Bosbouw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Samenvoegen van Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de tekst van Bosbeheer in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen deze artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).

.

Gezaagd naaldhout voor de papierindustrie

De bosbouw is een vorm van bosbeheer waarbij bos ten minste ten dele dient als natuurlijke hulpbron. Bij dergelijke deels of geheel op productie gerichte bossen is het verwerven van hout hoofd- of nevendoel. In Vlaanderen en Nederland zijn voor boseigenaren bosgroepen opgericht.

Natuurlijke en aangeplante bossen[bewerken]

Bij de bosbouw kan onderscheid gemaakt worden naar natuurlijke bossen en aangeplante bossen. Natuurlijke (in de zin van oorspronkelijke) bossen zijn in Nederland niet meer te vinden, Alle Nederlandse bossen zijn aangeplante vormen van secundair bos. Aanvankelijk alleen met het oog op de houtproductie en voor het vastleggen van zandverstuivingen. Hiervoor werd veel naaldhout aangeplant. Tegenwoordig is de ecologische waarde en de biodiversiteit veel belangrijker en wordt overwegend loofhout aangeplant. Resten van natuurlijke bossen, zoals het Woud van Białowieża in Polen, zijn in Europa slechts op weinig plekken nog aanwezig, wel elders bijvoorbeeld in de taigazone en in streken met tropisch regenwoud.

Houtproductie en houtteelt[bewerken]

Zowel natuurlijke als aangeplante bossen worden voor houtproductie door houtkap gebruikt. Natuurlijke bossen in tropische gebieden leveren onder meer tropisch hardhout. In de gematigde streken leveren bossen zowel naaldhout als hardhout. Op dit moment worden tropische bossen in hoog tempo gekapt, niet alleen met het oog op winst door houtproductie maar ook in sterke mate voor het scheppen van nieuwe landbouw- en veeteeltgebieden.

Bossen in Scandinavië leveren veel hout voor de papierindustrie. De papierindustrie gebruikt weinig hout uit Nederlandse bossen; Nederlands hout wordt wel gebruikt voor de productie van vezelplaten en palletten.[bron?] Bedrijfseconomisch gezien is houtteelt in Nederland niet rendabel. De overheid springt bij met verschillende subsidiemaatregelen om bosbouw mogelijk te maken.[bron?]

Duurzame bosbouw[bewerken]

Bomen worden gekapt om het hout te gebruiken als natuurlijke hulpbron, maar een deel blijft staan, zodat het bos op een duurzame manier terug kan aangroeien. Dit proces heet dunning.

Het begrip 'duurzaamheid' komt uit de bosbouw. Het werd in Duitsland in 1713 gemunt vanwege de tekorten aan hout in die tijd. De bosbouwkundige Hans Carl von Carlowitz legde de nadruk op een continue houtvoorziening maar beschreef ook al de esthetische waarden van bos.[1]

Hout uit duurzaam beheerde productiebossen heeft soms het FSC-keurmerk of een PEFC-keurmerk. Deze bossen zijn per definitie bosteeltkundig beheerde bossen. In dergelijke 'duurzaam' beheerde productiebossen kan selectief gekapt worden. Dat wil zeggen dat er alleen bepaalde bomen gekapt worden en de rest langer blijft staan. Daarnaast kan ook kaalslag plaatsvinden, waarbij op een perceel vrijwel alles ineens wordt gekapt. Bij selectieve kap kan het bos in stand gehouden worden door natuurlijke verjonging uit jonge bomen die soms al voor de kap opgekomen waren, of door zaden die bijvoorbeeld door de overblijvende bomen geproduceerd worden. Bij selectieve kap zullen veelal schaduwtolerante soorten zich verjongen, die horen bij de latere ontwikkelingsstadia van het bos. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld beuken, esdoorns en essen. Bij kaalkap moeten de zaden doorgaans van verder komen en zullen de jonge bomen meer aan weersinvloeden blootstaan. Daardoor zullen vaak andere bomen zich vestigen, namelijk soorten die bij de beginstadia van bosontwikkeling horen. In Nederland zijn dit vaak berken, grove dennen of wilgen. Als natuurlijke verjonging niet goed van de grond komt, kunnen er hulpmaatregelen genomen worden, zoals het bewerken van de bodem of het beschermen tegen wildvraat. Eventueel kan er ook gezaaid worden.
Een alternatief voor natuurlijke verjonging is aanplant. In Nederland vindt uit kostenoverwegingen meer en meer natuurlijke verjonging plaats.

Nevenfuncties naast houtproductie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Bosbeheer en Bosbeheer en biodiversiteit

Een steeds belangrijker wordend aspect bij bosbouw is het bevorderen van biodiversiteit. Traditioneel bosteeltkundig beheerde bossen zijn vrijwel altijd aanzienlijk armer aan soorten en eenvormiger van structuur dan niet door de mens beheerde bossen. Een bos waar ook dode bomen in staan of liggen is een 'levendiger' bos dan bos met alleen levende bomen, omdat op en in het dode materiaal talloze organismen leven. In als productiebos beheerde bossen werden aanvankelijk alle omgewaaide en dode bomen uit het bos verwijderd. Sinds er meer aandacht is voor de natuurwaarde van productiebossen blijft in veel bossen meer dood hout achter. Dit is zowel voor het bereiken van de in het beleid vastgestelde natuurdoelen als om financiële redenen aantrekkelijk. Uiteraard vergt de houtproductie het periodiek verwijderen van levende bomen uit bosteeltkundig beheerde bossen.

Tot de jaren zeventig waren bosbouw en natuurbeheer in Nederland twee verschillende vakgebieden, hoewel er altijd veel overleg tussen bosbouwers en natuurbeschermers is geweest. Vanwege de vele pleidooien door moderne bosbouwkundigen van bijvoorbeeld Pro Silva en de groep Stichting Kritisch Bosbeheer voor een natuurlijker bosbeheer, kwam er meer discussie over de relatie tussen bosbouw en natuurbeheer. Ook zware stormen in 1972 en 1973 droegen bij tot het inzicht dat het bos ook een natuurlijk ecosysteem is en meer dan een 'houtvoorraad'. Sindsdien worden de Nederlandse bossen meer beheerd als bosecosysteem en minder als 'houtakker'. Bosbeheerders bij de natuurbeschermingsorganisaties geven de natuurlijke processen meer ruimte. Er is ook meer aandacht voor een natuurlijker soortensamenstelling en bosstructuur. Toch bevatten veel bossen vooral economisch interessante boomsoorten. Soorten als linde, taxus, iep, wilde appel, wilde peer zijn in deze bossen hoogst zeldzaam of verdwenen. Naast houtproductie vragen tegenwoordig ook natuurbehoud, recreatie, klimaatverandering, landschapszorg, bodem- en drinkwaterbescherming en andere maatschappelijke thema's de aandacht van de bosbeheerder.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Portal.svg Portaal Landbouw