Talen in China

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In China worden veel verschillende talen gesproken. De grootste groep vormt de Chinese taalgroep. Meestal worden met de term Chinees talen uit deze groep bedoeld. Hiervan is het Mandarijn veruit het grootst. Hoewel de Sinitische taalgroep vaak worden samengevat onder de noemer Chinees vormen zij taalkundig gezien aparte talen, die onderling niet of nauwelijks worden begrepen.

De Chinese standaardtaal is het Standaardmandarijn, gebaseerd op het dialect van Peking. Deze taal wordt onderwezen in de scholen en gebruikt door de overheid en is de officiële taal in de Volksrepubliek, op Taiwan en een van de vier officiële talen in Singapore. In de Volksrepubliek zijn door de regering 56 minderheden erkend. Hun talen hebben in de door hen bewoonde gebieden een officiële status, naast het Standaardmandrijn.

Belangrijke minderheidstalen zijn het Tibetaans in Tibet, het Oeigoers in Xinjiang het Mongools in Binnen-Mongolië, waar Tibetaans, Oeigoers en Mongools gesproken, talen van een andere taalfamilie. In Guangdong, Hongkong, Macau en omgeving wordt Kantonees gesproken en naast het Standaardmandarijn ook geschreven. Vanwege hun koloniale verleden zijn Engels in Hongkong Portugees in Macau nog steeds belangrijk.

In de grensstreken worden ook Kazachs, Tadzjieks, Kirgizisch en Koreaans gesproken, in de provincies Yunnan en Guangzi worden veel talen uit de Tai, de Miao-Yao en de Austroaziatische taalfamilies gesproken.

De talen van de Taiwanese aboriginals behoren tot de Austronesische taalgroep.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Ramsey, S. Robert, The Languages of China, Princeton (Princeton University Press) 1987, ISBN 0-691-06694-9.
Een inleiding voor zowel de Chinese talen als de minderheidstalen in de Volksrepubliek.