Afrikaanse wilde kat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afrikaanse wilde kat
Afrikaanse wilde kat in de dierentuin van Johannesburg
Afrikaanse wilde kat in de dierentuin van Johannesburg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Felidae (Katachtigen)
Geslacht: Felis
Soort: Felis silvestris (Wilde kat)
Ondersoort
Felis silvestris libyca
Forster, 1770
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De Afrikaanse wilde kat (Felis silvestris libyca) is een ondersoort van de wilde kat (Felis silvestris). Deze ondersoort wordt regelmatig opgesplitst in verschillende, aan elkaar verwante ondersoorten, die samen de libyca-groep vormen. De Afrikaanse wilde kat is waarschijnlijk de voorouder van de huiskat.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De Afrikaanse wilde kat heeft een bruingele/grijze vacht. Het gezicht, de achterzijde van de oren en de buik zijn minder grijs. De vachtkleur is donkerder in vochtigere streken en lichter in drogere en meer open streken. De poten zijn zwartgestreept en de staart heeft zwarte ringen en een zwart puntje. De Afrikaanse wilde kat is lichter gebouwd dan de Europese wilde kat en heeft een dunnere vacht en een dunnere staart. Hij is te onderscheiden van verwilderde katten door de ongestreepte, geelbruine achterzijde van de oren, de langere poten en het solitaire bestaan.

De Afrikaanse wilde kat heeft een kop-romplengte van 45 tot 73 centimeter, een staartlengte van 20 tot 38 centimeter en een lichaamsgewicht van 3 tot 6,5 kilogram.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De Afrikaanse wilde kat leeft in Afrika en het Midden-Oosten, in een grote verscheidenheid aan habitats, als steppen, savannen en bossen, zolang er maar wat beschutting is, als struikgewas en hoog gras, waar prooidieren zich in verschuilen. Hij ontbreekt enkel in extensieve regenwouden en diep in de woestijn.

Leefwijze[bewerken]

De Afrikaanse wilde kat jaagt voornamelijk op muizen en ratten en andere kleine zoogdieren, tot de grootte van een haas of een kleine antilope. Ook vogels worden gegrepen, aangevuld met reptielen, kikkers en insecten. Hij benadert zijn prooi door laag bij de grond ernaartoe te sluipen. Als hij op ongeveer een meter afstand is, valt hij aan. Hij is voornamelijk 's nachts en in de schemering actief, overdag blijft hij verscholen in het struikgewas. Soms, op bewolkte dagen, zijn ze ook overdag actief.

De Afrikaanse wilde kat leeft gewoonlijk solitair. Het woongebied van een mannetje overlapt meestal met dat van enkele vrouwtjes. Het vrouwtje verdedigt de kern van het woongebied tegen andere katten. Een vrouwtje krijgt twee tot zes (gemiddeld drie) kittens per worp. De draagtijd duurt 56 tot 69 dagen. De kittens komen blind en hulpeloos ter wereld op een schuilplaats tussen hoog gras, in holle bomen of in holten en spleten tussen rotsen. De meeste jongen worden geboren in het regenseizoen, wanneer er veel voedsel is. Ze blijven ongeveer vijf tot zes maanden bij hun moeder en zijn na een jaar geslachtsrijp.

Ondersoorten[bewerken]

Verscheidene geografische rassen worden onderscheiden, die door sommige wetenschappers als aparte ondersoorten worden beschouwd. Enkele van deze ondersoorten zijn:

Externe link[bewerken]