Inburgering (biogeografie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de biogeografie van Europa spreekt men van inburgering of vestiging van een soort:

  1. als de soort zijn volledige levenscyclus kan voltooien, en zich op meer dan één plaats gedurende een reeks van jaren kan handhaven zonder directe hulp van de mens, en
  2. als de soort een welomschreven biotoop (standplaats) bezet.

Het criterium van inburgering wordt onder andere gebruikt bij de statusaanduiding van (planten)soorten in een gebied.

Het tijdstip van vestiging is een bijkomend criterium voor de status van een soort: na de laatste ijstijd reeds in de precolumbiaanse periode, of in historische tijd na de ontdekking van Amerika door Columbus in 1492 en de daarop volgende Columbiaanse uitwisseling.[1]

Zo kan een verwilderde of adventief voorkomende soort uiteindelijk inburgeren, ook door uitbreiding van zijn areaal. Een voorbeeld is de Turkse tortel die sinds de jaren vijftig van de 20e eeuw duidelijk ingeburgerd is geraakt.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]