Hephaistos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Thetis smeekt Hephaistos voor haar zoon Achilles een uitrusting te smeden. Olieverf van Johann Heinrich Füssli

Hephaistos (Oudgrieks: Ἥφαιστος) of Vulcanus (Latijn) is een figuur uit de Griekse mythologie. Hij is de god van de smeedkunst, het vuur en de ambachtslieden en is smid van de goden. Volgens sommige bronnen (Homerus, e.a.) was hij de zoon van Zeus en Hera, volgens anderen (Hesiodus) was hij alleen de zoon van Hera.

De Romeinen stelden hem gelijk aan hun god Vulcanus (ook wel Mulciber). Hij was getrouwd met Aphrodite, maar Aphrodite bedroog hem met haar minnaar Ares, de oorlogsgod. Van Ares kreeg ze een kind, genaamd Harmonia.

Mythologie[bewerken]

Hij had sterke armen, zoals elke smid, en onderontwikkelde benen. Hephaistos was echter ook nog mank. In Homerus' Ilias wekt zijn verschijnen bij de goden het ‘Homerisch gelach’. Voor zijn mankheid bestaan twee verklaringen. Volgens de ene was Hephaistos bij een echtelijke twist tussen zijn ouders aanwezig en toen hij zich erin mengde om zijn moeder te verdedigen, pakte zijn vader hem bij een been en wierp hem van de Olympus naar beneden. Een volk uit Thracië, de Sintiërs, dat met een volksverhuizing op Lemnos was terechtgekomen (daar was Hephaistos neergekomen bij zijn val), verpleegde hem maar hij bleef mank.

De andere versie vertelt dat Hephaistos al bij geboorte mank was,[1] en dat Hera hem uit schaamte van de Olympus gooide, waardoor hij voor de rest van zijn leven mank liep. Hij kwam in de oceaan terecht, waar hij opgevist werd door Tethys en Eurynome die hem opvoedden in een diepe grote donkere grot bij de zee. Toen hij volwassen geworden was besloot hij om zich te wreken door aan zijn moeder een door hem gesmede gouden troon te schenken. Toen zij daar echter op plaats nam, was ze er plotseling aan vast geketend en niemand behalve Hephaistos kon haar bevrijden. Beide bovenstaande verhalen zijn terug te vinden in de Ilias.

Er wordt ook gezegd dat Zeus, om met Hephaistos op goede voet te komen na diens terugkeer op de Olympus, besloot hem Aphrodite tot echtgenote te geven. Hoewel hij zelf lelijk was had Hephaistos altijd knappe vrouwen: behalve Aphrodite wordt nog melding gemaakt van de als "bevallig" beschreven Charis en van Aglaea, de jongste van de drie Gratiën. Van de zonen van Hephaistos zijn vooral de Argonaut Palaemon, de beeldhouwer Ardalus, de rover Periphetes, die door Theseus werd gedood, en Erichthonios bekend.

Relaties[bewerken]

Aphrodite was niet gelukkig getrouwd met Hephaistos. Zij hield van Ares en Ares hield van haar. Terwijl Hephaistos ging werken in zijn werkplaats op de Olympus, liet Aphrodite Ares stiekem toe in haar bed. Hephaistos wist al vanaf het moment dat hij Aphrodite trouwde dat dit ging gebeuren. Zo listig als hij was bedacht hij een plan om de wereld te laten zien dat Aphrodite vreemd ging. Hij maakte een onzichtbaar net dat over Aphrodite en Ares heen zo vallen als hij dat wilde. Ook nodigde hij alle goden uit om te komen. Het plan werkte en Aphrodite en Ares raakten, terwijl ze naakt waren, verstrikt in het net. Alle goden begonnen te lachen toen ze hen zagen. Hephaistos heeft hen uiteindelijk bevrijd.

Een ander verhaal luidt dat Hephaistos verliefd was geworden op Pallas Athena. Hephaistos zou naakt op Athena zijn afgerend en zijn zaad zou op Athena's kleren zijn gekomen. Athena zou het met een doek hebben afgeveegd en de doek in een vallei hebben gegooid. Hierdoor raakte moeder aarde, Gaia, bevrucht. Het kind dat hier uit voortkwam heette Erechtheus. Hij zou later de eerste koning van de stad Athene zijn.

Attica, een dochter van Zeus en Eurynome, zou getrouwd zijn met Hephaistos. Zij kregen samen vier beeldschone dochters, die ook wel de Charites worden genoemd. Ook zou Hephaistos nog een korte relatie met een nimf hebben gehad. Hieruit zouden ook nog een aantal goddelijke dochters zijn geboren.

Cultus[bewerken]

Hephaistos werd oorspronkelijk vereerd in Klein-Azië (Lycië) als demon van allerlei natuurlijke vuurverschijnselen. Vandaar kwam zijn cultus naar het eiland Lemnos. Van het eiland Lemnos kwam de Hephaistoscultus naar Athene, waar de god de beschermer van de pottenbakkers werd. De Tempel van Hephaistos werd gebouwd naast de wijk van deze ambachtslieden.

Overigens werden alle werkingen van het vuur met Hephaistos in verband gebracht. Onder de vulkanen had hij zijn werkplaats, zoals onder de Mosychlos op Lemnos, waar de Cabeiren zijn helpers waren, en in het westen onder de Stromboli, maar voornamelijk onder de Etna, waar de cyclopen hem dienden. In Homerus' Ilias wordt zijn naam direct gekoppeld aan vuur, waar het vuur waarboven vlees wordt bereid af en toe wordt aangeduid als de 'vlam van Hephaistos'.

Hij smeedde voor goden en helden wapens en uitrustingen, bijvoorbeeld Poseidons drietand, het schild van Herakles en het kuras van Achilles. Prometheus werd door hem in de boeien geslagen en de beeldschone Pandora was zijn schepping. Als kunstenaar in het smeden stond hij in nauwe relatie tot Athena, de godin van de kunsten. In Athene werd het feest de Chaldeia voor beide goden tezamen gevierd.

Iconografie[bewerken]

De vroegst bekende afbeelding van Hephaistos stamt uit de zesde eeuw voor Christus en laat de geboorte van Athena zien, evenals een scène met Peleus en de terugkeer naar de Olympos. Hij werd gewoonlijk afgebeeld met typische smidswerktuigen als de hamer, tang en blaasbalg. Van de Romeinse equivalent van deze Griekse godheid zijn talloze standbeelden gevonden, evenals o.a. sarcofagen en mozaïeken.