Heemtuin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jacobus Pieter Thijsse

Een heemtuin, heembos of heempark is een kunstmatig, veelal omheind landschapselement, bedoeld om de inheemse, wilde flora en fauna te laten zien. Het begrip is geïntroduceerd door Jac. P. Thijsse (1865-1945).

Het oorspronkelijke idee van Thijsse was dat van een educatief plantsoen dicht bij de mensen. De nadruk lag niet op soortenkennis maar op inzicht in levensgemeenschappen. Thijsse kreeg voor zijn 60-ste verjaardag in 1925 het gebiedje Thijsse's Hof in Bloemendaal. Hij richtte het samen met Leonard Springer in met diverse plantengemeenschappen uit Kennemerland. Thijsse's Hof is daarmee de oudste heemtuin van West-Europa.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 1960[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren zestig van de twintigste eeuw waren heemtuinen populair. Veel scholen hadden een kruidentuin, wildtuin of arboretum en noemden die gewoonweg heemtuin. Dat hier ook insecten en dieren leefden, was leuk, maar geen hoofdzaak.

In de volgende decennia zouden het explosief groeiend gebruik van insecticiden, kunstmest en industriële landbouwmethodes het bestand aan insecten, insecteneters, grondbroeders, waterwild, vissen, amfibieën en reptielen echter decimeren.

Omstreeks 1980[bewerken | brontekst bewerken]

Teruggrijpend naar de bekommernis van Thijsse ook om insecten en vogels, verlegde de nadruk binnen de heemtuin zich in de jaren tachtig, zeker als die tuin mogelijkheden bood als toevluchtsoord of zelfs ersatz habitat voor bedreigde diersoorten.

In Vlaanderen, waar nooit een onderscheid werd gemaakt tussen een heemtuin en een heembos, kwam de nadruk te liggen op biodiversiteit en minder op het publiek toegankelijk of educatieve karakter.

Vanaf 1990[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren negentig kwamen er in Vlaanderen milieunormen in de vorm van VLAREM I, II en III en het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (1997). Gemeenten maakten verordeningen die de streekeigen vegetatie definieerde die vervolgens overal in de publieke ruimte werd aangeplant. Veel schooltuinen verdwenen, maar de publieke heemtuin aan de rand van de stad bleef en kreeg een meer recreatieve functie voor wandelaars en fietsers.

Heemtuinen werkten nu vaak aan de reconstructie van het landschap zoals zich dat op die bepaalde plaats ergens in het verleden had voorgedaan maar dat door monoculturen, verschraling of overbemesting teloor was gegaan.

De 21ste eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

Veel oorspronkelijke heemtuinen zoals Thijsse die zag, zijn grotendeels verdwenen. Tot de uitzonderingen behoren Thijsse's Hof in Bloemendaal, Veermanshof te Wijhe, Thijssepark in Amstelveen en Heemtuin Rucphen, die nog steeds als educatieve heemtuinen worden onderhouden. Er zijn wel kruidentuinen, thema-tuinen, eco-tuinen en meer inheemse aanplantingen in de openbare ruimte voor in de plaats gekomen. Ook in particuliere tuinen is meer aandacht voor inheemse flora en fauna. Heemtuinen kunnen daarbij voor inspiratie zorgen.

Aanleg van een heemtuin[bewerken | brontekst bewerken]

Ingrepen die voor de aanleg van een heemtuin vaak noodzakelijk zijn:

  • Aanbrengen van natuurlijke afrasteringen voor mens en dier, bijvoorbeeld door de aanplant van (sleedoorn, meidoorn en rozen en door het plaatsen van wilgenvlechtwerk
  • Ingrijpen in de waterhuishouding (sloten en meren aanbrengen, bemaling stoppen)
  • Creëren of nivelleren van reliëf in het landschap
  • Erosie tegengaan (natuurlijke windschermen, grassen)
  • Ingrijpen in de bodemgesteldheid of van de bodemsamenstelling
  • Beheersen van ongewenste woekerende en storende plantengroei
  • Beheersen van schadelijke populaties zoogdieren (zwerfkatten, konijnen, waterratten)
  • Natuurlijke bestrijding van ziekten en plagen
  • Creëren van beschutting voor nuttige dieren
  • Uitzetten en beheren van nuttige dieren (schapen, bijen)
  • Aanplanten of zaaien van inheemse flora
  • Kweken van zaden en vruchten als voer voor aan te trekken diersoorten

Lijst van heemtuinen[bewerken | brontekst bewerken]

In een overzicht van Stichting Oase, worden in Nederland ongeveer 130 grotere en kleinere heem- en natuurtuinen opgesomd, in België zeven.[1]

Tot de heemtuinen behoren:

In Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

In België[bewerken | brontekst bewerken]