Verruiging
Uiterlijk
Verruiging[1] is een proces in vegetatie, waarbij het aandeel ruigtekruiden toeneemt en zo geleidelijk een ruigte vormen in een min of meer ijle, betrekkelijk lage kruidlaag met veel eenjarige planten. Ruigtekruiden zijn sterk concurrerende en snelgroeiende, tweejarige en meerjarige planten. In het algemeen neemt in verruigende vegetatie de primaire productie en de biomassa toe en neemt de diversiteit af. Verruiging wordt gerekend tot de ver-thematiek.
Verruiging kan optreden na verstoring van het milieu, in het bijzonder ten gevolge van bemesting of mineralisatie. Langzaam groeiende soorten zullen afnemen of verdwijnen door een kleinere concurrentiekracht dan die van de ruigtesoorten.
Voorbeelden van verruiging:
- Als de bodem is verstoord door vergraven of door puinstort spreekt men veelal van ruderale ruigten.
- Als het maaisel na een maaibeurt blijft liggen en verteert of na wegvallen van het gebruikelijke beheer.
- In bossen kan verruiging optreden na kap van de boomlaag doordat van licht en warmte toetreden: kruiden (wilgenroosje en adelaarsvaren) en struiken (bramen en Amerikaanse vogelkers) kunnen opslaan.
- De verruigingssoorten in grazige vegetatie zijn bijvoorbeeld brandnetels, akkerdistel, ridderzuring, hoge grassen, kleefkruid[2] en in natte vegetatie reuzenbalsemien, haagwinde.
Fotogalerij
[bewerken | brontekst bewerken]- Verruiging met teunisbloem in de associatie van vetkruid en tijm (door ruderale invloeden)
- Ondergroeiverruiging met brede stekelvaren in elzenbroekbos (door verdroging)
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- Verruiging op Ecopedia
Bronnen, noten en/of referenties