Naar inhoud springen

Euraziatische lynx

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Euraziatische lynx
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2014)
Euraziatische lynx in het Nationaal Park Bayerischer Wald
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Carnivora (Roofdieren)
Familie:Felidae (Katachtigen)
Geslacht:Lynx (Lynxen)
Soort
Lynx lynx
(Linnaeus, 1758)
Originele combinatie
Felis lynx
Verspreidingsgebied (IUCN, 2010 of eerder)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Euraziatische lynx op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren
Zijaanzicht spp. carpathicus (Nationaal Park Bayerischer Wald)

De Euraziatische lynx of los (Lynx lynx) is een katachtig roofdier ter grootte van een grote hond. De Euraziatische lynx leeft diep in wouden en gebergten verspreid over Europa en Azië, en komt met name voor in de boreale zone van Noord-Europa en Rusland, met geïsoleerde populaties in Centraal-Europa en -Azië. In verschillende landen in Centraal-Europa zijn herintroductieprogramma's opgezet om de populatie van de Euraziatische lynx te stabiliseren of verder te laten toenemen. De Euraziatische lynx is verwant aan de andere Europese lynx, de pardellynx (Lynx pardinus), op het Iberisch Schiereiland.[1]

De wetenschappelijke naam van de soort werd als Felis lynx in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus in Systema naturae.[2]

De naam "lynx" stamt waarschijnlijk af van Lynceus uit de Griekse mythologie, waarvan werd gezegd dat hij zo'n scherp zicht had dat hij door de aarde heen kon kijken. De naam zou dan verwijzen naar het uitstekende gezichtsvermogen van lynxen.[3]

spp. lynx met rozetten in de tekening (Natuurpark Langedrag)
spp. lynx in bleek winterkleed (Dierentuin Kristiansand)

De lynx heeft karakteristieke 'bakkebaarden' in zijn kraag, zwart gepluimde oren en een kort stompstaartje met een zwart uiteinde. Hij staat hoog op de poten. Lynxen zijn goed tegen kou bestand, dankzij de dichte vacht en de lange haarplukken tussen de voetkussens die de zool beschermen ('sneeuwschoenen'). De gepluimde oorschelpen zijn uiterst nuttig voor het opvangen van zelfs de zwakste geluiden.

De grondkleur van de vacht is in de zomer okergeel-bruin en het winterkleed is bleker, zandkleurig en dikker. De onderzijde is lichter van kleur dan de rest van de vacht. De tekening bestaat uit donkere vlekken verspreid over het lichaam, die soms samen komen en strepen (o.a. als aalstreep) of rozetten vormen. Vooral de ledematen zijn prominent gevlekt. De ondersoorten uit het poolgebied hebben veelal een vage tekening, terwijl de meer zuidelijkere ondersoorten een groter contrast tussen de tekening en de achtergrond hebben.

De kop-romplengte ligt bij een volwassen lynx tussen de 80 en 110 cm, de schofthoogte rond de 60–75 cm (gemiddeld 65 cm). Het staartje wordt 16–23 cm lang. Euraziatische lynxkaters wegen 18–25 kg (soms tot wel 38 kg), en de wijfjes 12–16 kg.[4]

Het dier leeft solitair en territoriaal.[4] De mannetjes hebben aparte territoria die overlappen met die van de wijfjes, echter er is er weinig overlap met die van de gelijke seksen.[4] Als hol wordt meestal een rotshol gebruikt, maar dit kan ook een dassenburcht of dicht struikgewas zijn. De omvang van een territorium is ongeveer 120–1.000 km² voor mannetjes en 80–500 km² voor vrouwtjes.[4] Hij heeft een voorkeur voor volwassen, dichtbegroeide naaldwouden en gemengde bossen, met veel bomen en een dichte ondergroei. Ook komt hij voor in steile rotsgebergten tot 1.000 meter hoogte. Een enkele keer wordt hij tot op 2.000 meter hoogte aangetroffen.

Euraziatische lynxen hebben geen natuurlijke vijanden, maar er zijn gevallen bekend waarin ze zijn gedood door tijgers, wolven en veelvraten.

Lynxen zijn uitsluitend vleeseters en jagen voornamelijk in de schemering, al is dit afhankelijk van het moment van de dag waarop hun voornaamste prooidieren actief zijn.[5] Het zijn geen opportunistische jagers; ze jagen voornamelijk op hazen (Lepus), reeën (Capreolus capreolus), gemzen (Rupicapra rupicapra), edelherten en rendieren.[4][3] Ook knaagdieren, kleine hoefdieren (e.g. schapen) en hoendervogels als patrijzen (Perdix perdix) en korhoenders (Lyrurus tetrix) worden gegrepen. De meeste dieren, waaronder hazen, worden vanuit struiken beslopen. Een groter prooidier als een ree wordt doorgaans vanuit een hinderlaag belaagd, waarna het dier in de keel wordt gegrepen.

De lynx eet gemiddeld één kilogram per dag. In Beieren bleek uit onderzoek dat de ree driekwart van het menu uitmaakt. Omdat een ree te groot is om in één keer op te eten, kan een lynx soms zes dagen achter elkaar terugkomen naar een prooidier om hier nog van te eten. Deze kennis wordt gebruikt bij populatiemetingen. Jagers vinden soms prooien van lynxen, waarna wildcamera's geïnstalleerd kunnen worden met bewegingsmelders om de dieren vast te leggen.

Een lynx is voortdurend bezig met het patrouilleren van zijn territorium op zoek naar prooidieractiviteit. Bekend is dat lynxen wildwissels voortdurend op recente betreding inspecteren. Het is overigens niet waar dat lynxen enkel zieke en zwakkere dieren aanvallen. Ze vallen met name onoplettende dieren aan. Slechts een klein gedeelte van de aanvallen is succesvol (één op de zes), waardoor eerder opgejaagde dieren oplettender worden en de lynx zich moet verplaatsen naar een ander gedeelte van zijn territorium, waar de prooien eenvoudiger te vangen zijn.

Voortplanting

[bewerken | brontekst bewerken]
Een welpje in naaldhout

De paartijd loopt van januari tot maart, waarna na een draagtijd van ongeveer 74 dagen de jongen in mei of juni worden geboren.[4] De lynx krijgt per worp tussen de één en de vier (gemiddeld 2) jongen.[4] De oogjes gaan na 16 à 17 dagen open. De zoogtijd duurt twee tot vijf maanden. Ze verlaten het nest voor het eerst na 4 maanden. Ze blijven ongeveer 12 maanden bij de moeder. Het mannetje speelt in de regel geen rol in de zorg voor de jongen. De moeder zorgt alleen voor het voeden en grootbrengen van de welpen.

Een mannetje is na ongeveer 30 maanden geslachtsrijp, een vrouwtje na 22 maanden. Een lynx wordt maximaal 20 jaar oud, gemiddeld 15 jaar in het wild en 17 jaar in gevangenschap. De oudste Euraziatische lynx is 26 jaar geworden, in gevangenschap.[6][7]

Verspreiding en ondersoorten

[bewerken | brontekst bewerken]
Detail kop spp. carpathicus (Alpenzoo)
Zijaanzicht spp. lynx (Bjørneparken)

Er worden zes ondersoorten van Lynx lynx onderscheiden:[1][8][3]

De volgende ondersoorten zijn beschreven, maar moeten verder onderzocht worden om hun status als ondersoort te bevestigen:[1]

Voorkomen in Europa

[bewerken | brontekst bewerken]

De lynx kwam voorheen voor in grote delen van Europa, van Centraal-Frankrijk en de Pyreneeën tot de Balkan. Het dier is echter in Europa in veel streken uitgeroeid omdat hij schade zou aanrichten aan de wildstand en het vee.

Daar waar hij nog aangetroffen wordt, is het een beschermd dier. Op sommige plaatsen neemt zijn aantal zelfs weer toe, zoals nu in delen van Europa. Vanaf 1970 werd de soort geherintroduceerd in de Alpen van Frankrijk en Zwitserland (1971), de Jura, de Vogezen en de Harz (2000). In Oost-Europa zijn ze nooit uitgeroeid geweest. In 1960 was de soort verdwenen uit West-Europa, maar nu zijn ze in de meeste landen weer aanwezig. In 2012 dook de lynx na meer dan een eeuw weer op in Hongarije, waarschijnlijk vanuit Slowakije.[9]

Na circa een eeuw[10] afwezigheid komt de lynx sinds circa 2002 weer in de noordelijke Ardennen van België voor, in onder andere Vielsalm en sinds 2005 in de Voerstreek.[bron?] Dit is de noordwestelijke grens van het verspreidingsgebied en sluit aan op de populaties in de Eifel en de Vogezen. In 2020 werd een lynx in de Semoisvallei gefotografeerd.[11][12]

De lynx kwam in ieder geval nog tot diep in de middeleeuwen in Nederland voor. Uit de administratie van de toenmalige 'edele' slagers, die hun vlees van de edele jachthouding afnamen, blijkt dat de aanlevering van lynxen met enige regelmaat plaatsvond.[bron?] Ook is er een schedel met onderkaak gevonden bij een Romeinse nederzetting bij Valkenburg, maar het is niet zeker of deze lynx in Nederland is gevangen.[13] In de netten van Nederlandse Noordzeevissers worden nog geregeld schedelfragmenten en beenderen van de lynx uit de ijstijd aangetroffen.[bron?]

Deskundigen gaan ervan uit dat er nooit sprake is geweest van de afschot van de laatste Nederlandse lynx, maar dat de lynx samen met de wolf rond 1890 in Nederland uitstierf.[bron?] Maar ook dat is niet zeker, aangezien lynxen treklustige, solitaire dieren zijn, in tegenstelling tot de wolf, die vaak vaste jachttrajecten hanteert in een roedel. Volgens de officiële lezing is de lynx in Nederland echter uitgestorven.[12]

Toekomstperspectief voor de lynx in Nederland

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast zichtwaarnemingen in de provincie Limburg zijn er vanaf 1999 ook waarnemingen in de provincie Gelderland. Voor Alterra was dit aanleiding om een onderzoek in te stellen naar de huidige status van de lynx op basis van onderzoek naar de betrouwbaarheid van zichtwaarnemingen in Nederland sinds 1988. Ook waarnemingen in de bosachtige omgeving van Kootwijk werden daarbij onder de loep genomen. Nieuwe waarnemingen kunnen bij Waarneming.nl gemeld worden. Tot 2009 werden daar drie waarnemingen gemeld, allemaal in Limburg. Onderzoek met onder andere cameravallen in de buurt van het drielandenpunt van Nederland, België en Duitsland, leidde niet tot een waarneming. Op 12 mei 2009 meldde De Telegraaf dat er een lynx was gesignaleerd in Drenthe.

Potentiële leefgebieden

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1991 is een rapport verschenen over de herintroductie van lynxen in Nederland waarin de conclusie wordt getrokken dat de Veluwe 10 tot 25 lynxen zou kunnen voeden. Dat is echter een te kleine populatie om op lange duur zelfstandig te kunnen voortbestaan. Inmiddels is de ecologische hoofdstructuur van Nederland volop in ontwikkeling en sluit de Veluwe (opp. ca. 900 km²) vrijwel aan op de Utrechtse Heuvelrug en Duitsland, waardoor een populatie in verbinding kan komen te staan met andere Europese populaties.[12] Hierdoor zou het inteeltrisico verminderen en kan de aanwezigheid van de lynx in Nederland realiteit worden.

Huidige Europese populaties

[bewerken | brontekst bewerken]

Naar schatting leven er in totaal 9.400 Euraziatische lynxen in Europa in 2023, een toename van 12% ten opzichte van 2016. De populatie van de ernstig bedreigde Balkanlynx-ondersoort (spp. balcanicus) blijft geïsoleerd en klein, met een aantal van slechts 34 dieren. In 2023 telde het totale Europese leefgebied bijna 1,5 miljoen km², een toename van 21% in de 7 jarige meting. Echter een groot deel hiervan is te danken aan wijzigingen in de meetmethode voor de grote populaties in de Karpaten en de Baltische staten.[4][14] De soort komt in Europa niet voor op de Britse eilanden en in Denemarken, Nederland, Luxemburg, Portugal, Spanje, Griekenland en het Europese deel van Turkije.[4][b]

Lynx lynx–populaties in Europa[b][4][15][16][17]
Naam Landen Aantal[4]

(2017–'22/'23)

Trend
spp. lynx Noord-Europa Totaal: 5889
Karelië Finland 2483 stabiel
Scandinavië Noorwegen, Zweden 1820 toename
Baltisch gebied Estland, Letland, Litouwen, Polen, Oekraïne 1555 toename
Pommeren Polen 31 toename
spp. carpathicus Oost- en Centraal-Europa Totaal: >3339
Karpaten Roemenië, Slowakije, Polen, Oekraïne, Tsjechië, Hongarije, Servië, Bulgarije 2687 toename
Alpen Zwitserland, Slovenië, Italië, Oostenrijk, Frankrijk 255[c] toename
Bohemen-Beieren-Oostenrijk Tsjechië, Duitsland, Oostenrijk 135 toename
Dinarische Alpen Slovenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina 130[d] stabiel of afname
Jura Frankrijk, Zwitserland >69 langzame toename
Harz Duitsland 46 langzame toename
Vogezen-Paltserwoud Frankrijk, Duitsland >12[e] toename
Zwarte Woud & Zwabische Jura Duitsland 5[f] onbekend
spp. balcanicus Zuidoost-Europa Totaal: 34
Balkan Noord-Macedonië, Albanië, Kosovo, Montenegro, Servië 34 stabiel
† Recente waarnemingen of herindeling, onduidelijkheid over populatieverloop
Verspreiding van de Euraziatische lynx in Europa (2017–'22/'23):
 Vaste populatie
 Sporadische waarneming
 Ongedefinieerd
spp. carpathicus in winterlandschap (Nationaal Park Bayerischer Wald)

In Duitsland zijn er populaties in:

Frankrijk en Zwitserland

[bewerken | brontekst bewerken]

In Frankrijk komt de Euraziatische lynx in een vrijwel aaneengesloten gebied voor van de Franse Voor-Alpen tot aan de grens met Duitsland. De aantallen nemen toe.

  • In 1974–'75 zijn er in de Jura bij Neuchâtel (Zwitserland) ongeveer tien dieren uitgezet. In 2000 werden er 80 tot 100 dieren geteld.
  • Tussen 1983 en 1988 zijn in de Vogezen 14 lynxen uitgezet (negen mannetjes en vijf vrouwtjes). In 2000 waren het er 20 à 30.

In Noorwegen leven nog ongeveer 500 lynxen, maar door de overheid is de jacht toegestaan om dit aantal te verminderen naar 400.[bron?] In Finland is de totale populatie nog steeds ongeveer 1200 lynxen.[bron?] In Zweden wordt de populatie geschat op 1200 tot 1500 dieren (2011).[18]

Buiten Europa

[bewerken | brontekst bewerken]
Schatting enkele Lynx lynx–populaties buiten Europa[17]
LandAantal (ca.)
China27.000
Rusland22.700
Mongolië10.000
Georgië160
Oezbekistan130
Pakistan (noorden)80-120

Buiten Europa leeft de Euraziatische lynx in het noorden en midden van Azië. De populatiegegevens van de Aziatische landen zijn veelal verouderd of geheel onbekend.[17]

Leefgebied en verspreiding

[bewerken | brontekst bewerken]

Verspreidingspatroon

[bewerken | brontekst bewerken]
Pootafdrukken van de Euraziatische lynx in de sneeuw.

De verspreiding in een nieuw gebied, door herintroductie of door zelfstandige gebiedsuitbreiding verloopt ongeveer als volgt:

  1. Pionierfase: Jonge dieren nemen een nieuw gebied in, in eerste instantie zorgt dat voor veel verliezen door verkeersslachtoffers en stroperij. Ook door de geïsoleerde ligging is voortplanting soms moeilijk. Er komen steeds nieuwe dieren het gebied binnen om een territorium te vinden. Dit is het geval de eerste 5 jaar na introductie in een nieuw gebied.
  2. Groeifase: De territoria beginnen op elkaar aan te sluiten. De mannetjes weten de vrouwtjes te vinden. Doordat de prooidieren nog niet gewend zijn aan de lynxen kunnen de lynxen vrij eenvoudig aan voldoende voedsel komen. Aantallen lynxen nemen in een bepaald gebied toe. Deze periode is na 5 tot 15 jaar in een nieuw gebied.
  3. Volwassen fase: Op een gegeven moment zijn de prooidieren gewend aan de lynxen en laten zich niet zo makkelijk verschalken. Lynxen moeten voor hun voedsel soms uitwijken naar minder eenvoudige prooidieren zoals jonge edelherten, konijnen, schapen en andere huisdieren. De acceptatie van de lynxen neemt af. De dieren hebben ook grotere territoria nodig door de afgenomen beschikbaarheid van voedsel. Vanuit dit soort onrustige populaties kunnen weer nieuwe gebieden bevolkt worden. Deze fase is 15 tot 30 jaar na introductie in een nieuw gebied.
  4. Stabiele fase: De territoria zijn vergroot tot ongeveer 100 à 400 km² per dier, afhankelijk van het terrein en daarmee samenhangend het aantal prooidieren. De aanwezigheid is geaccepteerd door de menselijke omgeving. Deze fase treedt in na 30 jaar in een nieuw gebied.

Meting en vastlegging

[bewerken | brontekst bewerken]
Wildcamera geplaatst voor onderzoek naar Euraziatische lynxen.

De dieren zijn voornamelijk in de nacht actief waardoor ze vrijwel niet worden waargenomen door mensen. Op basis van deze waarnemingen of het vinden van gedode prooidieren of andere sporen gaat men over op een plan voor de meting en vastlegging van de vermoedelijke lynx in een bepaald gebied. Dit wordt gedaan om informatie te verzamelen over de soort voor wetenschappelijk onderzoek en voor het in kaart brengen van de verblijfslocatie voor lokaal toezicht en populatiecontrole.

Wildcamera's worden het meest gebruikt voor deze metingen. Dit zijn veelal infraroodcamera's die worden opgesteld op plaatsen waarvan verwacht wordt dat er lynxen langskomen. Deze zijn uitgerust met bewegingsmelders of warmtegevoelige apparatuur, zodat ze alleen afgaan als er lynxen of vergelijkbare dieren langskomen. Deze camera's worden ook wel opgesteld bij recent omgebrachte prooidieren, omdat de lynx zich over meerdere dagen aan het dier voedt. Doordat lynxen elk een uniek vlekkenpatroon hebben, zijn individuele dieren te onderscheiden.

Een andere meetmethode is het vangen van de dieren met vallen. Vervolgens worden ze dan voorzien van een halsband met een zender. Vroeger zonden deze zenders radiosignalen uit die met ontvangers en richtantennes in de buurt opgevangen werden: door vanuit twee posities te meten kon door middel van een kruispeiling de exacte positie worden bepaald. Tegenwoordig zijn de halsbanden voorzien van apparatuur met gps. Via sms wordt regelmatig de huidige positie doorgegeven. De batterijen gaan ca. 2 jaar mee, waarna het dier opnieuw gevangen moet worden.


De lynx wordt in Europa beschermd onder nationale wetgevingen en EU-wijd onder de habitatrichtlijn[19] en verordening inzake natuurherstel.[20] De habitatrichtlijn verplicht de lidstaten tot het instellen van een strikt beschermingsplan, waarbij met name het opzettelijk doden, vangen of verstoren van lynxen in het wild (evenals de verstoring van hun holen, nesten of rustplaatsen) verboden is. De verordening inzake natuurherstel stelt bindende doelstellingen voor het herstel van aangetaste leefgebieden van de lynx, zodat de soort zich op lange termijn in stand kan houden.[21]

De ernstig bedreigde Balkanlynx-ondersoort (spp. balcanicus) heeft een geïsoleerde, kleine populatie, met een kritiek aantal van slechts 34 dieren (2023).[4] Hij komt vooral voor in Noord-Macedonië en het aangrenzende deel van Albanië.[1][22][16]

Het uitzetten van lynxen in de jaren 1970 in Slovenië heeft de lokale populatie van de Karpatenlynx versterkt; het zorgde voor een toename van de diversiteit in de genenpoel en van de populatiegrootte, waardoor het eerder voorspelde uitsterven van de lynx in Slovenië en Kroatië is voorkomen.[14]

In Europa worden sinds 1992 lynxen uitgezet onder het EAZA Ex-situ Programme (EEP), een samenwerkingsverband van fokprogramma's in dierentuinen en natuurbeschermingsorganisaties.[23][24][25]

Culturele betekenis

[bewerken | brontekst bewerken]

De lynx is het nationale dier van Roemenië en Noord-Macedonië.[3]