Walnoot (vrucht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De walnoot is eigenlijk een steenvrucht

Met walnoot of okkernoot wordt meestal gedoeld op de vrucht van de gewone walnoten- of okkernotenboom (Juglans regia). De vruchten van andere soorten in het geslacht walnoot (Juglans) heten ook zo, maar zijn in de praktijk minder vaak in de handel.

De vrucht wordt omgeven door een harde, tweedelige schaal, de dop. Tijdens de groei aan de boom is ze ook nog beschermd door een stevige groene bolster die bij de rijping open barst.

In de botanie wordt de walnoot beschouwd als een steenvrucht, dus niet als noot, in tegenstelling tot de eikel en de hazelnoot. Van de andere kant is de walnoot, in het algemeen spraakgebruik, juist de archetypische noot.

De naam walnoot betekent oorspronkelijk vreemde, ofwel niet-Germaanse noot.[1]

Gebruik[bewerken]

Walnoten worden meestal van september tot november geoogst afhankelijk van het ras. Ze worden gewoonlijk niet vers van de boom gegeten. Na de oogst worden de vruchten een aantal weken gedroogd in een goed geventileerde ruimte of door ze, als het kleine partijen betreft, enige tijd bijvoorbeeld bij de verwarming of oven te drogen. De beschermende gele zaadmantel die bitter smaakt verdroogt en laat los.

Mits goed gedroogd, kunnen de noten maximaal een half jaar in een goed gesloten doos of voorraadpot in de koelkast bewaard worden. Wanneer ze ranzig gaan smaken, betekent het dat de vetten, die de noten bevatten, gaan oxideren en daarbij giftige stoffen gaan produceren. Ook dan zijn ze niet meer voor consumptie geschikt.

Men gebruikt een notenkraker om de dop te kraken en de vrucht te consumeren. Het is ook mogelijk om met de juiste techniek een noot te kraken door twee noten tegen elkaar te drukken. Ook kunnen ze gekraakt worden door ze rechtop te houden en ze aan de bovenkant met een houten hamer een klap te geven.

Uit de walnoot kan walnootolie gewonnen worden. Deze staat bekend om zijn lichte smaak. Ze dienen koud geperst te worden en zijn daarom minder geschikt voor het koken. Echter wel voor salades en sommige sauzen. Onrijpe walnoten kunnen worden gebruikt voor de vruchtenlikeur nocino.

De groene bolster wordt gebruikt om een kleurstof te maken die in Vlaanderen notenbietser genoemd word. Bruinkleurige inkt hiervan werd vroeger gebruikt om te tekenen of schrijven.

De notendop werd vroeger gemalen gebruikt in bakkersovens. Tegenwoordig worden de fijngemalen doppen nog gebruikt in de vliegtuigindustrie als polijstmiddel. Ook bij de raketten word dit nog gebruikt als isolatiemateriaal om deze tegen hoge temperaturen te beschermen.

Rassen[bewerken]

noten van 'Broadview'

In België en Nederland zijn inmiddels geënte bomen van diverse rassen verkrijgbaar. Hieronder volgt een beschrijving van diverse bekende (en minder bekende) rassen:

  • Broadview
Afkomstig uit British Columbia (Canada). Goed winterhard. Matige groeikracht. De mannelijke bloemen bloeien voor de vrouwelijke. Desalniettemin kan Broadview ook zonder bestuiving (apomictisch) vruchtzetten. Goede productie van tamelijk grote langwerpige noten met goede smaak. Weinig vatbaar voor ziekten. Broadview is beslist één van de betere rassen die door de matige groeikracht ook geschikt is voor kleinere standplaatsen.
  • Buccaneer
Afkomstig uit het Limburgse plaatsje Neer. Groeit wat sterker dan Broadview en vormt een opgaande kroon. Minder noten dan bij Broadview. De noten zijn tamelijk groot en rond van vorm. Goede smaak. Loopt vrij laat uit, waardoor er minder kans is op nachtvorstschade. Omdat de mannelijke bloei meestal geheel binnen de vrouwelijke bloei valt, is de overlap van beide bloemtypen voldoende voor zelfbestuiving. Aanplant van een bestuiverras kan echter meer zekerheid bieden. Buccaneer is zelf ook geschikt voor de bestuiving van veel andere rassen, waaronder bijvoorbeeld Broadview. Buccaneer is weinig vatbaar voor ziekten.
  • Wonder van Monrepos (ofwel Geisenheim Wonder)
Een nieuw ras dat in 1983 is ontstaan op het proefstation in Geisenheim (Duitsland). Matige groeikracht. De mannelijke bloeiwijzen bloeien eerst, doch dit ras vormt voornamelijk apomictische vruchten. Goede productie van noten met een prima kwaliteit. Loopt laat uit. Zeer weinig vatbaar voor ziekten. Alhoewel de praktijkervaringen nog beperkt zijn, lijkt dit een zeer waardevol ras.
noten van 'Buccaneer'
  • Nr. 139 (ofwel Weinheimer)
Afkomstig uit Duitsland. Matige groeikracht. Tamelijk goede tot goede opbrengst. Vrij grote noten met zeer goede smaak. Kan apomictisch vrucht zetten, alhoewel de productie verbetert bij kruisbestuiving. Kan in natte jaren aangetast worden door ziekten.
  • Parisienne
Afkomstig uit Frankrijk. Sterke groei met vrij steile groeiwijze. De vruchtbaarheid treedt laat in, daarna goede opbrengst aan vrij grote tot grote noten met goede smaak. De knoppen lopen laat uit en ontlopen daardoor de nachtvorsten in het voorjaar. De mannelijke bloeiwijzen bloeien voor de vrouwelijke. Geen overlap, kruisbestuiving is nodig. Weinig vatbaar voor ziekten.
  • Franquette
Afkomstig uit Frankrijk. Sterke groeier. De vruchtbaarheid treedt net als bij Parisienne laat in. De knoppen lopen laat uit en ontlopen daardoor de nachtvorsten in het voorjaar. Ook bloeien de vrouwelijke bloemen echter erg laat, waardoor ze de mannelijke bloei van de meeste andere rassen ontlopen. Hierdoor is de vruchtzetting vaak onbevredigend. Voor de noten kan daarom beter een ander ras worden geplant. De houtkwaliteit van Franquette staat bekend als zeer goed.
  • Soleze
Eveneens afkomstig uit Frankrijk. Soleze begint pas op wat latere leeftijd te produceren, een eigenschap die bij meer Franse rassen voorkomt. Daarna is de productie echter goed. De mannelijke bloemen bloeien voor de vrouwelijke. Draagt grote noten van goede kwaliteit. Alhoewel de bomen langzaam groeien, kunnen ze op latere leeftijd toch een grote omvang krijgen. Enigszins vatbaar voor ziekten.
  • Rita
Afkomstig uit de Poolse Karpaten. Zwakke groeier met dichte kroon. Loopt vroeg uit. Grote opbrengst aan middelmatig grote noten. De noten hebben dikwijls een asymmetrische vorm (scheef uiterlijk). De mannelijke en vrouwelijke bloeiperioden overlappen elkaar grotendeels. Daardoor is Rita een zelfbestuiver. Weinig vatbaar voor ziekten.
aan de tak
Rijpe noot van 'Buccaneer'. De witachtige zaadmantel zit hier los van de noot tegen de bolster aan.
  • Nr. 16
Ontstaan als een zaailing van Rita. Afkomstig uit Michigan (USA). De groeikracht is te omschrijven als matig. Nr. 16 is dus geen sterke groeier, maar groeit wel wat sterker dan Rita. Loopt tamelijk vroeg uit. Net als bij Rita overlappen de mannelijke en vrouwelijke bloeiperioden elkaar grotendeels, daardoor is ook Nr. 16 een zelfbestuiver. Goede productie van fraaie, grote, langwerpige noten met een scherpe punt. Weinig vatbaar voor ziekten.
  • Coenen
Afkomstig uit Veghel (Nederland). Forse groeier met een brede losse kroon. Loopt vroeg uit. Heeft een bestuiver nodig die vroeg mannelijk moet bloeien (Broadview is geschikt). Grote tot zeer grote noten met goede smaak.
  • Axel
Afkomstig uit Nederland/België. Krachtige opgaande groeier. Vanwege de extreem grote noten is Axel waarschijnlijk de grootste walnoot die er is. De noten zijn echter vaak slecht gevuld en slecht bewaarbaar. Middelmatige smaak. Door de zeer grote noten wel een leuke curiositeit. De Axel is zeer geliefd in België. De reden is dat de Belgen meer dan Nederlanders graag verse noten eten en dan is de Axel bij uitstek geschikt. Het is een 'sappige' noot met een voor liefhebbers fijne smaak. Door zijn sappigheid is de Axel moeilijk te bewaren en hij kan dan muf worden of schimmelen. Een Coenen heeft vers gegeten al een sterkere nootsmaak. De Axel heeft een zachte smaak. Hij levert naar verhouding echter veel nootvlees.
  • Proslavski
Afkomstig uit Bulgarije. Sterke groei met breed uitgroeiende kroon. Donkergroen loof met zeer grote bladeren. Loopt vroeg uit. De mannelijke bloeiwijzen bloeien zeer vroeg. Er is slechts een heel klein gedeelte overlap. Hierdoor is kruisbestuiving nodig (bijvoorbeeld door Buccaneer, Rita, Nr. 16, Coenen). Grote langwerpige noot met dikke schaal. Zeer goede smaak. Weinig vatbaar voor ziekten.
  • Plovdivski
Afkomstig uit Bulgarije. Matige groeikracht met brede kroon. Loopt vroeg uit. De mannelijke bloeiwijzen bloeien voor de vrouwelijke. Heeft een bestuiver nodig. Grote langwerpige noten met een dikke schaal en een grote kern. Zeer goede smaak.
  • Hansen
Afkomstig uit Ohio (USA). Zeer winterhard ras met een tamelijk zwakke groeikracht. De mannelijke bloeiwijzen bloeien voor de vrouwelijke; heeft een bestuiver nodig. De bijzonderheid van Hansen is dat de kleine ronde noten in grote trossen aan de boom hangen, soms wel tot 13 stuks bij elkaar. De smaak is goed en de noten zijn gewoonlijk goed gevuld. Weinig vatbaar voor ziekten.
  • Roter Donau (Red Danube)
Afkomstig uit Duitsland/Oostenrijk. Middelmatige groeikracht. Dit bijzondere ras draagt middelgrote noten met een rode kern. Men zou dit dus de bloedsinaasappel onder de walnoten kunnen noemen.
  • Laciniata
Wordt niet geteeld om de noten, maar om de prachtige diep ingesneden bladeren. Zwakke tot matige groeikracht. Goede winterhardheid. Prachtige sierboom.
  • Purpurea
Wordt niet geteeld om de noten, maar omdat de bladeren van deze boom rood van kleur zijn. De noten die gevormd worden zijn overigens wel eetbaar en intern eveneens rood van kleur (als Red Danube). Groeit langzaam en vormt daarom meer een grote struik dan een echte boom. Bovendien is dit ras niet geheel winterhard en vriezen de jonge twijgen in de winter gemakkelijk een stukje in. Is pas relatief recent ontdekt (1938) en tot op dit moment zeldzaam. Voor de echte liefhebber.

Ziekten[bewerken]

Bladvlekkenziekte op 'Buccaneer'

Walnoten kunnen te lijden hebben van bacteriebrand (Xanthomonas campestris pv. juglandis) en van bladvlekkenziekte (Gnomonia leptostyla). Bladbeschadiging, zwarte vlekken en bladval, en daardoor oogstderving en kwaliteitsverlies kunnen gevolgen zijn van deze ziekten. Deze ziekten treden vooral in slechte natte zomers op. Rassen kunnen sterk verschillen in vatbaarheid. Het blad kan ook aangetast worden door de okkernootviltmijt, maar deze veroorzaakt nauwelijks schade.

Bij een te dikke en harde schaal kan het openen van de noten moeizaam zijn. Bij een te dunne schaal daarentegen kunnen vogels schade geven, doordat ze de schaal dan open kunnen pikken. Schaalgebreken zijn een veelvuldig voorkomend euvel: een onvolledige vorming van de houten schaal rond de kern. Dit treedt vooral op aan de top van de noot en uit zich in dunne of weke schaalgedeelten of zelfs het plaatselijk ontbreken van stukken schaal. Als gevolg van weersomstandigheden treden in bepaalde jaren schaalgebreken vaker op dan in andere jaren. Ook komen soms beschimmelde kernen voor. Deze zijn het resultaat van het niet geheel afsluiten van de twee schaalhelften.

Schimmel[bewerken]

Walnoten zijn zeer gevoelig voor schimmel. Schimmel op de bast kenmerkt zich door zwarte vlekken en een muffe geur. Afborstelen heeft geen zin. De schimmel, Aspergillus niger, is kankerverwekkend en wordt veroorzaakt door de te vochtige omgeving, bijvoorbeeld doordat ze te lang op een natte grond hebben gelegen of door ze in een afgesloten zak of pan te bewaren. Verse noten geven uit zichzelf nog vocht af en moeten daarom op een koele, droge plaats bewaard worden. Ze zijn op een goed geventileerde plaats enkele jaren houdbaar. Het kan ook voorkomen dat de bast niet goed gesloten is, waardoor de schimmel zijn weg naar binnen vindt. Zonder de bast kunnen de noten ook schimmel vertonen; de kleur ervan kan zwart (Aspergillus niger), groen-geel (Aspergillus flavus) zijn of een grauwe donslaag vertonen. Ook dan zijn de schimmels zeer giftig en kankerverwekkend.

Gezondheid[bewerken]

Uit onderzoek van het Hospital Clinico in Barcelona blijkt dat walnoten een positieve rol vervullen binnen de voeding. Walnoten leveren een bijdrage aan het flexibel en elastisch houden van de aderen. Zij verbeteren de conditie van endotheelcellen op de binnenwand van bloedvaten. Wetenschappers van de University of Scranton in Pennsylvania vonden bij onderzoek dat walnoten bijna twee keer zoveel antioxidanten bevatten dan veel andere noten. Verder blijkt uit dierproeven dat walnoten bij muizen remmend werken bij borst- en darmkanker.[2][3]

Walnoten bevatten met name de mineralen fosfor, magnesium, zink, ijzer en kalium. Ook zijn ze een bron van vitamine B1, gamma-tocoferol (een vorm van vitamine E) en foliumzuur.[4]

Zie ook[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek