Frysk & Frij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Frysk en Frij
Plaats(en) van uitgave Utrecht en Bolsward
Verschijningsfrequentie driewekelijks
Reproductiemethode Gedrukt
Datum eerste uitgave 1 oktober 1944
Taal Nederlands
Vervaardigers/redacteuren J. Piebenga, D.A. Tamminga, A. Wadman, J.H. Brouwer, S.F. van der Burg, P. Faber, E.B. Folkertsma
Drukkerij(en) Uitgeverij A.J. Osinga
Nr. in DOP van L.E. Winkel 188
Beschrijving in catalogus 37631222X
Portaal  Portaalicoon   Media

Frysk en Frij was aanvankelijk een verzetsblad uit de Tweede Wereldoorlog, dat vanaf 1 oktober 1944 in Utrecht en Bolsward werd uitgegeven.


Oorsprong[bewerken | bron bewerken]

Frysk en Frij ontsproot in 1944 uit de illegaliteit (vergelijk de naam met Vrij Nederland). De veearts Sjirk Frânses van der Burg begon het pamflet van twee kantjes A5 te verspreiden. Medewerkers van het eerste uur waren Eeltsje Boates Folkertsma, Jan Piebenga, Douwe Annes Tamminga, Anne Wadman en prof. dr. Jelle Hindriks Brouwer. De verspreiding geschiedde via Trouw-contacten. Het eerste nummer van dit in het Fries geschreven blaadje, verscheen te Utrecht, waar de student P. Faber over een handpersje beschikte. Het tweede nummer werd in Bolsward gedrukt door A.J. Osinga. Van het derde nummer raakte de kopij weg bij de posterijen. Tijdens de oorlog verschenen nog vier nummers. Na nummer 7 kwam er een einde aan de bezetting. Het blad verscheen nadien legaal.

Voortzetting[bewerken | bron bewerken]

Na de bevrijding kwam op 25 mei 1945 kwam het eerste nummer van het weekblad Frysk en Frij uit. Het was de bedoeling dat het blad vaker dan eens per week zou verschijnen, maar zo ver is het nooit gekomen. De redactie bestond uit Jan Jelles Hof en Jehannes Klazes Dykstra. Piter Terpstra, Durk van der Ploeg en Baucke Visser waren eindredacteur gedurende de jaren zestig. Gebrek aan inkomsten leidde tot het einde van het blad. Op 14 oktober 1966 verscheen het laatste nummer.

Nieuw begin[bewerken | bron bewerken]

Frysk en Frij werd in januari 1972 nieuw leven ingeblazen, met als drijvende kracht H. (Henk) de Boer, die op dat moment werkte bij de Leeuwarder Courant. Aanvankelijk verscheen Frysk en Frij als maandblad, maar al in 1973 werd het elke drie weken uitgebracht. Kort daarna eens in de twee weken, en van augustus 1974 tot 1992 werd het weer een weekblad, dankzij subsidie van de provincie. Omdat het weekblad verscheen in een ‘minderheidstaal’ in een relatief klein taalgebied was financiële steun onontbeerlijk. Toen de provinciale subsidie werd ingetrokken verscheen het blad in 1992 en 1993 als tweewekelijks tijdschrift en sinds 1994 als maandelijks magazine.

Brede formule[bewerken | bron bewerken]

Het familie en opinieblad kenmerkte zich door de brede formule. Er was voor elk wat wils. Hoewel, sensatie-journalistiek was uit den boze, pittige polemieken daarentegen niet. Frysk en Frij was het enige geschreven Friestalige medium voor jong en oud, rijp en groen, links en rechts, orthodox, vrijzinnig, humanist en vrijdenker. Er waren rubrieken over taal en literatuur, beeldende kunst, toneel, film, religie, politiek, landbouw, sport, dammen, bridgen, puzzelen, koken. Maandelijks vielen extra bijlagen in de bus, met name literaire. Bijna iedereen die zich met Fries schrijven wilde occuperen vond men onder de gelederen. Medewerkers waren o.a.: Froukje Annema, W.F. Bakker, W. Bergsma, Eize de Boer, Marten L. de Boer, Tsjitske de Boer, Joop Boomsma, mr L.H. Bouma, Annemieke Brandsma, Afke Brouwer-de Beer, Dieke Brouwer (=Jikke Kingma-van Tuinen), Nynke Brouwer, prof. dr W.J. Buma, Jan Dotinga, D. Duipmans, Henk Dykstra, Marten L. Dykstra, Anne Feddema, Kobe Flapper, Hylkje Goïnga, Amarins de Jong, Aukje de Jong, Janny de Groot, Goasse Groustra, Josse de Haan, Rienk de Haan, Wieke de Haan, Eric Hoekstra, Lolkje Hoekstra, Saakje Huisman, Onno P. Falkena, Eeltsje Hettinga, Broer van der Hoek, Benny Holtrop, Dam Jaarsma, Klaas Jansma, Ate de Jong, Folkert de Jong, Jan de Jong, J.K. de Jong, Jan Jongsma, Binne Keulen, Bertus Klazinga, D.W. Kok, Teake Kooistra, Anne Koopmans, Douwe Kootstra, Albert van der Meer, Egbert Menger, Pyt Meinema, Gys Miedema, S.J. van der Molen, Beart Oosterhaven, Teake Oppewal, Margryt Poortstra, Bauke Postma, Jeltsje Postma, L. Postma, Jelle Raap, Janneke Radsma, Eelco Salverda, Sjoerd van der Schaaf, Willem Schoorstra, Simy Sevenster, Albertina Soepboer, Jehannes Spyksma, Jan Stelwagen, Andrys Stienstra, Romke Toering, Eelkje Tuma, H. Twerda, Akky van der Veer, Rink van der Velde, Jant Visser-Bakker, R. Visser, Jannewietske de Vries, Ingrid Wagenaar, Jan R. van der Wal, Leny van der Wal, Germ Wartena, Johan Weerstra, Syds Wiersma, Piter Wilkens, Willem Winters, Jaap Wolthuizen, Ids Willemsma, Piter Yedema, P. van Zalinge, Ale van Zandbergen en Adam Zantema.

Literaire recensenten waren o.a.: Marten Brouwer, Eppie Dam, Freark Dam, Klaas Dantuma, M.J. de Haan, Steven H.P. de Jong, Jabik Veenbaas, Anne Wadman, Harmen Wind en Jan Wybenga.

Onder de columnisten trof men aan: Doede Bleeker (in het dialect van Stavoren), Tsjêbbe Hettinga, Tony Feitsma, Eelke Lok, Aggie van der Meer, Bouke Oldenhof, Piter van der Plank, Klaasje Postma, Ype Schaaf, Trinus Riemersma, Waarnimmer (=Eize de Boer), Kees Wedman en Johan van der Zee.

De kolommen met politieke commentaren werden gevuld door o.a.: Mieke A.H. Andela-Baur (CDA), Anneke Bakker-van Popta, Riemke Bos-Osinga, Mony B.A. Brandsma-Ydema (CDA), Lieuwe Durksz, Annet van der Hoek (PvdA), Sara Hofman (CPN/sinds 1990 GrienLinks), Pyt de Jager (CDA), Annemarie Jorritsma (VVD), Janke Koning, Geeske Krol-Benedictus (FNP), Anneke Kuipers, Titia Lont (CDA), Hannah Ludwig (PvdA), Janke Meekma-Tilma (CDA), Baukje (Hylkema-)Miedema (VVD), Eva C. Richert-Mooij (VVD), J.F. Rouwé-Danes (VVD), pytjon sikkema (PSP-Pacifistisch Socialistische Partij/sinds 1990 GrienLinks), Rindert Straatsma (D’66), Cathy Ubels (EVP-Evangelische Volkspartij/sinds 1990 GrienLinks), Willem Verf (PPR-Politieke Partij Radikalen/sinds 1990 GrienLinks), Roel Vogelzang (idem), Katja Westra, Nel van Zandbergen-Scheffer (VVD), Hieke Zondervan-Rypkema (PvdA).

Levensbeschouwelijke bijdragen kwamen van o.a.: ds Gerrit Hoekstra, ds Thys Kuiper, Corry Nicolai, ds Klaas Visbeek, ds H.C. van der Meulen, ds Reinder Reitsma, Jan A. Zwart (humanist).

Kweekvijver[bewerken | bron bewerken]

Het blad werd een kweekvijver voor literair en journalistiek talent. Talloze schrijvers debuteerden in Frysk en Frij met poëzie en proza, onder begeleiding van een stevige redactie. Verslaggevers als Peter Bruinsma, Herman Broers, Jacob Haagsma, Harm Harkema, Nico Hylkema, Johann Mast, Gerryt van der Meer, Anke Mulder, Johan Oppewal, Sietse de Vries en Willem de Vries begonnen en/of vervolgden hier hun journalistieke carrière. In 1990 organiseerde Frysk en Frij een symposium over 100 jaar Friestalige journalistiek. Teksten uit Frysk en Frij werden als onmisbaar beschouwd als er in het onderwijs behoefte was aan geschreven Fries over actuele maatschappelijk relevante onderwerpen. Ook examenteksten voor het middelbaar en voortgezet onderwijs werden uit het blad gedestilleerd. Daarnaast exploiteerde Frysk en Frij een maandblad voor kinderen: De Fryske Bernekrante met als redactrice Meintsje Brouwer-de Jong. In 1989 was Goasse Brouwer hoofdredacteur geworden. Hij runde het blad met o.a. de vaste redactieleden Sjoerd van Aalsum, Jelle Bangma, Geart-Hessel de Boer, Jelma S. Knol, Johan Oppewal en 88 freelance medewerkers.

Aantal abonnees[bewerken | bron bewerken]

Voor Friese begrippen had het blad een fors aantal betalende abonnees: 4.400 - ter vergelijking: het maandblad De Strikel had in die tijd een abonneebestand van naar eigen opgaaf 900. In verhouding met het Nederlandse taalgebied kon men toen een Fries abonneebestand vermenigvuldigen met de factor 28. De inkomsten uit advertenties (in het Fries - een moeilijkheidsfactor) waren een essentieel bestanddeel van de exploitatie: in 1994 f 150.000,00 op jaarbasis. De abonnementsprijs eveneens: in 1992 f 59,00, in 1994 f 75,00 per jaar. De medewerkers werden volgens journalistieke normen betaald - een columnist kreeg in 1994 bijvoorbeeld f 60,00 per bijdrage. In 1991 werd een fonds opgericht - Stipefûns Frysk en Frij - waarin abonnees renteloze leningen en schenkingen stortten, als buffer.

Provinciaal rapport[bewerken | bron bewerken]

Sinds het tijdschrift in 1991 zonder provinciale financiële steun verscheen, hing het financiële zwaard van Damocles boven het hoofd van de redactie. Er volgde een periode van strijd om subsidie. Ondertussen berichtte de Leeuwarder Courant onder leiding van het hoofd Cultuurredactie Pieter de Groot (eveneens eindredacteur van De Strikel en partner van de verantwoordelijke cultuurgedeputeerde Johanneke Liemburg) bij voortduring over ‘een blad dat bijna niemand leest’, of iets in die trant. Wederhoor werd niet toegepast. In opdracht van gedeputeerde Liemburg (PvdA) kwam in 1994 een rapport uit, geschreven door Harke van der Meer, oud-directeur van de Friese Pers BV, uitgever van de Leeuwarder Courant, die regionale bladen trachtte over te nemen, inclusief Frysk en Frij. Daarin stelde Van der Meer dat Frysk en Frij 3.500 abonnees had, terwijl het abonneebestand toen op 4.442 stond en 15.000 lezers, er zouden bijna geen inkomsten uit advertenties zijn en de medewerkers werden slecht betaald. Hij adviseerde geen subsidie te verstrekken. Dit advies werd door Gedeputeerde Staten overgenomen en bestempeld als vertrouwelijk en diende als enige basis voor de besluitvorming over het eventueel wederom verstrekken van provinciale subsidie - na zes jaar. De Provinciale Staten van Friesland stemden in grote meerderheid tegen een honorering van een - aangescherpte - aanvraag van f 125.000,00 per jaar.

Benefietmanifestatie[bewerken | bron bewerken]

Dit leidde tot protesten in de provincie. In het blad zelf en elders verschenen honderden adhesiebetuigingen aan Frysk en Frij. Deze provinciale taalpolitiek werd in het veld massaal verworpen. Op initiatief van zanger-troubadour Piter Wilkens werd een benefietmanifestatie in de Prinsentuin te Leeuwarden georganiseerd die tweeduizend bezoekers trok. Een breed scala van literatoren, popgroepen en zangers manifesteerde zich - luidruchtig en subtiel. De zanger Ernst Langhout lanceerde een protest-cd, schaatskampioen Ids Postma nam het eerste exemplaar in ontvangst.[1] Het mocht niet baten.

Comité van Aanbeveling[bewerken | bron bewerken]

Er werd een Komitee fan Oanbefelling Frysk en Frij (1996-’97) ingezet, met als leden Dieuwke Y.W. de Graaff-Nauta (CDA, voorzitter, staatssecretaris Binnenlandse Zaken), Egbert Steenbeek (VVD, secretaris, secr. Kamer van Koophandel in Friesland), John G. te Loo (PvdA, burgemeester van Leeuwarden) en Gerrit Ybema (D’66, lid Tweede Kamer). Doel: de provinciale politiek bewegen Frysk en Frij voortaan weer te subsidiëren. Maar de provincie hield vast aan het oordeel van de toenmalige verantwoordelijk gedeputeerde Bertus Mulder (PvdA), opvolger van Liemburg, dat het blad te weinig actieradius had met een oplage van 3.300 exemplaren (en dubbel zoveel lezers). Financiële steun zou volgens Mulder beter besteed zijn aan regionale bladen. Hiermee werd afstand genomen van het eerder gebruikte kwalitatieve argument dat Frysk en Frij een journalistiek ondermaats product leverde en ingezet op kwantiteit. Daarbij werd gedacht aan een Friestalig huis-aan-huis blad dat op provinciaal grote schaal verbreid zou kunnen worden ten dienste van de Friese 'taalbevordering'. Na deels interne discussie werd het een wekelijkse krantenpagina in de twee provinciale dagbladen, gevuld met wetenswaardigheden en actualiteiten. De provincie Friesland betaalde drie jaar lang lang deze wekelijkse Friestalige pagina als advertentie in het Friesch Dagblad, de Leeuwarder Courant en een Huis-aan-huisblad. Daarmee hield zij op toen er na drie jaar niet geconstateerd kon worden dat er een positief effect op het taalgebruik uit voortvloeide.

Einde[bewerken | bron bewerken]

Frysk en Frij werd zonder provinciale steun voortgezet, met ingang van 1994 als maandelijks magazine. In 1995 zag een jubileumnummer naar aanleiding van het 50-jarig bestaan als legaal blad het licht. Abonnees, adverteerders, bestuur en redactie hoopten vergeefs op een ommekeer in de provinciale politiek. In december 1997 rolde het laatste full colour-nummer van de pers. De redactie kon zonder provinciale steun geen optimale kwaliteit meer garanderen.