Fijn laddermos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Fijn laddermos
Fijn laddermos
Fijn laddermos
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Bryophyta (Mossen)
Klasse:Bryopsida
Orde:Hypnales
Familie:Brachytheciaceae
Geslacht:Kindbergia
Soort
Kindbergia praelonga
(Hedw.) Ochyra (1982)
Bladcellen bij 400 maal vergroting
Bladcellen bij 400 maal vergroting
Afbeeldingen Fijn laddermos op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Fijn laddermos (Kindbergia praelonga, synoniem Eurhynchium praelongum (Hedw.) Schimp.) is een in het bos veel voorkomend mos en behoort tot de familie Brachytheciaceae.

Fijn laddermos komt voor op het hele Noordelijk halfrond. In Europa komt ze veel voor, maar niet op kalkhoudende grond. De plant groeit op vochtige, beschaduwde plaatsen zowel in de grond als op stenen en vermolmd hout.

Kenmerken[bewerken]

De geelgroene mosplanten bedekken vaak een groot oppervlak. Het mos is enkelvoudig geveerd. De veren kunnen uit elkaar of dicht bij elkaar staan. De stengels kunnen meer dan 10 cm lang worden, maar zijn meestal 5 - 7 cm lang.

De bladeren aan het stammetje en die aan de stengel zijn verschillend van vorm. De stambladeren gaan plotseling over in een lange priemvormige spits. De bladeren zijn onder de spits ongeveer even breed als lang met een breed driehoekige vorm. Ze staan iets van de stam af, waardoor het blad aan de basis iets hartvormig is. De stengelbladeren daarentegen lopen geleidelijk in een spits uit en zijn smal driehoekig of lancetvormig.

Stamblad
Stengelbladeren

De bladrand is duidelijk gezaagd en de middennerf eindigt voor de top die aan de onderzijde als een kleine doorn uit het blad steekt. Tussen de bladeren zitten paraphyllien. De bladeren staan teruggebogen op de stengel.

Het sporenkapsel is iets gebogen tot horizontaal en wordt afgesloten door een lang gesnaveld operculum.

Variëteit[bewerken]

Naast Kindbergia praelonga wordt ook de variëteit var. stokesii onderscheiden. Deze heeft een iets krachtiger bouw en is dichter en dubbel geveerd. Hierdoor lijkt deze variëteit enigszins op gewoon thujamos (Thuidium tamariscinum).

Literatuur[bewerken]

  • * Jan-Peter Frahm, Wolfgang Frey, J. Döring: Moosflora. 4., neu bearbeitete und erweiterte Auflage (UTB für Wissenschaft, Band 1250). Ulmer, Stuttgart 2004, ISBN 3-8001-2772-5 (Ulmer) & ISBN 3-8252-1250-5 (UTB)