Naar inhoud springen

Childerik I

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Childerik I
± 436 - ± 481
Kopie van de zegelring van Childerik met het opschrift REGIS CHILDERICI en langharig portret
Kopie van de zegelring van Childerik met het opschrift REGIS CHILDERICI en langharig portret
koning van de Franken
Periode 458 - 481
Voorganger Merovech
Opvolger Clovis I (Chlodovech)
Familie
Dynastie Merovingen
Childerik uitgerust met de aangetroffen grafvondsten

Childerik I of Hildirik[1] (ca. 436481/482) was een koning (rex) van de Franken, die als foederati (bondgenoot) in het Romeinse leger diende. Zijn graf, in 1653 teruggevonden te Doornik (België), was ongekend rijk. Hij was de laatste niet-christelijke koning van de Franken: zijn zoon en opvolger Clovis zou zich bekeren.

Het grootste deel van de vroege Merovingische geschiedenis is gebaseerd op het verslag van de 6e-eeuwse Gregorius van Tours. De datum van Childerics' eerste optreden wordt niet in de tekst gegeven, maar het was na de dood van keizer Avitus in december 456 (II. 11). 457 wordt om die reden als aanvang van zijn leiderschap beschouwd over de Franken. Dat jaar wordt ook gezien als het stervensjaar van Merovech, volgens Gregorius zijn vader. Van Gregorius komt ook het verhaal dat Childerik door zijn volk werd verstoten omdat hij zich zo vaak vergreep aan vrije en adellijke vrouwen dat dit niet meer aanvaard werd. Hierom zou Aegidius, de magister militum, hem hebben verbannen die vervolgens tot koning werd verkozen door de Franken. Childerik leefde acht jaar in ballingschap in Thüringen. Tijdens dit verblijf aan het hof van koning Bisinus leerde hij koningin Basina kennen. Ze vergezelde hem toen hij na acht jaar terugkeerde. Het is niet duidelijk of het verhaal over de verbanning meer is dan een legende.

Zie Gotische oorlog tegen Aegidius en Opstand van Eurik voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Childerik vocht enkele malen aan de zijde van de Romeinen, onder meer in de oorlog van de Goten tegen Aegidius in 463 bij Orléans en met Paulus tegen de Saksen in de Slag bij Angers in 469. Deze Saksen hadden zich aan de monding van de Loire gevestigd. Volgens de overlevering sloot hij later ook een verdrag met Odoaker, de militaire leider van Italië, die in 476 de laatste West-Romeinse keizer afzette, tegen de Alemannen die Italië waren binnengevallen.

Childerik keerde na de dood van Aegidius terug en nam diens positie als belangrijkste krijgsheer over[2]. Daarmee kreeg hij ook zeggenschap aan de Seine en rond Parijs. In de laatste fase van zijn bewind opereerde hij in het gebied tussen de Loire en Somme[3]. Volgens Gregorius van Tour stierf Childerik rond 481, doch was het niet zijn zoon Clovis die de meeste macht verwierf over het Romeinse rompstaatje, maar Syagrius de zoon van Aegidius.

Huwelijk, kinderen en overlijden

[bewerken | brontekst bewerken]

Gregorius van Tours noemt in zijn Geschiedenis van de Franken verschillende broers en zussen van Clovis, blijkbaar kinderen van Childerik:

  1. Clovis I (overleden 511), wiens moeder Basina was.
  2. Audofleda, koningin van de Ostrogoten, vrouw van Theodorik de Grote, zij hadden een dochter Amalasuntha.
  3. Lantechilde, die het Ariaanse geloof aanhing en zich met Clovis tot het katholicisme bekeerde.
  4. Abboflede, stierf omstreeks 500 kort nadat ze gedoopt was met Clovis.

Over het algemeen wordt het sterfjaar van Childerik geplaatst in 481 of 482 op basis van Gregorius' vermelding dat zijn zoon Clovis stierf in 511 en 30 jaar regeerde.[4]

Grafvondst en diefstal

[bewerken | brontekst bewerken]
De bijen die Napoleon inspireerden

Zijn graf werd op 27 mei 1653 intact gevonden op dertig meter van de Sint-Brixiuskerk te Doornik.[5] De doofstomme steenhouwer Adrien Quinquin, bezig met de funderingen van een nieuw armenhuis, was op een goudschat gebotst en had met zijn kreten de hele buurt doen toelopen.[6] Het zou later beloningen vergen om de verdonkeremaande schatten te doen restitueren.

Het gevonden graf is het enige uit de tijd van de Grote Volksverhuizing dat met zekerheid aan een historisch persoon is toegeschreven en gedateerd.[7] Het bevatte 21 paardenoffers, een complete wapenrusting (zwaard, messen, werpbijl, lans, schild), een muntschat, talrijke juwelen (typisch uit met granaat ingelegd goud) en een gouden stierenkop. De paardenoffers en andere tekenen wijzen erop dat hij niet christelijk begraven was, maar naar Germaans gebruik, echter zonder daarbinnen verdere precisering toe te laten.[8][9]

De zegelring met zijn naam (CHILDERICI REGIS)[10] toont een frontaal portret op halve lengte. Dat was typisch voor Romeinse dignitarissen, maar niet de personalisering die blijkt uit het lange haar, dat was voorbehouden aan Merovingische vorsten en prinsen. De lans in zijn rechterhand rust autoritair op zijn schouder. Hij is gekleed in een kuras met erboven een generaalsmantel (paludamentum). Een fibula die dergelijke mantels sloot, is in de schat teruggevonden. De meer dan honderd gouden munten, de meest recente geslagen door keizer Zeno van Byzantium, wijzen erop dat hij beschouwd werd als foedus met verantwoordelijkheid over de provincie Belgica Secunda. Zijn wapens waren dan weer typisch Frankisch: een lang zwaard, een kleine scramasax en een lans. Het geheel drukt zijn Germaans-Romeinse dualiteit uit. De uitzonderlijke rijkdom van de grafgiften was hoogst ongebruikelijk. Mogelijk spiegelde Childerik zich aan de Oost-Germaanse gewoonten die hij had leren kennen aan het hof van koning Bisin.

De vondst gaf aanleiding tot wat beschouwd wordt als het eerste wetenschappelijke verslag van een archeologische opgraving.[11] In opdracht van Leopold Willem van Oostenrijk kreeg historicus-lijfarts Jean-Jacques Chifflet toegang tot de vondsten. Hij beschreef ze nauwkeurig en liet er kopergravures van maken.[12] Later werden ze onderzocht door abbé Cochet.[13]

Na Leopolds dood kwam de Childerikschat in Wenen terecht. De Habsburgers schonken haar in 1665 grotendeels aan koning Lodewijk XIV van Frankrijk.[14] Die was volgens de overlevering maar matig onder de indruk en bracht ze onder in het Cabinet des Médailles van het Louvre. Daarna verhuisden ze naar de keizerlijke bibliotheek. In de nacht van 5 op 6 november 1831 werd bij een inbraak in de bibliotheek 80 kg buit ontvreemd, waaronder grote delen van de schat van Childerik. Toen de bende werd opgepakt, bleken de massief-gouden stukken te zijn omgesmolten, maar de met stenen ingelegde juwelen werden gerecupereerd. Ze waren aan de Pont Marie te water gelaten in leren zakken.[15]

De gouden bijen die op de mantel van Childerik waren gestikt, inspireerden Napoleon voor de symboliek van zijn keizerrijk. Ze boden koninklijke associaties en tegelijk afstand van de Fleur-de-lys van de Bourbons.

Bij nieuwe opgravingen in de jaren 80 bleek dat het graf zich bevond in een eigentijdse necropool. De grafheuvel van Childerik was ruim twintig meter in doorsnede en bevond zich naar Romeins gebruik nabij een weg aan de rand van de stad.[10]

Het bewaarde deel van de grafgiften, waaronder Childeriks zegelring, bevindt zich in de schatkamer van de Franse munt. In Wenen bevinden zich replica's die vóór de schenking van de schat gemaakt waren. Ze zijn op hun beurt gekopieerd voor het Römisch-Germanisches Zentralmuseum in Mainz. De beste versie van de zegelring is in het bezit van het Musée Dobrée in Nantes.[16]