Boomverzorging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Elagage 01.JPG

Boomverzorging omvat de aanplant, het onderhoud en het verwijderen van bomen. Bij het onderhoud wordt vooral aandacht besteed aan gezondheid en veiligheid. Boomverzorging wordt vaak foutievelijk boomchirurgie genoemd, een term die tot begin jaren 80 gebruikt werd. Boomverzorging onderscheidt zich van bosbouw doordat, waar een bosbouwer gebieden en ecosystemen beheert, een boomverzorger zich met individuele bomen bezighoudt. Het voornaamste werkgebied van boomverzorgers zijn bomen in parken, (particuliere) tuinen en langs wegen. Het gaat veelal om beeldbepalende en/of monumentale bomen.

European Treeworker[bewerken]

Het internationaal erkende European Treeworker (ETW) Certificaat staat voor gedegen vakkennis, met aandacht voor veiligheid, natuurbehoud en milieubescherming. Het ETW-certificaat wordt verstrekt door de European Arboricultural Council. Om aan het ETW-examen te mogen deelnemen moet aan hoge eisen worden voldaan op het gebied van opleiding, kennis en ervaring. Om het certificaat te behouden is het een vereiste dat de ETW-er in kwestie actief blijft als boomverzorger en zich op de hoogte blijft houden van de actuele ontwikkelingen op zijn vakgebied.[1]

Veel gemeentes en andere overheden zien het ETW-certificaat als een kwaliteitskeurmerk. Zij besteden hun bomenwerk dan ook alleen uit aan ETW-gecertificeerde boomverzorgers.

Opleiding[bewerken]

In Nederland bestaan er twee mogelijkheden om een opleiding tot boomverzorger te volgen: Een twee-jarig bbl-traject of een modulaire ETW-opleiding waarin alleen de noodzakelijk te volgen modules worden gevolgd.

Vakkennis die in de opleiding boomverzorging word meegegeven omvat o.a.:

  • herkennen van boomsoorten
  • herkennen van ziektes en aantastingen
  • kennis van de groeiwijze van hout (houtanatomie)
  • bodemkunde
  • klimtechnieken
  • werken met de motorzaag
  • veiligheid en ergonomie
  • Juridische en maatschappelijke regelgeving

Boomchirurgie[bewerken]

Eind jaren 70 kwam Alex Shigo, een Amerikaans bioloog, met nieuwe inzichten over bomen die leidden tot ingrepen onder de naam boomchirurgie. Begin jaren 80 vond deze aanpak ook in Nederland en België navolging. Boomchirurgen hielden zich vooral bezig met het op creatieve wijze behandelen van wonden en beschadigingen van bomen. Vaak kwamen hier beton, staal en middelen om hout te verduurzamen aan te pas.

Nadien bleken methodes die door boomchirurgen toegepast werden slecht voor bomen. Enkele voorbeelden van methodes die verkeerd zijn gebleken, zijn het uitfrezen van rotte plekken, waarbij ook de natuurlijke afgrendelingen van de boom beschadigd werden en het gebruik van wondafdekmiddelen. Wondafdekmiddelen zorgen er weliswaar voor dat een wond waterdicht is afgesloten, maar het gevolg is dat aan de binnenkant van de wond condens ontstaat, wat rot juist bevordert. Sindsdien wordt de term boomchirurgie vooral geassocieerd met dergelijke methodes.

In 2006 is er door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen een beroepsprofiel "boomverzorger" gepubliceerd waarin wordt aangehaald dat de term "boomchirurg" kenmerkend is voor iemand die praktijken uitoefent die vandaag de dag niet meer als correct worden gezien.

Materiaal[bewerken]

Een boomverzorger gebruikt de volgende materialen:

Boomverzorging in de media[bewerken]

De Anne Frankboom genereerde veel media-aandacht voor boomverzorging.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. European tree worker. European Arboricultural Council Geraadpleegd op 14 juni 2015