Woud van Białowieża

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oerbos van Białowieża
Werelderfgoed natuur
Wisenten.
Wisenten.
Land Vlag van Wit-Rusland Wit-Rusland
Vlag van Polen Polen
Coördinaten 52° 40′ NB, 23° 50′ OL
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ix en x
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 33
Inschrijving 1979 (3e sessie)
Uitbreiding 1992
2014
Ligging van het Oerbos van Białowieża.
Ligging van het Oerbos van Białowieża.
UNESCO-werelderfgoedlijst

Het Woud van Białowieża of Oerbos van Białowieża (Pools: Puszcza Białowieska; Wit-Russisch: Белавежская пушча, Belavezjskaja Poesjtsja) is een relict van de eens uitgestrekte laaglandoerbossen van Centraal-Europa dat nog in een min of meer natuurlijke staat is. De totale oppervlakte van het gebied is circa 1.500,69 km².[1][2][3] Ongeveer 876 km² ligt tegenwoordig in Wit-Rusland en 624 km² ligt in Polen. In 1945 werd door middel van het Jalta-akkoord overeen gekomen dat de grens tussen de Sovjet-Unie en Polen door het Oerbos van Białowieża ging lopen. Deze grens bestaat vandaag de dag nog steeds en wordt sinds de ontbinding van de Sovjet-Unie gedeeld tussen Polen en Wit-Rusland.[4]

Algemene informatie[bewerken]

Het Oerbos van Białowieża was het favoriete jachtdomein van de middeleeuwse Poolse koningen en vervolgens de Russische tsaren. Het boscomplex werd goed beheerd en beschermd door de opzichters van het gebied. Dit is ook de reden dat het Oerbos van Białowieża het laatste gebied was waar de laaglandwisent (Bison bonasus bonasus) in het wild voorkwam. De Eerste Wereldoorlog bracht echter de genadeslag voor de soort en stierf ook hier uit. De laatste wisenten werden in 1919 gezien. Na de Eerste Wereldoorlog werd met succes een poging ondernomen om de wisent van de ondergang te redden. Er werd een stamboek gemaakt om wisenten te fokken die overgebleven waren in dierentuin- en privécollecties. In 1952 begon de herintroductie in het Poolse deel van het Oerbos van Białowieża. Het jaar daarop volgde het Wit-Russische gedeelte.[2]

In Polen valt een deel van het boscomplex onder het Nationaal Park Białowieża en heeft een grootte van 105,173 km². Het nationaal park werd opgericht in 1932 en is gelegen ten noorden van het gelijknamige dorp Białowieża.[3] Bovendien werd het Nationaal Park Białowieża in 1979 toegevoegd aan de lijst van natuurerfgoederen van UNESCO. In 1992 werd daar het gehele Wit-Russische deel, het Nationaal Park Belavezjskaja Poesjtsja aan toegevoegd. Een tweede uitbreiding van de werelderfgoedinschrijving volgde in 2014. Hierbij werd een groot deel van het bos aan de Poolse zijde toegevoegd.[5]

Het zuiden van het Nationaal Park Białowieża (Poolse deel) is strikt beschermd en kan alleen met een gids worden bezocht. Het gedeelte van het nationaal park dat onder het "Beschermd Gebied Hwoźna" valt is wel vrij te bezichtigen.[6] Er is in zowel de Wit-Russische als de Poolse zijde een wisentreservaat aanwezig, waar dieren worden gehouden die inheems zijn in het bos of ooit inheems waren. Het Poolse Wisentreservaat is gemakkelijk te bereiken vanaf de provinciale weg tussen Białowieża en Hajnówka.[7] Het wisentreservaat in Wit-Rusland is gelegen bij de plaats Kamenjoeki.[8]

Klimaat[bewerken]

Het Oerbos van Białowieża ligt in de overgangszone van de continentale en boreale klimaatzone. De gemiddelde jaarlijkse neerslag is 640 mm, maar fluctueert sterk.[9] Hiervan valt twee derde tussen april en oktober. De gemiddelde temperatuur in januari is -5°C en in juli is dit 18°C.[4]

Biotoop[bewerken]

De bodemstructuur van een eiken-linden-haagbeukenbos (Tilio-Carpinetum).

Eén van de meest kenmerkende bostypen in het Oerbos van Białowieża is het eiken-linden-haagbeukenverbond (Tilio-Carpinetum). Het is in dit bostype mogelijk om eeuwenoude zomereiken (Quercus robur), winterlindes (Tilia cordata), haagbeuken (Carpinus betulus), Noorse esdoorns (Acer platanoides), fijnspar (Picea abies) en de zeldzame bergiep (Ulmus glabra) aan te treffen. Andere opvallende bostypen zijn het elzen-essenbronbos (Fraxino-Alnetum) en het elzenmoerasbos (Ribeso-Alnetum), waarin de zwarte els (Alnus glutinosa) de belangrijkste boomsoort is.[10] Ook zijn er zeer natte boreale sparrenbossen (Sphagno-Girgensohnii Piceetum), ook sparrenbroekbos genoemd, waarin de fijnspar de meest belangrijke boomsoort is. Een voorbeeld hiervan is te zien in het «Reservaat Wysokie Bagno», ten oosten van het dorp Białowieża. Ook stromen er kleine rivieren door het gebied, zoals de Narewka, Łutownia, Roedavka, Hwoźna en Orłówka. In de stroomdalen van deze rivieren zijn rietlanden en vochtige graslanden beeldbepalend.[11] In het noordoosten van het boscomplex ligt tevens een uitgestrekt veenmoeras.[9]

Flora en fauna[bewerken]

Fluiters (Phylloscopus sibilatrix) zijn zeer algemeen in het oerbos van Białowieża.

Er komen meer dan 1.200 plantensoorten voor, waaronder de Noordse aalbes (Ribes spicatum), grote muur (Stellaria holostea), bosanemoon (Anemone nemorosa), leverbloempje (Anemone hepatica), voorjaarslathyrus (Lathyrus vernus), donkersporig bosviooltje (Viola reichenbachiana) en ongevlekt longkruid (Pulmonaria obscura).[10][11][12][13] In het bos zijn bevers (Castor fiber) en wisenten geherintroduceerd. Naast deze soorten leven er ook vele andere zoogdieren, zoals de wolf (Canis lupus), Euraziatische lynx (Lynx lynx), eland (Alces alces), edelhert (Cervus elaphus), ree (Capreolus capreolus), wezel (Mustela nivalis) en wild zwijn (Sus scrofa). Ook is het gebied welbekend onder ornithologen. Er komen in het Białowieża Nationaal Park onder andere negen soorten spechten voor, kleine vliegenvangers (Ficedula parva), withalsvliegenvangers (Ficedula albicollis), ruigpootuilen (Aegolius funereus), dwerguilen (Glaucidium passerinum), schreeuwarend (Clanga pomarina) en hazelhoen (Tetrastes bonasia).[4][13] Aan de Wit-Russische zijde leven voorts laplanduilen (Strix nebulosa). In de veenmoerassen van Dikoje, in het noordoosten van het Oerbos van Białowieża, leeft een forse populatie waterrietzangers (Acrocephalus paludicola).[4][9] Ook zijn er circa 3.000 schimmels vastgesteld.[4] In het voorjaar is o.a. de zeldzame rode bekerzwam (Sarcoscypha coccinea) te zien.[13]

Bedreigingen[bewerken]

Het bos is onderwerp van veel biologische studies en delen de status van natuurreservaat, maar niet onbedreigd. Doordat het bos eeuwenlang de status van koninklijk jachtterrein had, werd het beschermd voor uitgebreide kap. Toch zijn vele diersoorten daardoor uitgeroeid en later weer opnieuw geïntroduceerd. De Russische tsaren hebben in de 19e eeuw, toen dit deel van Polen onder hun heerschappij viel, een wegenstelsel in de vorm van een ruitpatroon laten aanleggen met onderlinge afstanden van een Russische werst (ongeveer 1,067 kilometer). Zo kon men gemakkelijker diep in het bos komen. Dat wegenpatroon ligt er nog steeds. De Duitse bezetters legden in de Eerste Wereldoorlog een spoorwegennet aan om zo sneller het gekapte hout te kunnen afvoeren. Sinds die tijd is de kap van het bos doorgegaan tot op de dag van vandaag. Poolse en Wit-Russische wetenschappers maken zich zorgen over de toekomst van het bos. In Wit-Rusland is in de tweede helft van 2003 nog een oppervlakte van 300 hectare van dit oerbos gekapt. Al decennialang zijn er plannen om het gebied met de status nationaal park in Polen uit te breiden. De Poolse regering echter is eind 1999 gezwicht onder de druk van plaatselijke jagers, houtvesters en recreatie-ondernemers en heeft dit tot nu toe niet aangedurfd. Wel is de houtkap in 2012 beperkt.

Overig[bewerken]

  • In het Wit-Russische deel van het bos werd op 8 december 1991 door de leiders van de Russische, Oekraïense en Wit-Russische Sovjetrepublieken de overeenkomst tot ontbinding van de Sovjet-Unie gesloten.[4]

Zie ook[bewerken]

De UNESCO-werelderfgoederen:

Overige plaatsen rondom het Woud van Białowieża:

Afbeeldingen[bewerken]