Zoete Moeder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zoete Lieve Vrouw
De Zoete Moeder van 's-Hertogenbosch, getooid met de gebruikelijke staatsiemantel
De Zoete Moeder van 's-Hertogenbosch, getooid met de gebruikelijke staatsiemantel
Jaar 1280-1320
Materiaal eikenhout
Locatie Mariakapel, Sint-Janskathedraal, 's-Hertogenbosch
Hoogte 108 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De Zoete Moeder of Zoete Lieve Vrouw van 's-Hertogenbosch is een van de genadebeelden van Maria die in Nederland het middelpunt vormen van een bedevaart. Het wordt sinds 1380 (zeker) vereerd in de Sint-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch. Wonderbeelden worden meestal als niet fraai beoordeeld, maar de Zoete Moeder is het enige waarvan de verering juist is begonnen omdát men het lelijk vond.

Legende[bewerken]

Volgens de legende werd het verwaarloosde beeld in januari 1380 tijdens de bouw van de kathedraal tussen een bundel planken gevonden door een jonge gezel die op zoek was naar brandhout. Toen hij het in twee stukken wilde hakken zou hij zijn tegengehouden door zijn baas, die zag dat het een oud Maria-beeld was. De gezel zou het beeld op Witte Donderdag naar het rustaltaar voor het Lichaam van Christus hebben gebracht. Toen dit de volgende dag werd opgeruimd zou alleen het oude beeld zijn overgebleven. Een monnik, broeder Wout, zou het naar het altaar van Sint-Michiel in een van de straalkapellen achter het hoogkoor hebben gebracht. De kanunnik die daar elke dag de mis las zou het na korte tijd hebben laten weghalen, en broeder Wout zou hebben gevraagd of hij het beeld mocht meenemen. Het zou echter ineens loodzwaar zijn geworden en zou daarom maar in de Mariakapel zijn geplaatst, onzichtbaar achter een altaar. Broeder Wout zou een manteltje hebben geregeld en zou een deel van het beeld dat het Kind Jezus voorstelde buiten de kerk hebben teruggevonden. Hij zou het beeld in de zomer van 1381 op het altaar van de heilige Martinus hebben geplaatst, waar er de draak mee zou zijn gestoken. Aan een voorbijgangster die er ook een vinnige opmerking over zou hebben gemaakt zou Maria ’s nachts zijn verschenen om te vragen “Waarom zeg je dat ik lelijk ben? Ik, die schoon ben in het eeuwig leven, in het hoogste des hemels! Ik beveel u dus, dat gij tot mij uw toevlucht neemt, om uw lijden te boven te komen en om het eeuwig leven te verwerven.” De vrouw zou de volgende dag in de kerk een adellijke dame hebben gevraagd het beeld te laten opknappen.

Genezingen[bewerken]

Niet veel later zou een zekere Hadewich van Vichten van lamheid zijn genezen nadat een verschijning van Christus haar had aangeraden de heilige maagd bij de versleten beeltenis om voorspraak te vragen. Dit zou de eerste van een lange reeks wonderen zijn geweest, vooral onverklaarbare genezingen. Bijna 500 mirakelen zijn hiervan opgetekend in het zogenaamde mirakelboek genaamd "Mirakelen van Onse Lieve Vrouwe totshertogenbosch" en omvatten de tijdspanne van 1381-1603. Wonderen die in de kathedraal opgetekend werden doordat mensen van heinde en verre op bedevaart kwamen en over hun belevenissen verhaalden. Het boek is het hele jaar te zien in de mariakapel en omvat verhalen van bedevaartgangers van plaatsen in de Nederlanden en ver daar buiten, zoals onder anderen (niet limitatief qua opsomming) uit Dantzig (Gdansk in het huidige Polen), Aachen, Koningsberg in Pruisen, Bremen, Kleve, Emmerich (Duitsland), Mechelen, Leuven, Brussel, Brugge, Antwerpen (België), Amsterdam, Haarlem, Groningen, Gouda, Delft, Utrecht, Maastricht, Zierikzee, Zaltbommel, Harlingen en Kampen. En uiteraard 's-Hertogenbosch zelf met daaromheen liggende plaatsen als Den Dungen, Oisterwijk en Sint Oedenrode. Wonderen waarin pelgrims verklaarden dat er onverklaarbare genezingen rondom hen plaatsvonden op mariale voorspraak, Maria in dromen verscheen om gelovigen naar 's-Hertogenbosch op pelgrimage te laten gaan om te genezen van hun ziekte of zelfs wonderen uit dank voor een onverklaarbare terugkeer van situaties waar de dood al zowat was ingetreden.

De Zoete Lieve Vrouw/ Zoete Moeder en de start van haar verering[bewerken]

Na de start van de wonderen in 1380 werd het 'lelijke' beeld voor het eerst serieus gerestaureerd, en kreeg ongeveer het huidige uiterlijk. Het werd zo beroemd dat de gelden van de bezoekende pelgrims de bouw van de huidige kathedraal mogelijk maakten. Edelen en vorsten, waaronder Filips II, keizer Maximiliaan van Oostenrijk, hertogen van Brabant/Gelre en Parma, Philips de Schone, Karel V, Albertus van Oostenrijk, Erasmus, de H. Leonardus van Veghel, de H. Petrus Canisius kwamen hier ter bedevaart. Zij allen hebben bij de Zoete Moeder geknield en gebeden. Maar eerst en vooral werd de kapel van de “Zoete Moeder” zoals ze in het vervolg werd genoemd, een thuis en toevluchtsoord voor eenvoudige Bosschenaren.

Beeldenstorm en reformatie[bewerken]

Toen 's-Hertogenbosch op 22 augustus 1566 door de beeldenstorm getroffen werd, bracht men het beeld van de Zoete Moeder in veiligheid op het stadhuis. Later werd het weer in de kapel geplaatst, maar in 1629 viel de stad in handen van de protestanten, die het met de andere beelden van de Sint-Jan wilden verbranden. Twee karmelieten hadden het toen echter al naar de bisschop gebracht, die het in veiligheid had laten brengen bij Anna van Hambroeck, een katholiek verwante van de nieuwe gouverneur. Deze Anna smokkelde het beeld naar Antwerpen, en later werd het op verzoek van Aartshertogin Isabella, en met toestemming van de bisschop van bisdom 's-Hertogenbosch (Michael Ophovius), naar Brussel gebracht. Voorwaarde was dat deze stad het niet als haar eigendom zou beschouwen, maar aan het bisdom 's-Hertogenbosch zou teruggeven als daar het katholieke geloof zou zijn hersteld.

Brussel[bewerken]

In Brussel werd het beeld in hoge ere gehouden, het werd zelfs elk jaar in processie door de stad gedragen, net als in 's-Hertogenbosch het gebruik was geweest. De Brusselaars raakten bijzonder gehecht aan het Bossche genadebeeld, dat in de Sint Jacob op Koudenberg troonde op een altaar van gestucte wolken. Het kostte Den Bosch de grootste moeite om het beeld terug te krijgen. De mastodontbisschop monseigneur Zwijsen bemoeide zich ermee, en kreeg het op den duur toch gedaan: op 27 december 1853, het feest van Johannes de Evangelist (patroonheilige van de Sint Janskathedraal), keerde het beeld - onder grote belangstelling - terug naar haar kapel in de Sint-Jan. Het 75-jarige jubileum van deze terugkeer was de reden om de titel basiliek minores aan de kerk te geven.

Verering na 1853 (actueel)[bewerken]

Maria, als Zoete Lieve Vrouw van 's-Hertogenbosch of wel de Zoete Moeder wordt hedentendage nog steeds door mensen van heinde en verre het gehele jaar in de Bossche Sint- Janskathedraal bezocht. Het aantal kaarsen dat jaarlijks bij de Zoete Moeder wordt gebrand ter intentie van een gedachte, gebed en/of een bedevaart bedraagt ook in de 21e eeuw door de ontkerkelijking heen (schatting) het hoge getal van jaarlijks om en nabij 400.000. Vooral in de meimaand waarin Maria, als Moeder Gods, centraal staat in de katholieke geloofsverering vinden er veelvuldig bedevaarten vanuit de Meierij (streek ten oosten en ten zuiden van Den Bosch), de Langstraat (streek ten westen van Den Bosch) en de Bommelerwaard (streek in Gelderland ten noorden van Den Bosch) plaats. Wandel- en fietspelgrimages van 20 en 30 kilometer om dan nadien een van vele eucharistievieringen in de kathedraal bij te wonen op de zaterdagen (19.00 uur)-, zon- en feestdagen zoals Hemelvaart en Pinksteren vallend in de meimaand blijven traditioneel geliefd met vieringen om 7.00 uur, 8.30 uur, 10.00 uur en 11.45 uur. Vele koren en Brabantse gilden komen dan op bedevaart naar 's-Hertogenbosch.

Bidtocht op Moederdag[bewerken]

Na 1853 kon er weer een jaarlijkse processie met het Mariabeeld georganiseerd worden. De populariteit was groot, en in 1889 deden er naar schatting 15.000 tot 20.000 deelnemers aan mee. Vanaf 1916 kreeg de jaarlijkse processie een meer feestelijk karakter, wat de plechtige omgang werd genoemd. Een processie met gekostumeerde deelnemers, die historische taferelen uitbeeldden. Na de jaren vijftig nam de populariteit af, om in 1967 plaatste maken voor een processie met een veel met soberder karakter[1]. Het werd daarna de 'bidtocht' genoemd. Deze vindt nog steeds plaats op de tweede zondag in mei (Moederdag) Het is de traditionele route, die dan met de Zoete Moeder gelopen wordt. De gelovigen vergezellen de Zoete Moeder door de 14e eeuwse Bossche binnenstad, geflankeerd door vele blauw-witte (mariale) vlaggen aan de gevels. In de Bossche duiding is deze processieroute beter bekend als Beeweg. Sinds 2018 wordt de tocht gelopen na de eucharistieviering van 11.45 uur, welke dan aanvangt omstreeks 13.00 uur. De processie door de binnenstad kan alleen doorgang vinden als de weersvoorspellingen het toelaten. Aangezien het Mariabeeld kwetsbaar is, mag er geen regen voorspeld zijn. Deze 14e eeuwse middeleeuwse beeweg door de Bossche binnenstad kent tal van Mariabeelden aan de gevels.

Processieroute of beeweg[bewerken]

De beeweg gaat langs de straten/huizen in de Bossche binnenstad, waar volgens de overlevering, de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch in de 14e eeuw gelopen zou hebben ten tijde van een grote pestuitbraak. Volgens de overlevering zou zij dit alleen hebben gelopen. Aanvankelijk stond op de dag voorafgaande aan haar tocht, zo ook de overlevering schetst, een processie gepland om Haar voorspraak te vragen voor heil en genezing van de vele pestlijders. Vanwege het heel slechte weer op de dag van de processie was deze echter niet gehouden, maar daags erna in de vroege ochtend vond men het miraculeuze beeld van Maria midden in de kerk staand met besmeurd onderkleed. Nadien bleek op deze dag de wonderbaarlijke genezing van pestlijders langs de huizen van het binnenstedelijke stratenpatroon, waarlangs heden ten dage nog steeds de bidroute in de Bossche binnenstad wordt gelopen. Zowel op Moederdag in de meimaand als tijdens de Bossche Marianoveen, dit is een negen daagse bid- of voorspraaktraditie van de Zoete Lieve Vrouw die op 7 juli, Haar feestdag, jaarlijks aanvangt tot en met 15 juli. De traditie van het noveen bestaat sinds 1866. Ook tijdens deze julinoveen zijn de mariabeelden langs de beeweg versierd met wit-gele boeketten en mariale blauw-witte vlaggen.

Kapel[bewerken]

Buiten de meimaand vindt u de Zoete Moeder in haar eigen kapel aan de noordzijde in de Bossche Sint-Janskathedraal, traditioneel in een zee van bloemen en 100' en brandende kaarsjes. Veel Bosschenaren, Brabanders en andere bezoekers brengen wekelijks bloemen en steken na gebed een kaars aan. Aan de wanden van de kapel bevinden zich plusminus 1100 ex voto's (geschenken uit dank om genezing, verhoring of vertroosting) in grote schilderijachtige constructen geplaatst. Ook deze voorwerpen zijn geschenken van pelgrims (uit de 19e, 20e en 21e eeuw) die, vanuit hun geloofsbeleving Maria om haar voorspraak danken, via een stoffen wijze van dank die uitgesproken wordt voor steun in gebed, genezing en/of bemoediging. Helaas zijn de bijzondere verhalen achter deze geschenken niet zo opgetekend als die van het oude middeleeuwse mirakelboek. Wel is bekend wie dit heeft gedaan met de omschrijving van de schenking (bijvoorbeeld een zilveren been of zilveren hart). Omwille van de privacy wordt echter met deze gegevens, ook gelet op de huidige Europese privacywetgeving (AVG) terughoudend omgegaan.


links[bewerken]