Naar inhoud springen

Brandnetel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Brandnetel
Grote brandnetel
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:bedektzadigen
Clade:'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Rosales
Familie:Urticaceae (Brandnetelfamilie)
Geslacht
Urtica
L. (1753)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Brandnetel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Brandnetel (Urtica) is een plantengeslacht, waarvan in Nederland en België de grote brandnetel (Urtica dioica) en de kleine brandnetel (Urtica urens) voorkomen. De soorten komen wereldwijd voor, van de gematigde breedten tot in berggebieden en de tropen.[1]

Het geslacht kent tussen de 30 en 45 soorten, waarvan vier in Midden-Europa voorkomen. Behalve de grote en de kleine brandnetel wordt in de Lage Landen sinds het begin van de eenentwintigste eeuw soms de zuidelijke brandnetel (Urtica membranacea) gevonden. Deze is net als de kleine brandnetel zowel eenhuizig (met mannelijke en vrouwelijke bloemen) als eenjarig en met een penwortel, anders dan de tweehuizige grote brandnetel, die een wortelstok heeft.[2][3] De zuidelijke brandnetel is waarschijnlijk meegekomen met geïmporteerd tuincentrum plantgoed.

De bloemtrossen van de grote brandnetel hangen in okselstandige aren, van de kleine brandnetel staan ze rechtop. Beide brandnetels hebben brandharen aan de stengel en aan de bovenzijde en rand van het blad. Aanraking met brandnetels wordt gemeden door de mens, omdat de brandharen van de plant jeukende en geprikkelde huidirritaties veroorzaken. Deze brandharen (uitsteeksels van de bladeren) bevatten namelijk stoffen als histamine en diverse zuren.[4]

De grote brandnetel wordt ook wel in de keuken gebruikt, bijvoorbeeld voor soep of kruidenthee. Door de bladeren te koken of te drogen verliezen de brandharen hun werking.

Grote en kleine brandnetel zijn belangrijk als waardplant voor de monofage rupsen van sommige dagvlindersoorten, waaronder atalanta, dagpauwoog, gehakkelde aurelia en kleine vos.[5]

De brandnetel kan aangetast worden door brandnetelroest.

Brandneteljeuk verhelpen

[bewerken | brontekst bewerken]

De jeuk veroorzaakt door de brandharen van de brandnetel kan worden verzacht door het sap van bepaalde planten die vaak in dezelfde habitat groeien.

Veelgebruikte natuurlijke middelen zijn het gekneusde blad van de hondsdraf (Glechoma hederacea), smalle weegbree (Plantago lanceolata) en grote weegbree (Plantago major). Het sap uit deze bladeren neutraliseert de werking van de mierenzuur- en histaminesappen uit de brandharen. [6]

Zie de categorie Urtica van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.