Daedalus (mythologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Daedalus en Icarus.
Schilderij van Charles-Paul Landon (19e eeuw)
Daedalus en Icarus

Daedalus (Latijn) of Daidalos (Grieks: Δαίδαλος), zoon van Eupalamus en Alcippe, is een figuur uit de Griekse mythologie.

Daedalus en Perdix[bewerken]

Daedalus was in Athene een hoog gewaardeerde architect en tevens een uitvinder. Hij werd gezien als de grootste van zijn tijd. Een van zijn leerlingen, zijn eigen neef Perdix, was echter in staat hem te overtreffen. Hij ontwierp namelijk de passer en bij het bestuderen van een vis met een stekelige rug ontdekte hij de zaag. Uit jaloezie duwde Daedalus Perdix van de akropolis van Athene, maar de godin Pallas Athena, beschermster van wijsheid, veranderde de vallende Perdix in een patrijs, een vogelsoort die niet hoog, maar laag vliegt, uit angst vanwege zijn vroegere val. De binomiale naam van een patrijs is ook Perdix perdix. Daedalus werd achternagezeten door de mensen en beschuldigd van moord. Hij ontvluchtte hierop, samen met zijn jonge zoon Icarus, de stad Athene en toog naar Kreta.

Daedalus op Kreta[bewerken]

Daedalus, Pasiphaë en de houten koe (1e eeuw n.Chr.)

Op Kreta kwam Daedalus in dienst van koning Minos. Minos, in zijn ijdel bestaan, bestond het de goden te verontwaardigen: zo verwisselde hij een witte heilige stier, die hij van Poseidon gekregen had om aan hemzelf te offeren, met een grijs exemplaar. Deze strafte hem door zijn vrouw, koningin Pasiphaë, met zinsverbijstering te slaan. In verliefde waanzin wenste ze gemeenschap met die stier te beleven. Daedalus was verantwoordelijk voor de houten namaakkoe die gemeenschap van de koningin met de stier mogelijk maakte. Hij kreeg eveneens van de koning de opdracht om het labyrint van Knossos te ontwerpen, waar de Minotaurus (het monsterlijke resultaat van die paring) gevangen werd gehouden.

Daedalus en Icarus[bewerken]

Het verhaal van Daedalus en zijn zoon Icarus, die hij bij Naucrate had verwekt, wordt onder meer beschreven in de Metamorfosen van Ovidius.

Na de bouw van het labyrint kwamen hij en Icarus vast te zitten op Kreta vermits Minos hen niet wilde laten vertrekken, omdat hij het geheim van het labyrint van Knossos kende. Omdat Kreta een eiland is en de havens bewaakt werden, was ontsnappen erg moeilijk.

Daedalus (1334 - 1336)

Ontsnapping was alleen mogelijk via de lucht. Daedalus maakte daarom twee paar enorme vogelvleugels van veren, die hij met bijenwas aan houten geraamtes bevestigde. Samen met zijn onbezonnen zoon Icarus waagde hij hierop de oversteek van Kreta naar Athene over de Egeïsche Zee. Hij gaf zijn zoon de raad niet te hoog te vliegen, dat wil zeggen niet te dicht bij de zon. Te laag vliegen mocht ook niet, aangezien het water anders de veren nat zou maken. Hij moest de Gulden Middenweg of de Aurea Mediocritas afleggen.

Icarus luisterde echter niet naar de adviezen van zijn vader. Hij werd overmoedig en vloog steeds hoger. Daardoor ging de bijenwas smelten en vielen de vleugels uiteen, waarop Icarus in de zee stortte. Daedalus zag zijn zoon in de golven verdwijnen. Intussen zagen een herder, een visser en een boer die op afstand meekeken Daedalus en Icarus aan voor goden, omdat alleen goden de hemel konden doorklieven.

De bedroefde Daedalus begroef zijn zoon nadat hij hem had teruggevonden op een nabijgelegen eiland, volgens de traditie het eiland Ikaria. Het gedeelte van de zee waar Icarus in terechtgekomen was (tussen de Cycladen en Klein-Azië), is naar hem vernoemd: de Ikarische Zee.