Epifyt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boom met epifyten

Epifyten zijn organismen die op planten groeien zonder hieraan voedsel te onttrekken (in tegenstelling tot parasieten). De term komt uit het Grieks, van epi- (op) en phyton (plant). Ook planten die op boomschors (corticool) en die op bladeren (epifyl) groeien, worden tot de epifyten gerekend.

De bekendste epifytische planten zijn bepaalde soorten mos, korstmos, orchideeën, bromelia's (en dan met name Tillandsia's en Vriesea's) en algen.

De meeste soorten epifyten groeien in het tropisch regenwoud, maar epifytische mossen en korstmossen zijn in vrijwel elke omgeving waar bomen groeien te vinden.

De 'gastplant' (de plant waarop de epifyten groeien) wordt de forofyt genoemd.

Voeding/nutriënten[bewerken]

Net zoals elke plant hebben ook epifytische planten nutriënten nodig naast water en CO2 om te kunnen groeien. In tegenstelling tot de meeste planten echter hebben ze geen wortels die in de grond reiken en daar dus hun voedingsstoffen kunnen vergaren. Verschillende epifyten lossen dit op verschillende manieren op. Mossen zijn vooral afhankelijk van stof en in het regenwater opgeloste nutriënten.

Vogelnestepifyten hebben een structuur die bladafval opvangt. Deze planten halen hun nutriënten uit composterende bladeren. Daarbij komt dat de composterende massa een aantrekkingsplaats wordt voor insecten die op hun beurt mest en dode dieren achterlaten. Sommige van deze nesten bevatten hele kolonies mieren die voedsel naar de plant slepen. Andere planten zoals sommige bromeleaceae hebben een reservoir. Hierin leven verschillende dieren (bijvoorbeeld kikkers) die de plant bemesten. Ook zijn er planten met holle structuren waarin mieren leven die de plant van nutrienten voorzien. Een zo'n plant heeft gladde en ruwe kamers. De gladde kamers zijn geschikt voor de opfok van de mierenlarven en de ruwe worden als dumpplek voor afval gebruikt. Hierdoor neemt de plant zijn nutrienten op.

Andere epifyten zoals de bekerplantsoorten zijn carnivoor en krijgen hun voedingsstoffen via het vangen van insecten.

Als laatste zijn er planten die uit het zaad een stof uitscheiden die mieren aantrekt. Deze dieren slepen de zaden naar hun kolonie en zetten daar de planten, doelbewust. De planten hebben alle nutriënten die ze nodig hebben en de mieren gebruiken de wortels van de planten als versteviging van hun nest.

Zie ook[bewerken]

Levensvorm, groeivorm: boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel: bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde · secundaire diktegroei · stele · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel ·
Stengel: bast · cambium · centrale cilinder · diktegroei · knoop · lenticel · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · vertakking · wortelstok
Blad: ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · steunblaadje · tongetje · tuitje · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore: anthotaxis · bijkelk · bloeiwijze · bloem · bloembekleedsel · bloembodem · bloemdek · bloemdekblad · bloemgestel · bloemkroon · bloemstengel · bractee · carpel · gametofyt · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmknop · hoogteblad · hypanthium · inflorescentie · integument · kelk · kelkblad · kroonblad · meeldraad · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · perianth · perigoon · petaal · pollenbuis · sepaal · sporangium · spore · sporofyt · stamper · stijl · tepaal · vruchtblad · zaadbeginsel
Vruchtzaadkieming: cotyl · cryptocotylair · epigeaal · endosperm · fanerocotylair · hypogeaal · kieming · kiemwit · mierenbroodje · pluimpje · scarificeren · stratificatie · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadbeginsel · zaadhuid · zaadknop · zaadlijst · zaadlob · zygote
Plantenanatomie & Plantenmorfologie: apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote