Domein van Mariemont

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het kasteel van Mariemont door Jan Brueghel de Oude in 1612
Dreef van Mariemont

Het Domein van Mariemont bestaat uit een park en een museum voor sierkunsten en is gelegen in de Henegouwse gemeente Morlanwelz.

Het is een voormalig koninklijk landgoed en jachtterrein, dat in de 16e eeuw op verzoek van Maria van Hongarije werd aangelegd. De laatste particuliere eigenaar was Raoul Warocqué (1870-1917), die het naliet aan de Belgische staat.

Vandaag de dag is het domein een openbaar park.

Pre-industriële geschiedenis[bewerken]

Het domein van Mariemont dankt haar naam (letterlijk: De heuvel van Maria) aan opdrachtgeefster Maria van Hongarije, de zus van keizer Karel V (1500-1558). Nadat ze op vrij jonge leeftijd haar echtgenoot, koning Lodewijk II van Hongarije, verloor, kreeg ze van haar broer de opdracht om de Nederlanden als landvoogdes te besturen. Als privilege kreeg ze het provoostrecht over Binche. Terwijl ze in deze stad een paleis liet bouwen, gaf ze, als jachtliefhebster, ook opdracht in de bossen van Morlanwelz een jachtpaviljoen aan te leggen in 1546: het domein van Mariemont. Deze twee monumenten werden ontworpen door de Bergense architect-beeldhouwer Jacques Dubrœucq.

Het jachtpaviljoen bestond uit een rechthoekige toren van 19m op 17 omringd door een gracht. Het paviljoen werd in 1554 door de Fransen in brand gestoken. Het kasteel van koning Henri II werd op dezelfde manier door de Spanjaarden beschadigd. De restauratiewerken van het gebouw van Maria duurden tot in 1560. Maar Maria is nooit meer teruggekeerd naar Mariemont; na de troonsafstand van haar broer trok ze zich in 1556 terug in een Spaans klooster. Haar domein werd onderhouden maar kreeg gedurende 40 jaar geen bezoekers meer.

De aartshertogen Albrecht en Isabella, twee verwoede jachtliefhebbers, herontdekten het paviljoen. Ze waren zo in de ban van de ligging van het paviljoen dat ze besloten om er een koninklijke residentie van te maken. Grote werken werden ondernomen onder toezicht van de architect Wenceslas Coberger. De gebouwen zijn vernieuwd en vergroot: vier hoekpaviljoens zijn aan het centrale gebouw toegevoegd. Men mag nu echt over een kasteel spreken in Mariemont. Uit die periode dateren ook de weelderige tuinen die aan Aranjuez doen denken, waar Isabella opgroeide. De aanleg van de tuinen en van de waterspelen werd toevertrouwd aan de architect Pierre Le Poivre. Het domein werd vergroot en spreidde zich uit over 500 hectare.

Van 1668 tot 1678 was het domein van Mariemont Frans. Het verdrag van Aken maakte er een possessie van Lodewijk XIV van. Hij verbleef er twee keer: in 1670 en 1675. In 1678 kwam het domein terug in Spaanse handen. Maximiliaan II Emanuel van Beieren begon er vernieuwingswerken in de jaren 1690, maar al snel was het gebouw opnieuw verwaarloosd als gevolg van de Spaanse Successieoorlog.

In 1714 werden de Nederlanden overgelaten aan het huis van Oostenrijk door de Vrede van Rastatt, en vanaf 1725 was het Maria Elisabeth van Oostenrijk die er als landvoogdes de heerschappij over uitoefende. Ze bedacht een plan om het water van Mariemont te gebruiken voor kuuractiviteiten. Het water van Mariemont, dat al een lange tijd een uitstekende reputatie genoot, werd goedgekeurd door de toenmalige wetenschappers. Maria-Elisabeth wilde met Mariemont het kuuroord van Spa naar de kroon steken. Het domein werd opnieuw vergroot zodat het de fontein van Haine-Saint-Pierre bevatte, die door een weg verbonden werd aan het kasteel. Dit plan werd echter nooit een groot succes, waarschijnlijk omdat Maria-Elisabeth kort daarna stierf.

In 1745 besloot de nieuwe gouverneur van de Nederlanden, Karel-Alexander van Lotharingen, om het oude kasteel van Mariemont met de grond gelijk te maken en er een nieuw paleis te laten bouwen. De plannen daarvoor werden ontworpen door de architect Jean Nicolas Jadot. Het gebouw werd daarna nog bijgewerkt in 1766 en 1744.

Ook de tuinen werden compleet vernieuwd om er Franse tuinen van te maken. De orangerie werd gebouwd en er werden grote feesten op het domein georganiseerd. In 1794 werd dit paleis echter ook door de vlammen vernietigd als gevolg van de Franse Revolutie. Het zijn echter niet de troepen, maar de inwoners uit de buurt die de grootste schade berokkenen.

De familie Warocqué[bewerken]

Op het einde van de 18e eeuw werd het domein van Mariemont verkocht te midden van andere bezittingen die in beslag genomen werden door de Franse Staat. Het kasteel was op dat moment één grote ruïne. Het domein werd gekocht door twee broers, Isidore en Nicolas Warocqué (1773-1838), industriëlen uit de streek. Samen met drie partners investeerden ze in het landgoed om er steenkool te ontginnen. Zo wordt in 1802 de “Société minière du parc de Mariemont” gesticht. De onderneming groeide erg snel.

In 1805 werd Nicolas burgemeester van Morlanwelz, een functie die de Warocqués er tot 1917 zullen uitoefenen. In 1829 kocht hij het bos van Mariemont om er zijn privédomein van te maken en er een kasteel op te laten bouwen. Het neoklassieke gebouw werd ontworpen door de latere architect van Leopold I, Tilman-François Suys.

Abel Warocqué (1805-1864), zoon, is de eerste Warocqué die in het kasteel zijn intrek neemt. In zijn tijd is het park aangelegd zoals een Engels landschapspark, zoals vandaag nog altijd het geval is. Leon Warocqué (1831-1868) bestuurde de koolmijnen slechts vier jaar, daarna nam zijn broer Arthur Warocqué (1835-1880) de leiding over. In deze periode ontstonden er stakingen en rellen en in heel wat koolmijnen was de toestand erg kritiek. Mariemont en andere ondernemingen van de Warocqués bleven hiervan min of meer gespaard, dankzij het paternalistische beleid en de liefdadigheidsinitiatieven van de Warocqués ten opzichte van hun arbeiders.

Mariemont CHSp1aJPG.jpg
Het museum verscholen achter een libanonceder
De afdeling Verre Oosten in het museum

Arthur was de eerste echte verzamelaar van de familie. Hij schilderde zelf ook graag en verzamelde enkele bekende schilderwerken. Zijn opvolger, Georges Warocqué (1860-1899), had bijna het patrimonium van de familie verspild en zijn broer Raoul Warocqué (1870-1917) moest de zaken overnemen en weer op de rails zetten. Toen Georges vóór zijn tijd stierf werd Raoul de enige erfgenaam van Mariemont.

Raoul Warocqué[bewerken]

De laatste telg van de familie, Raoul Waroqué (geboren in 1870), was een groot kunstliefhebber en weldoener, die doordrongen was van de gedachte dat rijk zijn ook verplichtingen meebracht. Met zijn geld financierde hij archeologische opgravingen in de streek, steunde allerlei sociale projecten, liet bibliotheken en scholen bouwen, en hielp tijdens de Eerste Wereldoorlog de ergste noden van de bevolking te lenigen.

Als groot kunstliefhebber en met de hulp van specialisten (Franz Cumont en Georges Van der Meylen), stelde Raoul Warocqué in korte tijd een merkwaardige verzameling samen. Hij vergrootte sommige collecties die zijn voorgangers al samen gebracht hadden zoals de verzameling kantwerk van zijn moeder en de handschriften van de echtgenote van Abel. De Warocqués hadden waarschijnlijk ook voorwerpen van decoratieve kunst en enkele serviezen Doorniks porselein in hun bezit, maar het was Raoul die in zijn kasteel de meest volledige verzameling van deze voorwerpen samenbracht. Raoul Warocqué had ook veel belangstelling voor de geschiedenis van zijn streek en daarom is een groot deel van zijn collectie gewijd aan de Gallo-Romeinse periode in Henegouwen. Om deze te vergroten liet hij opgravingen uitvoeren in de streek (Houdeng-Gœgnies, Fayt-lez-Manage, Chapelle-lez-Herlaimont, Nimy). Ook interesseerde hij zich al vroeg in boeken. Toen hij op 16-jarige leeftijd in Parijs studeerde, zocht hij er mooie uitgaven van de klassieke auteurs. Naast zijn belangstelling voor oude boeken abonneerde hij zich ook voor moderne uitgaven.

In het park liet hij een paviljoen bouwen, de “Romeinse baden”, waar hij zijn Griekse en Romeinse kunstwerken kon tonen. Tijdens zijn reis in Egypte kocht hij ook merkwaardige Egyptische voorwerpen, zoals een kolossaal borstbeeld van een Egyptische koningin. Het is waarschijnlijk door zijn studie van het Doorniks porselein dat hij ook Chinees porselein ontdekte. Een deel van zijn verzamelingen is dan ook besteed aan de Chinese en Japanse beschavingen. Ook hier bracht hij voorwerpen terug uit zijn reizen. In het park liet Raoul verder prieeltjes aanleggen die oosterse modellen nabootsten. Hij bestelde en kocht ook beelden van beroemde kunstenaars uit zijn tijd, zoals De Burgers van Calais van Auguste Rodin (1840-1917) en kunstwerken van Jef Lambeaux (1852-1908).

Raoul Warocqué stierf op 28 mei 1917 zonder officiële nakomelingen. Hij legateerde zijn park, zijn kasteel, zijn bibliotheek en zijn verzamelingen aan de Belgische staat met als doel er een museum van te maken.

Het moderne museum[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Musée Royal de Mariemont voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Richard Schellinck, secretaris en bibliothecaris van Raoul Warocqué, werd de eerste conservator van het museum van Mariemont. Uit trouw voor de vroegere eigenaar voerde hij diens laatste beslissingen uit. In 1934 nam Paul Faider de leiding van het museum over en voerde hij grote veranderingen in: kunstwerken werden gerestaureerd en er werd een eerste catalogus uitgeven. Zijn vrouw, Germaine Faider, volgde hem op in 1940 en startte met de pedagogische dienst.

Op kerstavond 1960 brak er brand uit in het museum. De collecties bleven grotendeels gespaard, maar het kasteel werd verwoest. De ruïnes werden met de grond gelijk gemaakt en in de plaats verrees een hedendaags gebouw naar plannen van architect Roger Bastin (1913-1986). Het nieuwe Koninklijk Museum van Mariemont werd op 8 oktober 1975 geopend. Vanaf 1965 is het museum erkend als wetenschappelijke instelling en in 1981 kreeg het de benaming van Wetenschappelijke instelling van de Franse Gemeenschap van België. Het ontving in 2007 de “Prix des Musées” voor Wallonië.

Zie ook[bewerken]