Slaapmos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Slaapmossen of pleurocarpen zijn een groep van (blad)mossen, die worden onderscheiden op grond van de algehele vertakkingswijze, de bouw van de plant met stengels en zijtakken en de plaats van de vrouwelijke voorplantingsstructuren en van de sporenkapsels.[1][2]

Vertakking[bewerken | brontekst bewerken]

Slaapmossen zijn onregelmatig of geveerd vertakt, met de zijtakken in een andere richting (vaak loodrecht daarop) dan de hoofdstengel. Meestal zijn de stengels liggend of opstijgend.

Sporenkapsel[bewerken | brontekst bewerken]

Sporenkapsels staan op korte zijtakjes langs de meestal liggende stengel. Ze hebben een tweerijig peristoom, dus met exostoom en endostoom. De bladcellen zijn aanzienlijk langer dan breed (prosenchymatisch), dat in tegenstelling tot de bladcellen van de topkapselmossen, die gewoonlijk isodiametrisch (even lang als breed) zijn.

Vergelijkbare groepen[bewerken | brontekst bewerken]

Binnen 'echte' mossen (of bladmossen, Bryophyta) vormen de slaapmossen een restgroep naast de topkapselmossen en de veenmossen.

Van deze groep van slaapmossen worden vaak nog de 'cladocarpe mossen' als aparte groep gezien.[3] De vrouwelijke voorplantingsstructuren en de sporenkapsels zijn bij deze mossen te vinden op langere, meestal opstijgende zijtakken aan een hoofdstengel.

Enkele voorbeelden van slaapmossen zijn gesnaveld klauwtjesmos of gewoon klauwtjesmos (Hypnum cupressiforme), geplooid snavelmos (Eurhynchium striatum), gewoon dikkopmos (Brachythecium rutabulum) en groot laddermos (Pseudoscleropodium purum).