China

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf China (hoofdbetekenis))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Icoontje doorverwijspagina Zie China (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van China.
Samenvoegen van Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de tekst van Volksrepubliek China in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen deze artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).
China
China
De Chinese Muur
Naam (taalvarianten)
Vereenvoudigd 中国
Traditioneel 中國
Pinyin Zhōngguó
Wade-Giles Chung1 kuo2
Jyutping (Standaardkantonees) zung1 gwok3
Engels China
Standaardkantonees Chóng Kwôk
Yale (Standaardkantonees) jung1 gwok3
Weitouhua zung1 gwok2
Dapenghua Chong Kwôk
Hongkong-Hakka zung1 get5
Meixianhua zhung1 gwet7
Taiwan-Hakka Chûng-koet
Peng'im (Chaozhouhua) dong1 gok4
Minnanyu Tiong-kok
Mindong Dṳ̆ng-guók
Shanghainees [ʦuŋ koʔ]
Letterlijke vertaling land in het midden (van de wereld)

China is de benaming voor een groot gebied met een zeer lange geschiedenis, een oude beschaving en cultuur in Oost-Azië. Chinezen wonen tegenwoordig verspreid over alle delen van de wereld. 1,5 miljard Chinezen leven in de Volksrepubliek China, dat daarmee qua inwoners het grootste land ter wereld is. Andere belangrijke populaties bevinden zich in Taiwan, Singapore en andere gebieden in Zuidoost-Azië, evenals als minderheden in andere Aziatische en westerse landen, sommigen in zogenaamde Chinatowns, stadswijken waar veel Chinese migranten samenwonen.

Het Chinese hartland beslaat het vruchtbare gebied tussen de Stille Oceaan en de grote gebergtegordels, steppen en woestijnen van Centraal-Azië. Hoewel China gedurende zijn gehele geschiedenis in contact heeft gestaan met andere delen van Azië en Europa, waren de afstanden en fysieke barrières te groot voor grootschalige culturele uitwisseling. Daardoor ontwikkelde China een van Europa losstaande cultuur, en met name vanaf de 5e eeuw v.Chr. een eigen filosofie. Het gedachtegoed van Confucius speelt hierin een belangrijke rol. De vervulling van sociale plichten, een duidelijke sociale hiërarchie en handhaving van de maatschappelijke orde, maar ook zelfontplooiing, educatie en pacifisme staan centraal in de Chinese filosofie.

Het hartland van China werd evenwel pas in de 3e eeuw v.Chr. voor het eerst staatkundig verenigd onder de Qin-dynastie. De verdere geschiedenis kenmerkt zich door een afwisseling van verschillende staten en dynastieën. Perioden van eenheid wisselden zich af met perioden waarin verschillende staten elkaar bevochten. China veranderde in deze tijd aanzienlijk: het ontwikkelde eerder dan Europa een vroegmoderne samenleving. China ontwikkelde een bureaucratie gebaseerd op merites van het individu, een in hoge mate gemonetariseerde economie, en een samenleving waarin religies onderling versmolten of vreedzaam naast elkaar bestonden. Er werden technologische en wetenschappelijke ontdekkingen gedaan zoals het buskruit, het kompas, de klok, en de drukkunst, die zich later over de rest van de wereld verspreidden.

Het modernisme zoals dit zich in Europa ontwikkelde werd in de loop van de 19e eeuw door het Europese imperialisme aan China opgedrongen. De Chinezen namen veel van de ideeën, die soms haaks stonden op traditionele Chinese waarden, gretig over. Tegelijk verzetten zij zich echter tegen Europese militaire agressie en handelsverdragen. Nationalisme en roep om hervorming leidden tot het einde van de Qing-dynastie in 1912, toen Sun Yat-Sen de Republiek China stichtte. Ook deze ging echter snel ten onder. China beleefde daarna een burgeroorlog, een militaire invasie door Japan en het uitroepen van de volksrepubliek door Mao Zedong in 1949.

De volksrepubliek beheerst sindsdien het vasteland van China, verreweg het grootste deel van het land. Mao leidde enkele mislukte sociale experimenten die voor hongersnoden en sociale chaos zorgden, waaronder de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie. In deze tijd was de volksrepubliek gemeten naar inkomen per hoofd van de bevolking een van de armste gebieden ter wereld. Mao's opvolger Deng Xiaoping stelde de economie voorzichtig meer open. Sindsdien heeft China een verbazende economische groei doorgemaakt, waardoor het inmiddels de tweede economie ter wereld is. Tegelijkertijd ontwikkelde de Republiek China (Taiwan) zich tot een democratie, terwijl Singapore en Hongkong tot de belangrijkste handelssteden van Oost-Azië uitgroeiden. In respectievelijk 1997 en 1998 werden Hongkong (Brits) en Macau (Portugees) aan de volksrepubliek overgedragen. De economische groei ging gepaard met technologische ontwikkeling en grotere politieke macht en invloed in andere delen van de wereld.

Geografie[bewerken]

Satellietfoto van het geografische gebied China, waarin met gele lijnen de grenzen staan aangegeven van de huidige Volksrepubliek China

China kan zowel op politiek-historische als op fysisch-geografische gronden worden ingedeeld in een aantal verschillende gebieden. Het 'traditionele China' beslaat grofweg het Zuidoosten en midden van het vasteland van China en is de bakermat van de Chinese cultuur. Fysisch geografisch zijn hierbinnen drie belangrijke gebieden te onderscheiden:

  • Chinees laagland
  • Noord-Chinees bergland
  • Zuid-Chinees bergland

Naast dit kerngebied bestaat het huidige China uit een aantal andere gebieden, die zich kenmerken door een eigen geschiedenis en vaak ook door verschillen in taal en cultuur met de rest van China:

Tijdens de burgeroorlog waren deze gebieden weer onafhankelijk door het wegvallen van een centraal gezag. Na de overwinning van de communisten onder Mao Zedong in 1949 trok de overwonnen nationalistische regering zich terug op Taiwan, dat als het enige deel van China nog in handen van de nationalisten was. Sindsdien bestaan er de facto twee staten: de Republiek China (Taiwan), en de Volksrepubliek, die verreweg het grootste is.

De zogenaamde autonome gebieden zijn delen van de Volksrepubliek waar Chinezen rond 1950 nog een kleine minderheid van de bevolking vormden. Tibet had een sterk verschillende geografie, bevolking en cultuur, maar heeft historisch altijd sterke religieuze en economische banden met China gehad. Xinjiang werd oorspronkelijk voornamelijk bevolkt door Turkse volkeren waarvan de Oeigoeren de grootste groep zijn. Zij hebben meer taalkundige en culturele verwantschap met Centraal-Azië dan met China. Tibet en Xinjiang waren vanaf de Tang met tussenpozen vazalstaten of buitenposten van China, met name tijdens de vroege Qing-dynastie (1644-1912). De historische en culturele verwantschap tussen het autonome Binnen-Mongolië en de onafhankelijke republiek Mongolië blijkt al uit de naam.

Mantsjoerije werd, na een korte periode van onafhankelijkheid, in 1949 weer verenigd met China. Hongkong en Macau stonden in de 18de en 19de eeuw onder respectievelijk Brits en Portugees koloniaal bestuur. In Taiwan lagen al vanaf de 16e eeuw Europese handelsposten en het eiland heeft een lange geschiedenis van Europese kolonisatie, hoewel het cultureel nauw verwant is gebleven met het vasteland van China.

Bestuurlijk is China ingedeeld in 27 provincies en 7 regio's. Hoewel het centraal gezag vanuit Beijing in theorie strak is, genieten de provincies toch aanzienlijke autonomie in de wijze waarop ze de richtlijnen van Beijing uitvoeren.

Cultuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Chinese cultuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De term Chinese cultuur heeft betrekking op een veelheid aan tradities en religieuze gebruiken zoals deze in alle uithoeken van China gedurende de geschiedenis van China hebben bestaan en nog steeds bestaan. Het uitgestrekte land kent een grote verscheidenheid aan culturen en volkeren, zowel in het verleden als in het heden. De grootste etnische groep - met een grote onderlinge verscheidenheid - zijn de Han-Chinezen. China kent echter veel minderheidsvolken, waaronder Mongolen, Oeigoeren en Tibetanen.

Religie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook boeddhisme in China, islam in China, Christendom in China en Jodendom in China

In China hebben zich van oudsher de volgende religies en filosofieën ontwikkeld c.q. gevestigd:

De traditionele Chinese godsdienst is in feite een mengeling van de eerste vier hierboven genoemde tradities. Daarnaast kent China ook belijders van het christendom.

Taal[bewerken]

In China worden honderden verschillende talen gesproken. De meeste daarvan zijn dialecten die tot de Chinese talen gerekend worden, die onderling niet worden begrepen. Uit politieke of culturele overwegingen vermijdt men echter de term 'talen' en wordt het begrip fangyan (方言, letterlijk streektaal) vertaald met dialecten. De officiële taal in zowel de Volksrepubliek als op Taiwan, maar ook in Singapore is het Standaardmandarijn. In en rond Hongkong is de omgangstaal het Standaardkantonees, dat zowel in gesproken als geschreven vorm voorkomt. Rond Shanghai spreekt men Shanghainees, waarvan geen standaard bestaat. Veel etnische minderheden spreken naast een Chinese taal ook hun eigen taal.

Bevolking[bewerken]

De regering van de Chinese Volksrepubliek deelt de bevolking in in "nationaliteiten". Deze groepen komen echter niet altijd overeen met wat door antropologen als etnische groepen gezien worden. Volgens de officiële lezing behoort 94% van de bevolking van de volksrepubliek tot een groep die Han genoemd wordt, genoemd naar de Han-dynastie uit de eerste eeuwen voor Christus. De andere "nationaliteiten" vormen vergeleken met deze overweldigende meerderheid slechts kleine minderheden, waarvan het merendeel bestaat uit de oorspronkelijke bewoners van het noord- en zuidwesten van de volksrepubliek.

De grootste minderheden zijn de Oeigoeren, Tibetanen en Mongolen, de oorspronkelijke bevolkingsgroepen van respectievelijk Xinjiang, Tibet en Binnen-Mongolië. Beijing stimuleert de migratie van Chinezen (grotendeels Han) naar deze gebieden en sinds de laatste decennia van de 20e eeuw is het percentage van de bevolking in deze gebieden dat tot de oorspronkelijke groep behoort sterk gedaald. In Binnen-Mongolië is de Han de belangrijkste bevolkingsgroep geworden. De Oeigoeren zijn met name nog goed vertegenwoordigd in het westen van Xinjiang, ten zuiden van de Tian Shan en op de landbouwgronden van de oases in het Tarimbekken. In de steden en het oosten van Xinjiang zijn ze een minderheid in eigen land geworden. In Tibet is het grootste deel van de bevolking volgens de officiële cijfers nog altijd Tibetaans, maar ook hier stijgt het percentage Han.

Geschiedenis[bewerken]

Naam[bewerken]

De naam China is afgeleid van Qin (spreek uit:Tsjin), de naam van een van de staten die China vormden. Qin lag in het westen van China en onderwierp de overige Chinese staten waarna de Qin-dynastie werd gesticht in 221 v.Chr., de eerste Chinese dynastie waarin een keizer werd benoemd.

De Chinezen zelf hanteerden als officiële naam: Keizerrijk van de Grote naam-van-de-dynastie, bijvoorbeeld: Keizerrijk van de Grote Ming. De dagelijkse naam was en is voor Chinezen Zhōngguó (vereenvoudigd Chinees: 中国; traditioneel Chinees: 中國; pinyin: Zhōngguó). De officiële Chinese namen van de Volksrepubliek China en van de Republiek China (Taiwan) bevatten niet het karakter voor Qin, maar de karakters voor Zhōngguó. Het eerste deel van Zhōngguó betekent midden of centrum, het tweede deel betekent land of staat. Dit kan verwijzen naar het centrum van beschaving, zoals China zichzelf zag of naar het middelpunt van het land, te weten het gebied met de stad van de keizer. Wie de hoofdstad beheerste, belichaamde de centrale macht in China.

Dr. Sun Yat-sen, de grondlegger van het moderne China
1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van China voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

China is een van de vroegste centra van beschaving en wordt vrij vroeg in de wereldgeschiedenis een groot verenigd land met een geavanceerde cultuur op het vlak van kunst en wetenschap.

Er zijn aparte artikelen over verschillende periodes in de Chinese geschiedenis:

Zie ook[bewerken]