Merg (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Merg in een vliertak

Het merg of medulla is het zachte, meestal wit of lichtgeel gekleurde, parenchymatische weefsel gelegen binnen en tussen de vaatbundels van stengels, twijgen en wortels. Bij het ouder worden verkleurt het merg vaak bruin en sterft af. Het merg wordt aan de buitenkant gedeeltelijk omgeven door het xyleem, later vormt het xyleem bij tweezaadlobbigen een ring en wordt het merg geheel door deze ring omgeven.

Het merg tussen de vaatbundels zijn de mergverbindingen. Het merg kan ook in mergstralen voorkomen, zoals bij bomen en struiken. Zo heeft de zwarte populier vijfstralig merg. Ook kan oud merg de vorm hebben van een ladder, zoals bij de walnoot of kan het merg verdwijnen, zoals bij de forsythia. De vorm, kleur en dikte van het merg zijn belangrijke winterkenmerken voor het determineren van een boomsoort in de winter.

Functie[bewerken | brontekst bewerken]

Levende merg zorgt voor opslag en transport van voedingsstoffen. Bij kruidachtige planten kan het merg al afsterven voordat de plant volgroeid is.

Tussen de cellen bevinden zich aaneensluitende ruimten, waardoor mergweefsel ook gassen kan transporteren. Merg is voor het gastransport van grote betekenis voor waterplanten en helofyten.

Gebruik[bewerken | brontekst bewerken]

Het merg van de sagoplant wordt voor menselijke consumptie gebruikt.

Het merg van Aeschynomene aspera wordt gebruikt voor het maken van tropenhelmen.[1]

Vlierpit is het (afgestorven) merg van vlier. Vlierpit, die vrij dik is, werd veel als hulpmiddel gebruikt voor het (leren) snijden van coupes (dunne plakjes) van plantmateriaal, zoals dwarsdoorsneden van een blad of stengel, ter bestudering onder een microscoop.

Schematische lengtedoorsnede primaire wortel[bewerken | brontekst bewerken]

Schematische lengtedoorsnede primaire wortel
Levensvorm, groeivorm:boom · bladverliezend · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · grasachtige plant · groeivorm · groenblijvend · hapaxant · heester · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · klimplant · kruidachtig · levensduur · levensvorm · liaan · loofboom · loofverliezend · meerjarige plant · monocarpisch · naaldboom · overblijvend kruid · overblijvende plant · pol · rozet · struik · succulent · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel:bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · luchtwortel · medulla · merg · penwortel · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde ·secundaire diktegroei · centrale cilinder · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel
Stengel, stam:bast · cambium · centrale cilinder · cladodium · cladofyl · concaulescentie · cortex · diktegroei · fyllocladium · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · spil · stengel · tak · topmeristeem · schors · stam · uitloper · vertakking · wortelstok
Blad:ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladkussen · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · chloroplast · bladstand · bladsteel · bladvoet · catafyl · cladoprofyllum · chlorenchym · fyllodium · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · prefoliatie · ptyxis · steunblaadje · tongetje · tuitje · vernatie · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore:actinomorf · androecium · androfoor · androgynofoor · anthofoor · anthere · anthotaxis · bijkelk · bloemstengel · bloeiwijze · bloemgestel · bloem · bloembodem · bloembekleedsel · bloemdek · bloemdekblad · bloemkroon · bloemstengel · bractee · calyx · carpel · carpofoor · caulis · connectivum · corolla · discus · epicalyx · estivatie · filament · funiculus · gametofyt · gynoecium · gynofoor · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmhokje · hoogteblad · hypanthium · hypsofyl · inflorescentie · integument · kegel · kelk · kelkblad · knopligging · kroon · kroonblad · macrospore · meeldraad · meeldraaddrager · microspore · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · ovulum · periant · perigoon · petaal · placenta · pollenbuis · receptaculum · schijf · schutblad · sepaal · sporangium · spore · sporofyl · sporophyllum · sporofyt · stamper · stamperdrager · stempel · stengel · stigma · stijl · stylopodium · strobilus · tepaal · theca · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaadbeginsel · zaadknop · zaadknopkern · zaadlijst · zygomorf
Vruchtzaadkieming:carpel · cotyl · cryptocotylair · embryo · endosperm · epigeïsch · fanerocotylair · hypogeïsch · integument · kieming · kiemopening · kiemwit · mierenbroodje · perisperm · pluimpje · schijnvrucht · vaatmerk · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadhuid · zaadlijst · zaadlob · zygote
Morfologie & anatomie:apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · kelk · klierhaar · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sclereïde · sclerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote