Van Heeckeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Familiewapen

Van Heeckeren was een riddermatig geslacht in Overijssel en Gelderland. In 1814 en 1815 werd een aantal leden benoemd in de nieuwe ridderschappen van Gelderland en Utrecht waarmee zij het Nederlands adeldom verkregen. In 1819 vond bij Koninklijk Besluit erkenning plaats van de titel baron op allen. In 1836 werd George Charles van Anthes ingelijfd met de titel baron en vergunning de naam Van Heeckeren aan te nemen.

Oorsprong[bewerken]

Van Heeckeren was een zeer aanzienlijke ministerialenfamilie die hoogstwaarschijnlijk afstamde van Keulse ministerialen die in de omgeving van Emmerik gegoed waren. In 1263 wordt Everhardes de Heekeren als ministerialis et homo van Gelre genoemd in de oorkonde van de verlening van stadsrecht aan Wageningen.[1][2] Het geslacht Van Heeckeren zal waarschijnlijk door zijn aanzien als Keuls ministeriaal overgegaan zijn in die van Gelre.[3]

Het is niet helemaal duidelijk waar de familie haar naam aan ontleende. Het meest waarschijnlijke is aan een gelijknamig goed tussen Emmerik en Elten[bron?] in het gericht Hekeren-Rechen-Hüthum. In de 'Annalen des historischen Vereins für den Niederrhein' van 1865 beweert Dederich dat er halverwege de Elterberg en Emmerik een stamslot gestaan moet hebben waar in 1758 nog een Pannenhuis zou hebben gestaan.[4] Hiervan is echter nooit enig spoor gevonden. Het enige leenbezit dat gevonden is in de leenregisters van Kleef, Bergh en Elten is 't goet te Hoetem en goed in de weerd tussen Emmerik en Lobith als vijfmarksleen van Gelre aan Dirc van Hekeren. In de Gelderse leenregisters is verder niets gevonden. Het bezit van de Van Heeckerens moet dus een Keuls leen geweest zijn of allodiaal bezit.[5]

In het eerste kwart van de vijftiende eeuw is Van Heeckeren tak Enghuizen, opgenomen in de ridderschap. In de Arnhemse leenrerigisters wordt In 1404 melding gemaakt van het goed te groten Engehusen onder Hummelo naar Zutphens recht, en in 1424 tot eenen sadelgoede rechten. Zodra dienstmannen opgeklommen waren naar de ridderschap werden hun leengoederen zadelgoederen genoemd.[6][noot 1]

Het geslacht Van Heeckeren is verwant met de adellijke families Van de Ese, De Rode van Heeckeren, Van Rechteren, Van Ulft, Van Voorst tot Voorst, Van Dorth, Van Ampsen, Van Emmerik en Van Holthusen. Sommige families voeren in hun wapenschild het Van Heeckeren wapen.

Familie[bewerken]

In mannelijke lijn stamt de familie Van Heeckeren af van Jacob van Heker, heer van Roderlo, die in 1440 overleed. De naam Jacob van Heeker komt voor het eerst voor in 1380.[7] Hij was gehuwd met Bertha van Ampsen († na 2 juli 1424 en voor 1428), weduwe van Rolof van Holthusen die haar in 1389 lijftochtte aan de (lage) heerlijkheid Ruurlo. Uit de leenregisters van het kwartier Zutphen blijkt dat Roelof van Holthuizen in 1404 reeds kinderloos was overleden en dat zijn weduwe vóór 1412 hertrouwd was met Jacob van Heker. Op 26 juli 1420 werd Jacob beleend met Ruurlo nadat hij het op 14 mei 1420, nog bij leven van Bertha, had gekocht van Johan van Hekeren (van Wissink) en diens zoon Henric. Er is geen familieverband tussen koper en verkoper. Johan van Hekeren was een neef en erfgenaam van Roelof van Holthuizen. Jacob woonde reeds vóórdat hij het goed aankocht op Roderlo, in 1417 stuurde de stad Zutphen een bode naar Jacob van Hekeren toe Roederlo.[8][9]

Op 21 januari 1428 huwde hij voor de tweede maal met Elisabeth (Lijsen of Lijsbeth) van Keppel gen. Oolde.

Na de dood van Jacob in 1440 werd zijn zoon Evert uit het tweede huwelijk als minderjarige beleend met Roderlo. Hij huwde op 3 augustus 1458 met Eylarda van Metelen vrouwe van Nettelhorst (?-1509), dochter van Hendrik heer van Nettelhorst en Geertrui van Langen. In 1449 werd hij opgenomen in de Ridderschap van Gelre en Zutphen. In 1465 verkreeg hij Nettelhorst. Hij was drost en richter van Borculo. Hij was aanhanger van het stamhuis van de Gelderse hertogen en tegen de Bourgondische en Oostenrijkse annexatie. In de strijd tussen hertog Arnold van Egmont van Gelre en zijn zoon Adolf van Egmont koos Evert voor zoon Adolf.

Tak Van Nettelhorst (oudste tak)[bewerken]

  • stamvader Jacob van Heeker (?-1440)
    • Evert van Heeckeren heer van Roderlo (?-ca. 1504)
      • Jacob van Heeckeren heer van Roderlo (?-1508)
      • Evert van Heeckeren heer van Roderlo en Nettelhorst (?-1562)
        • Evert van Heeckeren heer van Nettelhorst (?-1575)
          • Walraven van Heeckeren heer van Nettelhorst en Enghuizen (1576-1645)
            • Evert van Heeckeren heer van Nettelhorst, Enghuizen en Barlham (1613-1680)
              • Walraven van Heeckeren heer van Nettelhorst (1643-1701), gezant in Duitsland en Zweden
              • Robert van Heeckeren heer van Enghuizen en Barlham (1650-1699), gehuwd met Anna Wilhelmina Caecilea van Keppel, vrouwe van Molecaten en Kamferbeek (1670-1704)
                • Evert van Heeckeren heer van Nettelhorst en Molecaten (1693-1724), huwde mer Jacoba Judith Isabella van Rechteren, vrouwe van Schulenborg en de Ehze (1693-1748)
                  • Adolf Jacob Hendrik heer van Nettelhorst, Batinge en Clooster (1715-1765), huwde Petronella Reiniera van Lintelo, vrouwe van Overlaer en De Heest
                    • Evert Christiaan Carel Willem heer van Nettelhorst, Batlinge en Clooster (1744-1816), laatste bewoners van De Nettelhorst
                      • Adolf Jacob Hendrik Willem heer van Nettelhorst en Batinge (1784-1857)
                      • Pieter Reinhard Johan Wild van Heeckeren heer van Marhulsen (1785-1835), notaris in Eibergen en burgemeester van Eibergen van 1813 tot 05-01-1835, lid van de Provinciale Staten van Gelderland, controleur van de belastingen, schoolopziener, adjunct-houtvester in de provincie Gelderland en president-kerkvoogd
                    • Frederik Jan Wilhelm Robert heer van Overlaer(1745-1815)
                  • Reinhard Burchard Willem van Heeckeren van Molecaten (1721-1799), stamvader van de tak Molecaten
                • Ludolf Hendrik Burchard Silvius van Heeckeren heer van Kamferbeek, Wierse, Waliën en Kemnade (1696-1762, burgemeester van Groenlo en gecommiteerde der Staten Generaal
              • Jacob Derk van Heeckeren van Barlham, later van Enghuizen, Roderlo, Cloese, Langen en Brandsenburg, leenvolger van Nettelhorst (1665-1749)

Bekende telgen[bewerken]

Eigendommen[bewerken]

De familie is door haar status verbonden met veel verschillende huizen en kastelen, met name in Gelderland en Overijssel.

Literatuur[bewerken]

  • Heeckeren, A.F.H. van (1876) 'Genealogie van de geslachten Van Voorst, Van Heeckeren, Van Rechteren' in: Heraldieke Bibliotheek
  • Dederich, A (1881) 'Die ältesten Trümmer der Rittergeschlechtes der Hekeren aus Emmerich' in: Monatschrift für die Geschichte Westdeutschlands VII p. 501-515. Gedigitaliseerd: Münster : Univ.- und Landesbibliothek, 2013
  • Haas, W.H. de (18812 'Het geslacht van Heeckeren' in: Heraldieke Bibliotheek nieuwe reeks IV, p. 1 ev (IJzendoorn) (Deels achterhaald)

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Verwante wapens[bewerken]