Stijl (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stamper van boerenkool

De stijl (stylus) is bij de stamper het gedeelte tussen het vruchtbeginsel en de stempel.

In de stijl is geleidingsweefsel aanwezig, zoals bij petunia's of er is een open stijlkanaal, zoals bij lelies. Het geleidingsweefsel bestaat uit cellen die omgeven zijn met veel pectine. De pollenbuis, gevormd door de stuifmeelkorrel, lost met behulp van enzymen de pectine op en kan daardoor tussen de cellen doorgroeien om de eicel te bevruchten.

De stuifmeelkorrels worden vooral verspreid door insecten of door de lucht. Alleen een specifieke combinatie van stuifmeelkorrel en stempel leidt tot bevruchting. Om zelfbevruchting of kruisbevruchting tussen dezelfde planten te voorkomen zijn er verschillende barrières. Eén van de barrières, die bevruchting tegengaan is gametofytisch. De stuifmeelkorrel kiemt wel, maar de stuifmeelbuis kan niet door de stijl naar het vruchtbeginsel groeien of groeit te traag.

In de plantenveredeling wordt daarom een stuk van de stijl tussen stempel en vruchtbeginsel weggehaald om zo toch de gewenste kruising te kunnen maken.

Vorm[bewerken]

Er zijn verschillende vormen van de stijl. De kolfpluim van mais bestaat uit de stijlen die van de vruchtbeginsels afkomen. Bij mais is de stijl zeer lang en zitten langs deze stijl meerdere stempels, die te zien zijn als kleine haartjes.

Ook kunnen stijlen gedeeltelijk met elkaar vergroeid zijn, zoals bij het Canadees- en Amerikaans krentenboompje.

De voornaamste vormen van de stijl zijn:

  • overlangs gevouwen
  • excentrisch
  • franjeachtig gewimperd
  • waaiervormig
  • geknikt
  • aan de voet van het vruchtbeginsel
  • twee verschillende lengtes
  • even lang
  • kroonbladachtig
  • op stijlkussen
  • lang en rond
  • knobbelig
  • parapluvormig