Ruigte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ruderale ruigten uit de klasse van de ruderale gemeenschappen in een uiterwaard; hier met een groot aandeel van hoog opschietende composieten.

Een ruigte is een vegetatie van hoog opschietende, dikwijls overblijvende, kruidachtige planten met een hoge productie van biomassa. Een struik- en boomlaag zijn in een ruigte afwezig. Veelal is er in een ruigte een gering aantal soorten van algemene kruiden dominant en beeldbepalend, alhoewel het een zeer soortenrijke flora kan hebben. De meerderheid van de planten in een ruigte sterft in de winter meestal bovengronds (grotendeels) weer af. In de loop der jaren kan zich in een ruigte een dikke strooisellaag ophopen; dit is echter wel afhankelijk van de wijze van beheer.

Grasachtige planten zijn in een ruigte doorgaans minder tot vrijwel niet dominant of beeldbepalend. Een uitzondering hierop, binnen de in Nederland voorkomende ruigten, is bijvoorbeeld de 'rietruigte' die tot de klasse van de natte strooiselruigten wordt gerekend.[1] Rietruigten ontstaan veelal door de verruiging van rietland;[2] deze ruigten hebben dan (nog) een aanzienlijk aandeel van bijvoorbeeld riet, rietgras, liesgras of lisdodde.

Een natte strooiselruigte met een hoge bedekkingsgraad van harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum)

In Nederland groeien ruigten meestal op tamelijk voedselrijke standplaatsen, vaak met een goede vochtvoorziening. Ook zijn er ruigten die ontstaan als pioniervegetatie op drogere, matig voedselrijke standplaatsen (zoals kapvlakten in droge bossen).

Tot slot worden ook de zogenaamde 'ruderale ruigten' als ruigten beschouwd. Met de term ruderale ruigte bedoelt men een dichte pioniersvegetatie van hoog opschietende kruiden op ruderale terreinen. In tegenstelling tot de andere typen ruigten kunnen de ruderale ruigten doorgaans wel veel eenjarige, tweejarige of meerjarige soorten bevatten, die hier wel dominant of beeldbepalend kunnen zijn in de vegetatie.

Een soortenarme ruigte met onder andere kruldistel (Carduus crispus) en akkerdistel (Cirsium arvense), gedurende de zomer

Ruigtegemeenschappen in Nederland en Vlaanderen[bewerken | brontekst bewerken]

In de plantensociologie kan ruigtevegetatie syntaxonomisch worden ingedeeld naar een plantengemeenschap van een bepaald syntaxon. In het onderstaande overzicht staan per klasse alle gemeenschappen van de rang van de associatie en/of romp- of derivaatgemeenschap die in Nederland en Vlaanderen (kunnen) voorkomen als ruigtegemeenschap.

  • Klasse van de akkergemeenschappen (Molinio-Arrhenatheretea)
    • Rompgemeenschap van koolzaad (RG Brassica napus-[Stellarietea mediae])
    • Rompgemeenschap van herik (RG Sinapis arvensis-[Stellarietea mediae])
    • Rompgemeenschap van zwarte mosterd (RG Brassica nigra-[Stellarietea mediae/Artemisietea vulgaris])

Faunistisch belang[bewerken | brontekst bewerken]

Exemplaar van het ruigtelieveheersbeestje (Hippodamia variegata)

Ruigten kunnen een belangrijke rol spelen in de overwinteringskansen van veel soorten geleedpotigen en ook bij kleine zoogdieren. Zo overwinteren insecten dikwijls in (dood) organisch materiaal van bijvoorbeeld het strooisel en de dikke dode stengels van de hoge kruiden, die nog lang kunnen blijven staan. Kleine zoogdieren zoals muizen of wezels kunnen in ruigten een veilige en beschutte plaats vinden vanwege de grote hoeveelheid strooisel en de sterke kroonsluiting van de kruiden.

Sommige soorten geleedpotigen danken hun triviale naam aan de belangrijke rol die ruigten spelen in de biotoopvoorkeuren van deze dieren. Enkele voorbeelden hiervan zijn de ruigterondbuik (Bradycellus verbasci), het ruigtelieveheersbeestje (Hippodamia variegata)[3] en de ruigtewolfspin (Pardosa agricola).

Afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Tall forblands van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Algemene begrippen:concurrentie · plantkunde van A tot Z · successie · SynBioSys · vegetatie · vegetatiekunde · vegetatiekunde van A tot Z
Biogeografie:adventief · archeofyt · areaal · autochtoon · beschermingsstatus · cultuurgewas · cultuurvolger · disjunct verspreidingsgebied · eilandbiogeografie · endemie · exoot · extinctie · florarijk · floristiek · inburgering · inheems · invasieve soort · kosmopoliet · massa-extinctie · Rode Lijst van de IUCN · status · synchorologie · uitsterven · verspreidingsgebied · vestiging
Levensvorm:bladrozet · bladverliezend · boom · chamefyt · dwergstruik · epifyt · fanerofyt · geofyt · grasachtige plant · groenblijvend · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · klimplant · kruidachtig · liaan · loofboom · naaldboom · slingerplant · struik · succulent · therofyt · winterhard
Standplaats:boomgrens · ecologische groep · ellenberg-indicatorwaarde · extremofiel · freatofyt · halofiel · halofyt · hellingbos · helofyt · indicatorplant · indicatorwaarde van Ellenberg · oecologische groep · standplaatsfactor · stroomdalflora · tredplant · verlandingsvegetatie · xerofiel · xerofyt · zoutplant
Structuur en textuur:aspect · biodiversiteit · biomassa · boomlaag · dood hout · kruidlaag · moslaag · ondergroei · pioniersoort · schimmellaag · shannon-index · strooisellaag · struiklaag · symmorfologie · vegetatielaag · vegetatiestructuur · vegetatieperiode · vegetatietextuur · zode
Syntaxonomie:associatie · associatiefragment · contactgemeenschap · derivaatgemeenschap · fytocoenologie · fytocoenon · fytosociologie · Inslaggemeenschap · klasse · klasse-eigen · klasse-vreemd · onderverbond · orde · plantengemeenschap · plantensociologie · rompgemeenschap · subassociatie · syntaxon · syntaxoncode · syntaxonomie‎ · verbond
Vegetatieonderzoek:abundantie · bedekking · Braun-Blanquetmethode · constante soort · differentiërende soort · exclusieve soort · Frans-Zwitserse school · International Association for Vegetation Science · kensoort · minimumareaal · Plantensociologische Kring Nederland · preferente kensoort · preferente soort · presentie · relevé · trouw · vegetatieopname · vegetatieschaal van Tansley · Zürich-Montpellier school
Vegetatietypen:climaxvegetatie · dijkvegetatie · geriefbos · houtwal · Landelijke Vegetatie Databank · muurvegetatie · pioniervegetatie · potentieel natuurlijke vegetatie (PNV) · watervegetatie
Standaardwerken (NL):Heukels' Flora van Nederland · De vegetatie van Nederland (VvN) · Revisie Vegetatie van Nederland (RVvN)