Geschiedenis van Terwaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Via Belgica: Plaatsnamen vanaf het Kanaal (westen) tot aan de Rijn (oosten): Boulogne-sur-Mer (Bonen), Therouanne (Terwaan), Arras (Atrecht), Cambrai (Kamerijk), Bavay (Bavik), Liberchies, Tongeren, Maastricht, Heerlen, Julich (Gullik) en Keulen
Sporen van de noordelijke stadvesten van Terwaan in het landschap (wal met een haag begroeid)
Opgraving van de resten van de kathedraal van Terwaan

De geschiedenis van Terwaan verwijst niet zozeer naar het huidige Franse dorpje Thérouanne, maar naar de stad Terwaan, Terwanen of Terenburg, die ooit op die plaats lag.

Romeinse overheersing[bewerken]

Toen Julius Caesar in 56 v.Chr. Gallië veroverde, werd het noorden van het huidige Frankrijk bewoond door verschillende stammen die tot twee taalgemeenschappen behoorden: de Galliërs, tussen de Somme en de Seine enerzijds; en de Belgae ten noorden van de Somme. Beiden hadden een Keltische cultuur. In die tijden was het gebied van de huidige arrondissementen van Sint-Omaars (Saint-Omer) en Calais bewoond door de Morinen (tussen de Aa en Boulogne-sur-Mer), hun buren de Menapiërs (tussen de Aa en de Leie) en de Atrebaten (zij gaven hun naam aan Artesië).

De Romeinse invloed was in deze uithoek van het Rijk vooral voelbaar in het stedelijk centrum Ter-wenna (wenna of 'waan' was de oude naam voor de rivier, nu 'petit Lys' genaamd), een benaming die in essentie een Romeinse schepping was en die dan ook al snel werd omgedoopt tot Colonia Morinorum, 'hoofdplaats van de Civitas Morinorum' of District der Morinen. Als zodanig vormde het ook een knooppunt van heirwegen die tot op vandaag nog gemakkelijk te volgen zijn: de D341 van Bononia (Zosimus) of Portus Itius (aldus Caesar, of Boulogne-sur-Mer, vanwaar de Via Belgica Europa intrekt) over Terwaan naar Nemetacum (Atrecht) en Colonia Claudia (Keulen), en de D190 naar Kassel. De D192 vormt de aanzet tot de Leulène, een bochtige tertiaire weg naar de kust bij Wissant, waarvan de loop slechts gedeeltelijk bewaard bleef en die zeer waarschijnlijk veel ouder is dan de Romeinse heirwegen. Het einde van deze era kwam in 407, toen het stadje platgebrand werd.

Vroege Middeleeuwen[bewerken]

In de 7e eeuw huwde Folchaide van Terwaan (geb. ca. 621) met koning Theodo II van Beieren. Hun dochter Willigarde van Beieren (geb. ca. 664) werd de moeder van Rotrude van Trier (690-724), een van de vrouwen van Karel Martel, de grootvader van Karel de Grote.

Vlaamse periode[bewerken]

Terwaan herleefde nadat Audomarus of Omaar, een monnik uit de abdij van Luxeuil, tussen 639 en 667 de evangelisatie van het huidige arrondissement Sint-Omaars ondernam en op het einde van zijn leven, met de steun van Acharius en de Merovingische vorst Dagobert, de eerste bisschop van Terwaan werd. Hij werd daarbij geholpen door Bertinus van Artesië, naar wie de abdij van Sint-Omaars werd vernoemd (Abdij van Sint-Bertinus). Het territorium van het bisdom werd in het noorden begrensd door de IJzer en in het zuiden door de Canche en de Leie, en was ondergeschikt aan het aartsbisdom Reims.

Toen de graven van Vlaanderen vanaf de 9e eeuw gewapenderhand hun gebied naar het zuiden uitbreidden, ging ook Terwaan tot het graafschap behoren. Niet voor lang echter, want in een poging om de Franse koning Filips II August in zijn macht te brengen, huwde de Vlaamse graaf Filips van de Elzas zijn nicht Isabella van Henegouwen aan de jonge vorst uit en gaf hen het zuiden van Vlaanderen als bruidsschat mee. Dat draaide anders uit, want de wilsterke koning scheurde zijn geschenk in 1191 van Vlaanderen af en verhief het later tot het graafschap Artesië. Daarmee ging ook Terwaan tot Frankrijk behoren.

Vlaanderen bleef zich goeddeels verzetten tegen de knechtschap onder de Franse koning. De kleinzoon van Gwijde van Dampierre, Willem van Gulik de Jongere, verleende op 12 juli 1303 als ruwaard van Brugge steun bij de verovering van Terwaan (Terwagne) op de Fransen, nadat hij die eerder dat jaar reeds tijdens de slag bij Arke verplicht had het veld te ruimen. Na de invasie van Zeeland begonnen de Vlamingen dat jaar een offensief in het zuiden. Bij Kassel werd een leger verzameld dat de grens overtrok en Sint-Omaars aanviel, waarbij de Fransen vluchtten. Het Vlaamse leger plunderde de hele streek rond Sint-Omaars en Terwaan en viel in augustus ook nog het land van Doornik binnen. In enkele maanden tijd waren aldus zowel de Vlaamse noord- als zuid- en zuidwestgrens stevig beveiligd. In augustus begon Filips de Schone met de vorming van een nieuw leger, maar door muiterij vanwege achterstallige soldij kon hij niet in actie komen. In september kwam hij daarom een wapenstilstand overeen met de Vlamingen tot mei 1304, die later werd verlengd tot juni 1304. Dit bestand gaf de Fransen de kans om opnieuw een leger op te bouwen. Ook werd militaire steun verkregen van Engeland en Brabant, en politieke steun met de zegen van de paus.

Nadat gravin Margaretha van Male in 1369 met Filips de Stoute, hertog van Bourgondië was gehuwd, bracht zij hem Vlaanderen als bruidsschat aan. Zelf erfde de hertog in 1384 Artesië, zodat beide delen weer bij elkaar werden gebracht, nu als twee afzonderlijke entiteiten. Toen hertog Karel de Stoute een kleine eeuw later zijn rijk probeerde uit te breiden en daardoor in conflict raakte met koning Lodewijk XI van Frankrijk, kwam het tot een reeks schermutselingen tussen beiden, culminerend in de Slag bij Nancy in 1477, waar Karel tijdens een persoonlijk duel met Lodewijk de dood vond. Dit was meteen het einde van het Bourgondische era en het onafhankelijkheidsstreven van het hertogdom.

Franse periode[bewerken]

Terwijl de koning van Frankrijk poogde zijn zoon en dauphin Charles met Maria van Bourgondië, dochter en erfgename van Karel de Stoute, te laten huwen, verkoos zij een huwelijk met Maximiliaan I van Habsburg aan te gaan, dat plaats had op 19 augustus 1477. Daardoor kwam een eind aan haar korte persoonlijke regeerperiode en vielen de Nederlanden nu onder de kroon van het huis Habsburg. Maar hiermee gingen ook de Habsburgse en de Bourgondische erflanden samen zodat de hoop ontstond dat aan de poging van Lodewijk XI om Bourgondië van de kaart te vegen een halt kon toegeroepen worden en de Franse dreiging het hoofd geboden kon worden.

De koning probeerde daarop Artesië terug bij de kroondomeinen te voegen door het militair te veroveren. Met veel geweld bezette hij Doornik en Terwaan en belegerde in 1479 Atrecht, maar ondervond daarbij zoveel weerstand dat hij na de inname besloot deze stad te straffen: alle inwoners werden verjaagd en vervangen door Fransen uit de Loirestreek.

Ontsteld en ontstemd door deze handelwijze kozen de Staten van Artesië de zijde van Maria van Bourgondië. De steden van Vlaanderen waren zich na de innames bewust geworden van het Franse gevaar en steunden nu de hertogin in haar strijd tegen Frankrijk. Daarop trok Maximiliaan, met het oogmerk de erflanden van zijn vrouw te verdedigen, tegen de Fransen in het veld en leverde op 7 augustus 1479 te Enguinegatte (iets ten zuiden van Terwaan) slag met hen. De uitslag bleef evenwel onbeslist waardoor beide tegenstanders min of meer gedwongen waren vrede te sluiten. Beiden tekenden dus in 1482 de Vrede van Atrecht, die Artesië aan Maximiliaan en Maria toewees, echter zonder de Calaisis (dat in Engelse handen was), de Boulonnais en de bisschopsstad Terwaan. Terwaan werd een Franse enclave in Artesië. Maar de Franse veroveringen bleven hierdoor beperkt tot Bourgondië en Picardië.

Le Grand Dieu de Thérouanne, in de kathedraal van Sint-Omaars.

Spanningen met Frankrijk bleven bestaan, maar die leken te worden ontmijnd toen keizer Karel V en koning Frans I op 3 augustus 1529 de Damesvrede van Kamerijk sloten. Daar gaf Frankrijk immers formeel elk recht op Vlaanderen en Artesië op. Maar de Franse koning begon met het intensief versterken van Terwaan, zijn enclave in Artesië. Tussen 1521 en 1544 werden door het Franse garnizoen van de stad 500 omliggende dorpen verwoest. Op verzoek van de Staten van Artesië namen keizerlijke troepen de stad in, aangevoerd door de heer van Lalaing. Karel V zon op wraak na zijn nederlaag bij het beleg van Metz. Keizer Karel V gaf op 20 april 1553 het bevel de stad (met een grote kathedraal, twee parochiekerken en verschillende kloosters en abdijen) zó volledig met de grond gelijk te maken dat recente opgravingen de grootste moeite hebben gehad om nog sporen terug te vinden; op de resten werd zout gestrooid opdat er nooit meer iets zou kunnen groeien. De vernietiging van de bisschopsstad nam de ganse zomer 1553 in beslag. Slechts enkele brokstukken bleven gespaard, waaronder het beroemde gevelveld van de kathedraal met Le Grand Dieu de Thérouanne (midden 13e eeuw), dat naar de naburige kathedraal van Sint-Omaars werd overgebracht. Ook het naburige kasteel van Hesdin werd in 1553 met de grond gelijk gemaakt.

Het bisdom Terwaan, een van de rijkste en meest uitgestrekte van heel West-Europa, werd opgeheven; bij de reorganisatie van de bisdommen in 1559 liet Filips II van Spanje het gebied ervan verdelen over de nieuwe bisdommen Boulogne, Sint-Omaars en Ieper. De Franstalige delen ressorteerden hierbij onder Boulogne en Sint-Omaars, terwijl de Nederlandstalige delen onder Ieper gebracht werden.

Bisdom Terwaan[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Bisdom Terwaan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als belangrijkste bisschop van Terwaan kan Johannes van Waasten (1099-1130) worden beschouwd, die aan het begin 12e eeuw de invoering van de Gregoriaanse hernieuwingsbeweging tot stand bracht. De laatste bisschop, Antonius II van Créquy, werd aangesteld in februari 1552, maar kon door de verwoesting van Terwaan nooit officieel geïnstalleerd worden. Hij werd op 15 december 1553 benoemd tot bisschop van Nantes. Tegenwoordig ressorteert het gebied van Terwaan onder het bisdom Atrecht.

Van het oude bisdom Terwaan is door de verwoesting in de 16e eeuw weinig archief overgeleverd. De belangrijkste delen bevinden zich heden in het Stadsarchief van Sint-Omaars (bewaard in de Bibliothèque de l'Agglomération de Saint-Omer) en in het Bisschoppelijk Archief te Brugge (Y-reeks met betrekking tot Ieper). Recent is evenwel de synodale wetgeving van het bisdom uitgegeven.

Zie ook[bewerken]