Voerstreek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Martens-Voeren
De Voer in ’s-Gravenvoeren
Kerk van Sint-Pieters-Voeren

De Voerstreek is een streek in de Belgische provincie Limburg, iets meer dan 5000 hectare groot, aan drie zijden omgeven door de provincie Luik, en in het noorden begrensd door Nederlands-Limburg.

De Voerstreek was in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw regelmatig in het nieuws toen de zes dorpen langs het riviertje de Voer onderwerp werden van politiek verhitte taaldebatten in België. Talloze malen kwam het tot gevechten en rellen tussen Vlamingen en Walen en de oproerpolitie; de streek werd ondergekalkt met taalleuzen. Deze dorpen waren sinds 1963 wettelijk Nederlandstalig met faciliteiten voor Franstaligen. Het gebied werd in 1963 een Limburgse exclave in het land van Overmaas, maar historisch vormt het een kleiner deel van een groter Limburgstalig gebied, dat zich vroeger verder naar het zuiden uitstrekte. Ten oosten van Voeren situeert zich een gebied dat in Vlaanderen de Platdietse streek wordt genoemd, waar Frans de officiële voertaal is van de overheid, maar waar nog steeds een overgangsdialect tussen het Duits (Middelfrankisch: Ripuarisch) en het Nederlands (Nederfrankisch) overleeft. Zie verder: Taalstrijd in de Voerstreek

Geografie[bewerken]

In de heuvelachtige Voerstreek liggen zes dorpen en zestien gehuchten die tezamen de gemeente Voeren vormen, die zich uitstrekt over 50 km². De streek is dunbevolkt (82,11 inw./km², oftewel 1:12.000 m²) en telt 4.157 inwoners (januari 2012), van wie ongeveer een kwart Nederlanders.

Dorpen en gehuchten binnen de gemeente zijn:

Met name het drietal 's-Gravenvoeren, Sint-Pieters-Voeren en Sint-Martens-Voeren is bekend, mede dankzij de herkenbare namen.

De streek bestaat uit een landschappelijk heuvelland, met bijbehorende dalen, waardoorheen twee zijriviertjes van de Maas stromen, de Voer en de Gulp. Vier Voerdorpen wateren af op de Voer, net als de Nederlandse dorpen Mheer en Noorbeek. Teuven en Remersdaal wateren echter af op de Gulp. De Berwijn is een riviertje dat oostelijk van Voeren ontspringt, zuidelijk van de gemeente stroomt naar het Voerense dorp Moelingen en daarna vlakbij in de Maas uitmondt.

De Voerstreek maakt in feite deel uit van het Land van Herve, net als het zuidoosten van de Nederlandse provincie Limburg. Bijna 20% van de Voerstreek is natuurgebied. In Voeren ligt ook het hoogste punt van Nederlandstalig België: het zuidoostelijke dorp Remersdaal op 287 m hoogte.

Dialectgeografie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Platdiets en Zuidoost-Limburgs

Sociaalcultureel maakt de Voerstreek deel uit van het Maas-Rijnlandse dialectcontinuüm, aansluitend op het huidige Nederlandse Zuid-Limburg en de Platdietse streek tussen Luik en Aken. De onderverdeling van het Nederlandse Limburgs is in micro-formaat terug te vinden in de Belgische Voerstreek. Ook daar zijn de dialecten te verdelen in drie varianten:

  1. het westelijk Voerens (Moelingen)
  2. het centraal Voerens ('s-Gravenvoeren)
  3. het oostelijk Voerens (Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren, Teuven en Remersdaal).

Het laatste behoort tot het Oostlimburgs-Ripuarisch of Geullands (zoals het Vijlens of Heerlens of het Welkenraedts), het tweede tot het Oost-Limburgs (zoals het Valkenburgs) en het eerste tot het Centraal Limburgs (zoals het Maastrichts).

Geschiedenis[bewerken]

Prehistorie en Romeinen[bewerken]

In het gebied waarvan de huidige Voerstreek deel uitmaakt, werd in de prehistorie de vuursteen bewerkt die er rijkelijk voorhanden was. De oudste bewoningssporen dateren uit het neolithicum (vindplaatsen onder meer op de Voerenberg en Hoogbos).
Later exploiteerden de Romeinen er één of twee grote villa’s. De streek werd ook in de Gallo-Romeinse periode in diverse nederzettingen bewoond.

Steenboskapel in het gehucht Schophem

De Romeinse bezetting wordt aangegeven door een belangrijke villa uit de tweede eeuw, heropgebouwd in de zevende, op de plaats Steenbos, in het gehucht Schophem. Zij is in 1840-1846 onderzocht door H. Del Vaux.[1] Met de opgegraven materialen (spolia) werd hier in 1850 de Steenboskapel gebouwd. De onderbouw van een Gallo-Romeinse villa op de plaats "Op de Saele" is in 1867 onderzocht door H. Schuermans.[2]

Er werden ook sporen teruggevonden van de Via Mansuerica, een militaire weg (heerweg) uit de zevende eeuw, die de verbinding vormde van de Moezel bij Trier over de Hoge Venen naar de Maas bij Maastricht, en aldus tussen de grote wegen Bavay - Keulen en Reims - Keulen.

Feodale heersers[bewerken]

Voor de geschiedenis van de Voerstreek in de Frankische en de Karolingische tijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd

1rightarrow blue.svg Zie ook: Heren van Voeren

In vroeger eeuwen vormde de streek geen eigen eenheid. Deze zes dorpen behoorden wel alle tot het Overmaas / oud-Limburgse gebied, in Brabants bezit gekomen na de Slag bij Woeringen in 1288. Over het prinsbisdom Luik heen werd het gebied bestuurd vanuit Brabant, en ging later met Brabant op in de Bourgondische Nederlanden van keizer Karel V en zijn Habsburgse opvolgers.

Tijdens het Ancien Régime maakten de dorpen Moelingen, 's-Gravenvoeren en Sint-Martensvoeren als Dalhemse schepenbanken deel uit van de met Brabant verbonden Landen van Overmaas. Het dorp Teuven (Remersdaal inbegrepen) was in oorsprong onderdeel van de schepenbank Montzen in het eveneens aan Brabant verbonden hertogdom Limburg. Het dorp Sint-Pietersvoeren ten slotte was als bezit van de Duitse Orde een rijksheerlijkheid.

Moderne tijd[bewerken]

De huidige Voerstreek is samengesteld uit de voorheen Dalhemse dorpen Moelingen en 's-Gravenvoeren in het westen, het eveneens Dalhemse Sint-Martensvoeren alsmede de voorheen rijksvrije heerlijkheid Sint-Pietersvoeren (sinds de kruisridders apart van Sint-Martensvoeren) in het midden, en uit het voorheen oud-Limburgse Teuven (Remersdaal inbegrepen) in het oosten. De oude binnengrenzen worden ook enigermate weerspiegeld in het dialect, dat aan de oostkant al tot de overgangsdialecten tussen het Limburgs en het Ripuarisch behoort.

De overheveling van de streek naar Limburg bij de de officiële vaststelling van de taalgrens (1963) resulteerde in politiek gekrakeel dat in de jaren 1980 geregeld een nationale dimensie kreeg en in 1987 tot de val van de federale regering leidde. Zie verder Taalstrijd in de Voerstreek.

Na 1990 is het toerisme sterk in opkomst en kent de streek talloze restaurants en accommodaties.

Externe links[bewerken]