei dat de Heilige Geest over haar zou komen en de kracht van de Allerhoogste haar als een schaduw zou bedekken.[4]

Kort daarna reisde Maria naar een stad in het bergland van Juda, waar Elisabet en Zacharias woonden. Elisabet was ook zwanger en wel van Johannes de Doper. Maria bleef hier ongeveer drie maanden.[5]

Jezus' geboorte, de vlucht naar Egypte en terugkeer[bewerken]

Enige tijd later reisden Maria en Jozef naar Bethlehem "om zich te laten inschrijven". Toen zij in Bethlehem waren aangekomen, begon de bevalling en werd Jezus daar geboren.[6]

Na Jezus' geboorte zochten wijzen uit het oosten naar de pasgeboren "koning van de Joden". Herodes hoorde hiervan en gaf zijn soldaten bevel om naar Bethlehem te gaan en alle jongetjes tot twee jaar oud te doden (de kindermoord van Bethlehem[7]). Een engel verscheen echter in een droom aan Jozef en droeg hem op om samen met Jezus en Maria naar Egypte te vluchten.[8]

Volgens het evangelie keerden ze na een tijd, toen Herodes was gestorven, terug naar Judea. Toen ze ontdekten dat de gewelddadige Herodes Archelaüs de nieuwe koning van Judea was, weken ze na een aanwijzing in een droom uit naar Nazaret in Galilea.[9]

Overige kinderen[bewerken]

Jozef en Maria kregen na Jezus meerdere kinderen. Marcus noemt vier broers bij name: Jakobus, Joses, Simon en Judas.[10]

Volgens de traditie van de Rooms-Katholieke Kerk moet "broers en zussen van Jezus" niet letterlijk worden genomen. De katholieke kerk heeft het dogma aanvaard dat Maria altijd maagd is gebleven en interpreteert het woord "broer" (Grieks: adelphos) als "neef" of "verwante".

Relatie tot Jezus[bewerken]

In het verslag over Jezus' prediking wordt Maria nog enkele malen genoemd. Matteüs en Lucas schreven dat Jezus' moeder en broers hem dringend te spreken vroegen op een moment dat hij zich met anderen onderhield. Jezus weigerde dit en zei dat zijn leerlingen zijn echte moeder en broers waren.[11] Marcus schreef dat Jezus' moeder en broers hem desnoods onder dwang mee wilden nemen, "want volgens hen had hij zijn verstand verloren".[12] Johannes vermeldde dat zijn broers toen nog niet in Jezus geloofden; over Maria wordt niets gezegd.[13]

Bij Jezus' dood en erna[bewerken]

Maria was bij de kruisiging van Jezus aanwezig, als een van de drie Maria's.[14] Toen Jezus haar zag staan naast "de leerling van wie hij veel hield", verklaarde hij hen moeder en zoon. Vanaf dat moment nam deze leerling Maria in huis.[15] Na Jezus' dood bleef Maria kijken in welk graf hij werd gelegd[16] en kocht zij met anderen geurige olie om het lichaam te balsemen.[17] De laatste vermelding van Maria zegt dat zij zich in de periode na Jezus' dood, samen met de apostelen en haar zoons, vurig wijdde aan gebed.[18]

Latere tradities over Maria[bewerken]

Maria werd volgens een constante overlevering geboren uit Joachim en Anna;[19] Volgens de Katholieke Kerk is Maria vanaf haar conceptie gevrijwaard voor de erfzonde, dat wil zeggen dat ze onbevlekt ontvangen was. Ook geloven de Katholieke en de Orthodoxe Kerken dat Maria nooit een zonde heeft bedreven.[20] Ze beroepen zich daarbij op Luc. 1,28, waar de engel Gabriël haar aanspreekt met: "Wees gegroet, vol van genade." Over haar jonge leven zijn verder geen bijzonderheden vermeld in de Bijbel, hoewel er een traditie is, die stelt dat ze dienstdeed in de tempel.[21]

Over haar verdere leven zijn verschillende verhalen in omloop. Volgens de (rooms-katholieke) overlevering moet Maria ergens tussen 36 en 50 n.Chr. zijn overleden in Jeruzalem of Efeze (in het huis van de maagd Maria). Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria's lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Thomas zou toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hun de gordel toonde en het lege graf.

Altijd maagd[bewerken]

Haar huwelijk met Jozef wordt als 'Jozefshuwelijk' nog altijd als terminologie gebruikt voor een geestelijke, niet-seksuele huwelijksgemeenschap. Het vroege geloof van de Oude Kerk en de kerkvaders, dat God de vrouw waaruit zijn zoon geboren werd zeker maagdelijk gehouden heeft, werd later steeds meer uitgewerkt. Het geloof dat Maria voor, tijdens en na de geboorte van Christus haar maagdelijkheid behield, wordt tegenwoordig nog doorgegeven door de katholieke en de orthodoxe Kerk.

De altijddurende maagdelijkheid van Maria werd ook nog door Maarten Luther en Johannes Calvijn aangehangen, maar tegenwoordig nemen veel protestantse christenen aan dat Maria en Jozef samen later ook andere kinderen hebben gehad. Men beroept zich daarbij op meerdere teksten uit het Nieuwe Testament waar over de "moeder en broers" van Jezus gesproken wordt. Het oudste Griekse handschrift spreekt van 'adelphói', waar de Nederlandse vertaling (Matth. 13:55) spreekt van 'broeders van Jezus'. Hiëronymus stelde, dat in de Aramese wereld neven en achterneven vaak broer (Grieks: 'adelphoi') werden genoemd. Hij geeft daarvoor als argument dat in Genesis neef Lot een ach, een broer van Abraham wordt genoemd.

1rightarrow blue.svg De protestantse visie: Broers en zussen van Jezus

Volksdevotie[bewerken]

Het prominentst is Maria aanwezig in de katholieke en orthodoxe volksdevotie waarin de Mariaverering een dominante plaats inneemt. Volgens de officiële kerkelijke leer kan Maria nooit de plaats van Jezus als Verlosser van de zonde vervangen en verwijst zij altijd naar Jezus als de werkelijke Middelaar tussen de mens en God. In de volksdevotie is de praktijk meestal dat Maria als 'toegankelijker' beschouwd wordt dan Jezus en meer aangeroepen wordt, zij het dan als 'voorspreekster'. Vele gelovigen bidden tot Maria om haar te vragen om voorspraak. Dat wil zeggen dat men vraagt of Maria voor hen wil bidden. Geliefde gebeden zijn het Weesgegroet en de rozenkrans. In de wereld zijn veel plaatsen waar uitdrukking wordt gegeven aan deze Maria-devotie. Bij Paus Johannes Paulus II lag Maria zeer na aan het hart; hij legde zijn lot en dat van de wereld in de handen van de Moeder Gods. Paus Johannes Paulus II had een bijzondere devotie voor haar, en geloofde dat zij hem beschermd had bij de aanslag op zijn leven op 13 mei 1981. Dit bracht hij in verband met de voorspellingen gedaan bij de verschijningen van Onze-Lieve-Vrouw van Fátima.

In veel katholieke kerken is ook een kopie van de icoon van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand te vinden met bijbehorend gebed dat gebeden kan worden om de hulp van Moeder Maria af te smeken.

Een devotie is ook het dragen van een Maria-medaille of een scapulier. In het bijzonder de Wonderdadige Medaille en het scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel.

Het bekendst zijn de plaatsen waar Maria is verschenen: het Franse Lourdes (verschijning in 1858), Fátima in Portugal (1917) en Guadalupe in Mexico-Stad (1531). Het Duitse Kevelaer trekt veel Nederlandse pelgrims. In katholieke en orthodoxe landen zijn ontelbare nationale en regionale heiligdommen te vinden, maar ook in Nederland hebben talloze zogenaamde genadeoorden (bedevaartplaatsen) uit de middeleeuwen de reformatie overleefd (of hebben een opleving gekend in de 19e eeuw.) De meeste van deze heiligdommen liggen in Limburg, Noord-Brabant en het zuiden van Gelderland, waar het merendeel van de bevolking van oudsher katholiek is gebleven. Toch zijn ook in het "protestantse" Noorden verschillende middeleeuwse bedevaarten weer opgeleefd. Daartussen treft men aan Onze Lieve Vrouwe ter Nood in Heiloo, Onze-Lieve-Vrouwe van Sevenwouden te Bolsward en Onze Lieve Vrouwe van Leeuwarden te Leeuwarden. Daarbij ontstaan er ook tegenwoordig nog steeds weer nieuwe bedevaartplaatsen van Maria, ook in Nederland. Zo vermeldt de databank van Nederlandse bedevaartplaatsen[22] van het Meertens Instituut onder andere het ontstaan van de devotie tot Onze Lieve Vrouwe van Tilligte in 2002 en die tot de Bedroefde Moeder van Warfhuizen in 2003. En in Amsterdam is er de kapel van Maria als Vrouwe van alle Volkeren, die is opgericht na een groot aantal - inmiddels door de plaatselijke bisschop als authentiek erkende - verschijningen van Maria aan de Amsterdamse Ida Peerdeman in de periode 1945-1959.

Een bijzonder kenmerk van de meeste van deze heiligdommen is de verering van Maria onder een bijzondere titel of epitheton. Zo zijn er bijvoorbeeld de Zoete Moeder van 's-Hertogenbosch en de Sterre der Zee van Maastricht (de twee meestbezochte bedevaartplaatsen van Nederland). Ook bestaan er gebeden, de zogenoemde litanieën, die in feite bestaan uit louter zulke Mariatitels met steeds de smeekbede "bid voor ons" daaraan gekoppeld.

Bevorderaars van de navolging van Maria[bewerken]

Verschillende heiligen en theologen hebben de gedachte aan het navolgen van en zelfs onderwerpen aan Maria bevorderd, zoals bijvoorbeeld Louis Grignion de Montfort , die zich haar servus , dienaar noemde. De genoemde paus Johannes Paulus II had als wapenspreuk Totus tuus, geheel de uwe. De stichteres van de Focolarebeweging Chiara Lubich heeft het over net als Maria een moeder willen zijn voor je medemensen en zo Jezus in de wereld helpen brengen.

Mariakapelletjes in de Nederlanden[bewerken]

Vooral in Vlaanderen en in de van oudsher katholieke Nederlandse provincies Limburg en Noord-Brabant en in de katholieke streken Twente en De Liemers kan men op veel plaatsen, vaak in oude stads- en dorpskernen maar ook verspreid over het platteland, kleine Mariakapelletjes aantreffen die door de plaatselijke bevolking worden bezocht om een kaarsje op te steken en voor een moment van bezinning. Deze bevinden zich in Vlaanderen zeer vaak onder of bij een oude boom, op de plaatsen waar ooit in voorchristelijke tijden een boomheiligdom was. Ook in Nederland zijn veel dergelijke oorsprongen aangetoond. In het Noord-Brabantse St. Willebrord (soms aangeduid als filiaal-bedevaartplaats van Lourdes) bevindt zich een Lourdesgrot. Gebouwd naar het voorbeeld in Lourdes met ingemetseld een stuk rots uit Lourdes. In Scheveningen bevindt zich de Lourdeskapel, met een nagebouwde Lourdesgrot achter het altaar.

Mariafeesten[bewerken]

Binnen de rooms-katholieke liturgie bekleedt Maria een belangrijke positie qua gedachtenisfeesten, maar de eigenlijke gebeden en het Offer tijdens de Heilige Eucharistie blijven tot God de Vader gericht, met het smeken tot Jezus Christus. Toch wordt herhaaldelijk aan haar gebed voor de Kerk gerefereerd. De voornaamste Mariafeesten zijn:

Mariabeeld in de Maria-Tenhemelopnemingskerk in Essaouira (Marokko)

Maria wordt ook bijzonder herdacht in de maanden mei (Mariamaand) en oktober (rozenkransmaand).

Maria in de islam[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Maryam voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Islamitische theologie stelt ook dat Maryam (Arabisch: مريم) de moeder is van Isa (Jezus) en dat zij nog maagd was. In de Koran wordt melding gemaakt van Imraan als haar vader.[23]

Maria in het jodendom[bewerken]

Het jodendom ontkent dat God mens geworden is en dus dat Jezus, de zoon van Maria, God én mens is. Het jodendom hecht dan ook geen belang aan Maria.

Sommigen zien echter in het joodse geschrift Talmoed parallellen tussen Maria en een vrouw uit de Talmoed met de naam Miriam. Ook deze Miriam was een met een timmerman gehuwde joodse vrouw. De Talmoed vertelt hoe deze Mirjam een kind met de naam Yeshu had van een Griekse of Romeinse soldaat. Sommige mensen zien in de Yeshu uit dit verhaal overeenkomsten met de christelijke Jezus en in de Miriam uit dit verhaal overeenkomsten met de christelijke Maria. Veel joodse geleerden die dit bestudeerd hebben, ontkennen dat Yeshu en Jezus dezelfde persoon kunnen zijn. Er zijn ook studies over de Talmoed die weerleggen dat daarin als Yeshu of Miriam of onder een andere naam over Maria en Jezus wordt verteld.[24][25] De "minimalisten" zoals Jacob Z. Lauterbach zien weinig verwijzingen, de maximalisten zoals R. Travers Herford herkennen Maria en Jozef in de beschrijvingen in de Talmoed.

Maria in de Beeldende kunst[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Johann Maier, Jesus von Nazareth in der talmudischen Überlieferung (Ertrage der Forschung 82; Darmstadt: Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 1978).
  • Jacob Z. Lauterbach, "Jesus in the Talmud” in Rabbinic Essays, Cincinnati: Hebrew Union College Press, 1951 (reprinted by Ktav, 1973).
  • R. Travers Herford, Christianity in Talmud and Midrash, London: Williams & Norgate, 1903 (reprint New York, KTAV, 1975)