Fibula (voorwerp)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fibula Braganza, Hellenistisch, ca. 250-200 v. Chr. (British Museum, Londen)
Romeinse fibulae uit Coriovallum, 1e eeuw na Chr. (Thermenmuseum, Heerlen)
Schijffibula van Rosmeer (Gallo-Romeins Museum, Tongeren)

De fibula (ook: mantelspeld of doekspeld)[1] is een historisch gebruiks- en siervoorwerp, dat dienst deed als sluitspeld voor kledingstukken. Het voorwerp, meestal van metaal, bezit daartoe een tweedelig sluitmechanisme in de vorm van een pen en een gaatje of beugel. De fibula kan gezien worden als de voorloper van de knoop en de ritssluiting.

Algemeen[bewerken]

De fibula was handig om mantels en andere kledingstukken (zoals de toga) op de schouder te bevestigen. Romeinse vrouwen droegen een stola boven hun tunica. Deze stola werd vastgebonden met een fibula. Ook de Grieken gebruikten fibulae voor hun peplos.

Het eenvoudigste kledingstuk was de rechte lap die om het middel werd gewikkeld. Later ging men een tweede lap om de schouders draperen. Zo ontstond de kleding van de Egyptenaren, Sumeriërs, Assyriërs, Grieken en Romeinen, waarbij de siergesp of fibula de lappen aan elkaar hield. Zij zagen gedrapeerde kleding als een kenmerk van beschaving.

In verschillende gebieden van Europa zijn fibulae gevonden; de oudste dateren uit 800 voor Christus. Deze fibulae hadden een strakke brochering achter of zijwaarts van het sieraad en aan de voorkant zilveren en gouden versieringen met o.a. koppen van dieren. Ook in het graf van Sutton Hoo is een fibula gevonden.

Deskundigen kunnen uit stijl- en vormkenmerken afleiden uit welke keizerperiode een Romeinse fibula afkomstig is. Ook in de vroegmiddeleeuwse tijd werden fibulae gebruikt. Veel fibulae zijn rijk versierd en gelden als museumstukken.

Voorbeelden in Nederland en België[bewerken]

Fibula van Wijnaldum, begin 7e eeuw (Fries Museum, Leeuwarden)

De fibula van Wijnaldum[bewerken]

Op de terp Tjitsma, enkele kilometer noordoostelijk van Harlingen, is in 1953 de voetplaat van een grote fibula gevonden. De speld werd echter door een ploeg beschadigd en was daardoor niet meer compleet. Amateurarcheologen zochten jarenlang met metaaldetectoren naar de ontbrekende deeltjes. In 1991-93 werd ter plekke opnieuw onderzoek gedaan door de universiteiten van Groningen en Amsterdam, waarbij ook de zilveren brug met gouden bekleding, het scharnier en deeltjes van de kopplaat werden teruggevonden. Alleen van de sierschijf is nog niets teruggevonden. De fibula dateert van begin 7e eeuw en wordt bewaard in het Fries Museum te Leeuwarden.

De fibula van Dorestad[bewerken]

De schijffibula van Dorestad is in 1969 gevonden in een put in Wijk bij Duurstede, het oude Dorestad. Het voorwerp is waarschijnlijk omstreeks 775-800 vervaardigd in Bourgondië en bevindt zich thans in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.

De schijffibula van Rosmeer[bewerken]

In de omgeving van de Diepestraat in Rosmeer (tussen Tongeren en Maastricht) werd in 1969 een Merovingisch grafveld uit de 7e eeuw blootgelegd. Eén vrouwengraf (graf nr. 90) bleek, ondanks het feit dat het geplunderd was, bijzonder rijk met onder andere een gouden fibula met filigraan- en inlegwerk, een gouden munt uit 610-620 na Chr. en een glazen beker. De schijffibula is versierd met een Grieks kruis, waardoor de broche als het vroegste christelijke sieraad in Haspengouw kan worden beschouwd.[2]

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Bergen C., Niekus, M.J.L.Th., Vilsteren van, V.T. (2002): Schatten uit het Veen. Zwolle: Waanders. ISBN 9040096627
  2. Igor Van den Vonder (2017): 'Merovingische pracht en praal'. In: Top or Topic. Archaeological Highlights & Mysteries from the Maastricht Area, p. 90. Tentoonstellingscatalogus Centre Céramique, Maastricht.