Walnoot (boom)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Walnoot, okkernoot
Juglans regia Broadview.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Fagales
Familie: Juglandaceae (Okkernootfamilie)
Geslacht: Juglans (Walnoot)
soort
Juglans regia
L. (1753)
Oude okkernotenboom
Oude okkernotenboom
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De walnoot of okkernoot (Juglans regia) is een plant uit de okkernootfamilie (Juglandaceae). Om een onderscheid te maken met het geslacht Juglans, dat eveneens walnoot heet, wordt de soort ook voluit gewone walnoot of Perzische walnoot genoemd. Andere soorten die onder het geslacht Juglans vallen zijn bijvoorbeeld de witte walnoot en de zwarte walnoot.

Beschrijving[bewerken]

De boom kan een hoogte tot 30 m bereiken en kan een meer dan 10 m brede kroon ontwikkelen. Hij vormt een ronde, half-open kroon. Bij het ouder worden krijgt de grijze stam een diep gegroefde bast. De boom vormt laddermerg in de twijgen. De jonge takken zijn olijf-bruin en de oudere takken zilver-grijs. De schors heeft verspreide brede groeven met een ruwe textuur. De boom heeft 25-40 cm lange oneven geveerd samengestelde bladeren, met 5 tot 9 deelblaadjes per samengesteld blad. De drie grootste deelblaadjes bevinden zich aan het uiteinde en zijn 10-18 cm lang en 6-8 cm breed. De deelblaadjes aan de basis van het blad zijn kleiner (5-8 cm lang). De mannelijke bloemen zijn hangende katjes van 5-10 cm. De vrouwelijke bloemen vormen zich in clusters van 2 tot 5. De schil van de bolster is glad en groen van kleur met witte spikkels. De noot is bruin en licht geribbeld.

Verspreiding[bewerken]

De oorspronkelijke habitat van de boom is Centraal-Azië en strekte zich uit van Xinjiang (China) tot Oost-Turkije. De verdere verspreiding westwaarts gebeurde in twee stappen. De eerste van deze twee stappen vond plaats in de vierde eeuw voor Christus tijdens en na de Macedonische veroveringstochten onder Alexander de Grote. De tweede stap gebeurde onder de Romeinen, die de boom verder verspreidden in het Middellandse Zeegebied en West-Europa.

Gebruik[bewerken]

De plant wordt al eeuwen geplant vanwege de economische waarde van het hout en de eetbare noten. Notenhout is een klassiek meubelhout, heel makkelijk te bewerken. Het hout is heel variabel van kleur, samenhangend met de herkomst. Het hout wordt gebruikt voor de meubelindustrie en werd vroeger ook gebruikt voor gebruiksvoorwerpen, zoals lepels, deurklinken en vliegtuigpropellers. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn er veel bomen gekapt voor het maken van geweerkolven, maar ook later is veel notenhout hiervoor nog gebruikt. Befaamd is het gebruik van wortelnotenhout in meubelen en in dashboards van sommige auto's.

Met zijn dicht bladerdak is de okkernoot een ideale en karaktervolle schaduwboom. Vliegen en muggen hebben een hekel aan de geur van de aromatische bladeren. Vandaar dat men op boerderijen vaak een notelaar aantreft in de nabijheid van een mesthoop.

Bloeiwijze en productie[bewerken]

Vrouwelijke bloemen aan het eind van de nieuwe scheuten
De mannelijke bloemen zijn katjes

Mannelijke en vrouwelijke bloemen komen bij de walnoot aan dezelfde boom voor. Mannelijke bloemen zijn in katjes verenigd. Vrouwelijke bloemen bevinden zich al of niet in trossen aan het einde van nieuwe scheuten, die in het voorjaar ontstaan uit de eindknop van de langloten en uit enkele daaronder gelegen knoppen. Bij de rassen die bekendstaan als kortlotdragers komen vrouwelijke bloemen ook aan de kortloten voor, dus meer gespreid langs de takken. Deze rassen (zoals Broadview en Nr. 16) zijn dus in principe veel vruchtbaarder.

Vele rassen kunnen vrucht zetten met hun eigen stuifmeel, maar een verschil in bloeitijd tussen de mannelijke en de vrouwelijke bloemen kan dit beletten. Bij de meeste rassen bloeien de mannelijke en de vrouwelijke bloemen namelijk niet tegelijk. De mannelijke bloemen bloeien meestal eerst, hetgeen protandrie wordt genoemd, maar er zijn ook rassen waarbij het omgekeerde het geval is (protogynie). Daarom is het aan te bevelen om ten minste twee verschillende rassen te planten waarvan de bloeiperioden van de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen elkaar voldoende overlappen.

De walnoot is een windbestuiver. Omdat de mannelijke bloeiwijzen zeer veel stuifmeel leveren dat over grote afstanden kan worden getransporteerd, worden in commerciële beplantingen slechts enkele bestuiverbomen per hectare geplant. Bij het planten van de bestuivers kan het beste rekening worden gehouden met de overheersende windrichting.

Er zijn rassen die zonder eigen of vreemd stuifmeel toch noten leveren, als gevolg van apomictische vruchtzetting (apomixie). De neiging tot apomictische vruchtzetting kan echter van jaar tot jaar verschillen, waardoor het aanplanten van een geschikte bestuiver toch meer oogstzekerheid geeft.

De productiviteit kan per jaar en per ras variëren. Onvoldoende productiviteit kan voor een deel het gevolg zijn van (te) vroeg uitlopen van de knoppen in het voorjaar waardoor vorstschade aan de jonge scheuten en daarmee de vrouwelijke bloemen kan ontstaan. Rassen die vroeg uitlopen (zoals Plovdivski, Proslavski, Rita, Nr. 16 en Coenen) lopen meer kans op nachtvorstschade dan rassen die laat uitlopen (zoals Buccaneer, Wonder van Monrepos, Parisienne en Franquette). Ook gevoeligheid voor wintervorst, waardoor twijguiteinden kunnen bevriezen en afsterven, leidt tot verlies aan productie.

Vermeerdering[bewerken]

Walnoten kunnen door middel van zaaien worden vermeerderd, maar bij gezaaide bomen zijn de eigenschappen van tevoren niet bekend. Gezaaide bomen kunnen laat in productie komen, vaak pas na tien tot vijftien jaar.

Voor de professionele teelt wordt meer en meer gebruikgemaakt van geënte bomen. Geënte bomen hebben als voordeel dat men door voor een bepaald ras te kiezen vooraf de eigenschappen kan bepalen als groeikracht, groeiwijze, bloeitijden, productie en vruchtkenmerken. Bovendien wordt door bomen van hetzelfde ras te planten een uniforme aanplant verkregen. Geënte bomen komen snel in productie, soms al na twee tot vier jaar. De geënte bomen zijn uiteraard wel duurder in aanschaf, doch door de genoemde voordelen en doordat de boom voor zeer veel jaren wordt aangeschaft, is dit het prijsverschil wel waard.

Voor het enten wordt gebruikgemaakt van een onderstam. Hiervoor worden meestal zaailingen van de gewone walnoot (Juglans regia) gebruikt, hoewel ook die van de zwarte walnoot (Juglans nigra) kunnen worden gebruikt. Dit laatste is echter niet aan te bevelen, omdat de zwarte walnoot gevoelig is gebleken voor het kersenbladrolvirus. Dit virus kan in walnoten voorkomen en kan zich via stuifmeel verspreiden. Via het stuifmeel verspreidt het virus zich dan vanuit de vrouwelijke bloemen door de boom. Wanneer het virus de onderstam van de zwarte walnoot bereikt, reageert deze met afsterven. Bomen die op een gewone walnoot zijn geënt hebben daardoor een langere levensduur.

Omdat bij de opkweek van geënte bomen in de boomkwekerij de penwortel meestal ontbreekt, moet een geënte boom op de uiteindelijke plaats diep worden geplant (met de entplaats net onder de grond) en moet een stevige steunpaal worden aangebracht om scheef waaien te voorkomen.

Ziekten en plagen[bewerken]

De boom kan aangetast worden door bacteriebrand (Xanthomonas campestris pv. juglandis en bladvlekkenziekte (Gnomonia leptostyla). Bladbeschadiging, zwarte vlekken en bladval, en daardoor oogstderving en kwaliteitsverlies kunnen gevolgen zijn van deze ziekten. Deze ziekten treden vooral in slechte natte zomers op. Rassen kunnen sterk verschillen in vatbaarheid. Honingzwam doet de bomen snel doodgaan.

Het blad kan ook aangetast worden door de okkernootviltmijt, maar veroorzaakt nauwelijks schade. De vruchten worden gegeten door eekhoorns en vogels.

De boom kent gedurende het hele bladseizoen een flinke sapstroom. Snoeien in het seizoen of de breuk van een tak kan de boom flink aantasten of zelfs doen afsterven. Snoeien in de winter en buiten een vorstperiode is dus van relatief groot belang voor deze soort.

Mythologie en folklore[bewerken]

In de Griekse mythologie wordt Carya door de God Dionysos in een notenboom veranderd. De notenboom staat daarom voor het symbool van de wijsheid. Kariatiden zijn vrouwenbeelden van notenhout in de vorm van kolommen van de tempel van Arthemis Karyatis.

Naam (Etymologie)[bewerken]

Okkernoot[bewerken]

Uit het middeleeuws Latijn: noker noot In het Latijn: nux (noot /notenboom) Letterlijk : noot van de notenboom

Walnoot[bewerken]

De "Wal" in walnoot gaat terug op de stam der Volcae. Na verloop van tijd begonnen de Germaanse stammen de naam van de Volcae te gebruiken voor hun niet-Germaanse buren, eerst de Kelten en nadien ook de Romeinen (die het gebied veroverden). Men vindt ook vandaag nog sporen hiervan terug in streeknamen zoals Wallonië en Wales.

De associatie met de notenboom gaat terug op de verspreiding van de boom door de Romeinen in de veroverde gebieden.

Letterlijk : vreemde (niet-Germaanse) noot.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Beluister

(info)