Greppel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Groep jongens tijdens het graven van een greppel, collectie Tropenmuseum, ca. 1920

Greppels zijn lange geulen in akkers en weilanden.

Ze worden gebruikt om overtollig water naar een sloot af te voeren waardoor de grond minder drassig wordt. Planten, die anders verrotten en schimmelen, kunnen dan beter groeien. Greppels zijn vooral nuttig in kleigrond omdat klei water moeizaam doorlaat. Greppels liggen vaak droog.

Zie ook[bewerken]