Geïntegreerd bosbeheer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Geïntegreerd bosbeheer, Multifunctioneel bosbeheer of Multifunctionele bosbouw is een wijze van bosbeheer waarin ruimte wordt geboden aan de verschillende functies van het bos.

Monofunctioneel bos[bewerken]

Bij bos met een functie, monofunctioneel bos, wordt meestal gedoeld op productiebos. Dergelijke bos dat alleen voor productiedoeleinden is aangelegd, wordt ook wel bomenakker genoemd. Hier staan bomen van dezelfde soort en leeftijd bij elkaar. Ze worden steeds gezamenlijk geplant en later ook weer gezamenlijk gerooid, afgezien van uitdunningen die tijdens het groeiproces soms moeten plaatsvinden. Een dergelijk productiebos is niet alleen arm aan biodiversiteit, maar het is ook zeer gevoelig voor plagen.

Voorbeelden van productiebossen zijn de Nederlandse Grove-dennenbossen die in het begin van de 20e eeuw zijn aangelegd voor de productie van mijnhout, en de naaldhoutbossen in Les Landes, die vrijwel geheel bestaan uit eenvormige percelen met bomen van dezelfde leeftijd.

Multifunctioneel bos[bewerken]

Vanaf omstreeks 1975 streeft men in Nederland een vorm van bosbeheer na waarin een aantal van de functies van het bos gezamenlijk worden bevorderd. Eerder waren houtproductie, jacht, economie en erosiebestrijding belangrijke functies. Later kwamen daar recreatie en natuurbescherming bij en nog later waterbeheer. Tegenwoordig worden bossen van groot belang geacht vanwege het vastleggen van kooldioxide en vanwege het afvangen van verontreinigingen zoals fijnstof. In het algemeen wordt de betekenis van bossen bij het milieubeheer steeds meer erkend, of het nu gaat om biodiversiteit, waterbeheer of klimaat.

Voor het beheer heeft deze erkenning van verschillende functies consequenties.

Indien het doel is om meer natuurlijk bos te krijgen zal dood hout vaak blijven liggen, wat schuil- of voedselmogelijkheden voor allerlei insecten, schimmels, vogels en dergelijke biedt. Ook worden door lokaal te rooien open plekken geschapen waar inheemse soorten kunnen groeien. Natuurherstel van vennen en waterlopen kan eveneens een bijdrage leveren aan een meer afwisselend bos. De jacht en houtkap zullen gereduceerd worden.

De recreatie wordt gediend door de aanleg van wandel- en fietspaden en parkeerplaatsen, waarbij de meest kwetsbare gedeelten worden ontzien. Ook worden er vaak voorzieningen zoals picknickplaatsen aangelegd. Steeds meer aandacht is er voor cultuurhistorische objecten, zoals grafheuvels en dergelijke.

De aanplant van veel en het beperken van het kappen van bos is van groot belang bij het vastleggen van kooldioxide en dus bij klimaatregulatie.

Bron/link[bewerken]

  • J.K. van Raffe et al, 2006. Geïntegreerd bosbeheer. Het onderzoek van 2002-2005. Alterra, Wageningen. Rapport 1159. [1]