Gebruiker:Jcb/Kerken en het onderwijs in de Dominicaanse Republiek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de Dominicaanse Republiek is er de laatste jaren een enorme groei van evangelische en pentecostale kerken (pinkstergemeenten). Het aantal gemeenten stijgt, maar ook de gemeenten zelf groeien behoorlijk. De gemeenten die het snelst groeien zijn over het algemeen gemeenten met een eigen basisschooltje. Groei van deze gemeenten lijkt vaak te volgen op uitbreiding van het bijbehorende schooltje.

Het onderwijs in de Dominicaanse Republiek[bewerken | brontekst bewerken]

In de Dominicaanse Republiek is er een groot gebrek aan mogelijkheden voor het volgen van basisonderwijs. Een groot deel van de kinderen kan helemaal niet naar school, omdat er simpelweg geen school in de buurt is met ruimte. Daarnaast is het zo dat de scholen van de overheid niet gratis zijn en wat kwaliteit betreft veel te wensen over laten. Het feit dat voor deze scholen betaald moet worden zorgt ervoor dat dit voor veel ouders geen optie is. De scholen die wel gratis zijn, horen doorgaans bij een kerk. De kwaliteit van deze scholen is over het algemeen hoger dan die van de scholen van de overheid. Deze scholen krijgen wel subsidie. Op de meeste scholen krijgen de kinderen ’s middags een maaltijd, op sommige krijgen ze dagelijks drie maaltijden. De basisschool werkt met graden die staan voor een schooljaar. Leeftijd is hier niet echt belangrijk. De kinderen beginnen niet allemaal op dezelfde leeftijd aan de school. Wie voor het eerst naar school gaat moet bij het begin beginnen. De basisschool bevat totaal 13 graden, waarvan het eindniveau vergelijkbaar is met in Nederland basisschool + havo. De meeste kinderen komen niet verder dan 6 graden. Vaak moeten ze al jong aan het werk. Op het grootste deel van de scholen gaan de kinderen halve dagen naar school, om de capaciteit van de gebouwen optimaal te kunnen benutten. ’s Morgens komt er een klas en ’s middags komt er in hetzelfde lokaal een andere klas. Soms komt ook ’s avonds nog een klas.

Scholen van kerken[bewerken | brontekst bewerken]

Scholen die bij een kerk horen zijn over het algemeen van evangelische of pentecostale kerken. De voorganger van die kerk heeft dan een stuk extra opleiding gevolgd om een school te kunnen leiden en is het schoolhoofd. Het onderwijzend personeel komt vaak geheel uit die kerk. Aangezien deze scholen gratis zijn, zijn ze naast de subsidies ook financieel afhankelijk van giften.

Evangelische en Pentecostale kerken (pinkstergemeenten)[bewerken | brontekst bewerken]

Afgaande op de cijfers die David B. Barrett geeft in zijn “World Christian Encyclopedia” is het aantal mensen dat betrokken is bij evangelische en pentecostale kerken/pinkstergemeenten de afgelopen decennia enorm gestegen, namelijk van samen 3,2 % van de bevolking in 1970 naar 15,3% in 2000. Deze kerken ontstaan doorgaans op de volgende manier: een predikant vestigt zich in ergens, vaak in een armoedige wijk. Hij bouwt daar (met wat hulp van medestanders) een eenvoudig kerkgebouwtje. Vervolgens gaat de predikant in de wijk actief mensen werven. Binnen een jaar heeft zo’n nieuwe kerk soms meer dan honderd bezoekers. De mensen die zich aansluiten bij een dergelijke kerk zijn hoofdzakelijk slapende katholieken. Ten gevolge van de gekozen locaties komt een groot deel van de evangelische en pentecostale kerkgangers uit een armoedige tot zeer armoedige wijk.

Veel van de scholen die van kerken zijn, horen bij een Evangelische of Pentecostale kerk. In de wijken waar nieuwe kerkjes zich vestigen is meestal geen (gratis) basisonderwijs voor handen. Het komt dan regelmatig voor dat de dominee zich het lot van de kinderen in de wijk aantrekt en een schooltje op poten zet. Hij (en meestal zijn vrouw) begint dan heel kleinschalig met het lesgeven aan een klein groepje kinderen, in het kerkje zelf, dan meestal niet veel meer voorstelt dan een soort afdak. De school zal in de loop der jaren steeds een beetje groter worden. Met de uitbreiding zal de subsidie van de landelijke overheid toenemen en zullen er nieuwe sponsors worden gezocht. Snelle uitbreiding van zo’n schooltje is niet ter verwachten, tenzij een hulpverleningsorganisatie zich daarmee bezig gaat houden. In de Dominicaanse Republiek zijn allerlei organisaties aan het werk uit allerlei landen die bij dergelijke schooltjes een aantal klaslokalen bijbouwen. Een vleugel van drie klaslokalen staat voor een extra capaciteit van 150 leerlingen. Op sommige scholen wordt ook ’s avonds les gegeven. In dat geval komen er nog eens 75 leerlingen bij, zodat de totale capaciteit voor de vleugel op 225 leerlingen komt. Het is dan wel een vereiste dat elektrisch licht is aangelegd, aangezien het in de Dominicaanse Republiek vroeg in de avond al donker wordt. Ook moet op de locatie van de school het lichtnet redelijk betrouwbaar zijn of een aggregaat aanwezig zijn. In grote delen van het land valt de elektriciteit bijna dagelijks urenlang uit. Het gebruik van een aggregaat is daarbij niet echt wenselijk, gezien de brandstofkosten.

De groei van kerken met een school[bewerken | brontekst bewerken]

Kerken die een school beginnen gaan in de jaren daarna behoorlijk groeien. Ook na een flinke uitbreiding van de school volgt in de jaren daarna een forse groei van de kerk. Wanneer een kerk een flinke school heeft, is na verloop van tijd vaak een groot deel van de wijk betrokken bij de kerk. Hoe komt dat? Daarbij speelt een aantal factoren een rol.

Allereerst gaan de kinderen uit de wijk naar de school. De school is heel nadrukkelijk Christelijk en dat is in het hele programma verweven. Ze beperken zich daar zeker niet tot een dagopening van vijf minuten. De leerlingen worden aangemoedigd om ook naar de kerkdiensten te komen en deze kinderen zullen ook wel eens gevraagd worden mee te helpen bij een speciale dienst. Er zijn dan ook veel kinderen aanwezig bij de kerkdiensten. De kinderen brengen hun enthousiasme over op hun ouders die daardoor ook geïnteresseerd kunnen raken.

De dominee en zijn vrouw en voor zover aanwezig het verdere onderwijzend personeel bezoeken regelmatig de gezinnen waar de kinderen op de school uit komen. Ze praten dan over de resultaten van het kind en over de mogelijkheid voor eventuele broertjes en zusjes die nog niet op school zitten om dat te gaan doen. Meestal is er geen plaats voor alle kinderen uit een gezin. De scholen doen hun best kinderen uit zoveel mogelijk verschillende gezinnen een plaatsje te bieden. Tijdens het bezoeken van de gezinnen gaat het niet uitsluitend over de school en het kind. Het gaat ook over de kerk en het geloof. Ouders worden op die manier ook uitgenodigd om de kerkdiensten te gaan bezoeken.

Daarnaast zijn er ook ouders die naar de kerk komen omdat ze het gevoel hebben dat het in het belang van de opleiding van hun kind is om op die manier bij de kerk betrokken te zijn. De school en de kerk zijn vrijwel naadloos verweven. De voorganger op zondag is doordeweeks het hoofd van de school.

Wordt de school op deze manier gebruikt als middel, bedoeld om te evangeliseren? Dat is normaalgesproken niet de hoofddoelstelling. Een predikant trekt zich het lot aan van de mensen die in een armoedige wijk wonen en verruilt zijn oude (meestal luxere) woonomgeving voor een ter plekke in elkaar gezet bouwvallig huisje om daar de mensen te helpen. Het primaire middel dat hij daarvoor heeft is een kerk. De predikant gaat ervan uit dat het geloof het mooiste is wat iemand kan krijgen. Zo’n iemand verkondigt het evangelie uit onder meer naastenliefde. En ander middel dat de predikant daarnaast heeft is het opzetten van een school. De meeste kerken die een school hebben kiezen voor normaal basisonderwijs, maar er zijn ook kerken met een beroepspraktijkopleiding. Daarnaast zijn er kerken met een medische post. Deze voorzieningen zijn niet opgezet om te evangeliseren, maar om de mensen uit de wijk te helpen. Een neveneffect is wel de groei van de kerk en daar lijkt toch een heel duidelijk oorzakelijk verband te liggen. De school en de kerk horen bovendien heel duidelijk bij elkaar, waardoor het een het ander haast wel moet beïnvloeden.

De effecten van een school op een wijk[bewerken | brontekst bewerken]

De effecten die een school van een kerk op een wijk heeft zijn enorm. Wanneer er in een armoedige wijk een school wordt geopend die uitgroeit naar een capaciteit van enkele honderden leerlingen, dan is tien a vijftien jaar later de wijk veel minder armoedig geworden. Kinderen die een aantal jaren naar school zijn geweest hebben veel betere kansen om een baan te vinden dan kinderen zonder enige vorm van scholing. Zo’n wijk bloeit helemaal op. Ook zijn er op heel korte termijn al effecten. De scholen geven de leerlingen dagelijks te eten. Hier zitten ook veel kinderen bij die anders niet elke dag eten zouden krijgen. De armoedegrens in de Dominicaanse Republiek is 200 Euro per jaar. De helft van de mensen leeft onder die armoedegrens en heeft dus echt onvoldoende om goed te eten. Ook het eerder genoemde evangeliserende effect is groot. Hele wijken met mensen veranderen van slapende katholieken in betrokken kerkgangers bij de kerk in de wijk.

Waarom zijn het juist de Evangelische en Pentecostale kerken?[bewerken | brontekst bewerken]

Het zijn vooral de Evangelische en de Pentecostale kerken die een schooltje hebben. Waar is de katholieke kerk waar 89% van de bevolking lid van is? Een probleem met de katholieke kerk is dat deze weinig actief is en nogal conservatief. De katholieke kerk richt zich veel meer op traditie dan om hedendaagse problemen. De Evangelische en Pentecostale kerken zien kans om dichter bij de burger te komen. Dit komt deels door bijvoorbeeld met de levendige kerkdiensten in te spelen op de cultuur. Aangezien de protestante gemeenten niet van bovenaf worden bestuurd kunnen zij ook gemakkelijker op de omstandigheden inspelen. Verder past het meer bij een evangelische of pentecostale voorganger om op deze manier iets voor de mensen te betekenen dan bij een katholieke voorganger. Hier spelen ideologische facetten een rol.

Wat doet de overheid?[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel de meeste scholen in het land verzorgd worden door kerken, is het aanbieden van onderwijs primair de taak van de overheid. Deze zet wel scholen neer, maar lang niet genoeg om alle kinderen les te kunnen geven. Ook zijn deze scholen niet gratis en dus voor een groot deel van de kinderen niet toegankelijk. Verder laat de kwaliteit van het onderwijs in staatsscholen veel te wensen over. Wel geldt ook voor deze scholen dat de leerlingen te eten krijgen. De overheid verstrekt ook subsidie aan scholen van kerken. Wanneer het schoolgebouw aan bepaalde minimumeisen voldoet en er een voldoende opgeleid schoolhoofd is komt een school hiervoor in aanmerking. Veel schoolhoofden hebben een combinatieopleiding gevolgd met daarin theologie en een opleiding om een school te leiden. Met een dergelijke opleiding wordt men geacht in staat te zijn naar behoren een school te leiden. Minimumeisen van een gebouw hebben te maken met onder meer sanitaire voorzieningen.

Een concrete situatie: El Seibo[bewerken | brontekst bewerken]

School in El Seibo

In september 1998 trok de zware orkaan Georges over de Dominicaanse Republiek en veroorzaakte veel schade en honderden doden. Veel boeren uit het vlakke land in de omgeving van El Seibo hadden helemaal niets meer. De overheid heeft aan de rand van El Seibo voor een groot stuk grond gezorgd, tussen de heuvels waar het veiliger is als er een orkaan komt. Alle gezinnen die ten gevolge van de orkaan dakloos waren geworden hebben daar een klein stukje grond gekregen. Daar mochten ze zelf iets op bouwen. De mensen hadden helemaal niets meer, dus ook niet de middelen om voor goede bouwmaterialen te zorgen. Zo komt het dat daar nu de wijk Villa Guerrero is, een sloppenwijk is met zo’n 8000 inwoners die volstaat met huisjes van golfplaten en slechts hier en daar een gemetseld huisje. De overheid is in 2004 gestart met de bouw van bescheiden maar solide betonnen huisjes waar de mensen uit de sloppenwijk in konden gaan wonen. In de zomer van 2005 bleek echter dat het grootste deel van deze huisjes inmiddels bewoond werd door rijkere mensen die niet uit de sloppenwijk afkomstig waren.

De eerste jaren waren er in Villa Guerrero helemaal geen voorzieningen aanwezig, geen kerk, geen school en geen medische post. In 2001 trok Pastor Nicolas uit San Pedro de Macorís zich de omstandigheden van de bewoners van de wijk aan. Hij zegde zijn baan in San Pedro de Macorís op en vestigde zich in El Seibo. Hij heeft daar vervolgens met zijn eigen handen de fundering voor de kerk gestort. Deze kerk stelt niet veel voor, het is een golfplaten dak op poten. Pastor Nicolas is direct begonnen met het werven van fondsen en hij bedacht een plan om de wijk te helpen. Zijn plan voorziet in een school met op termijn een capaciteit van meer dan duizend kinderen, een gaarkeuken, een medische post, een sportveld en op termijn een grotere kerk. Hiervoor heeft hij een grote lap grond geschonken gekregen, waar het allemaal op past.

Vanaf bijna het begin geeft de vrouw van Pastor Nicolas basisonderwijs in het kerkgebouwtje aan een kleine groep kinderen. Zodra ze daar de middelen voor hadden zijn ze begonnen met aan die groep, ongeveer 30 kinderen, elke dag een maaltijd te verstrekken. In de jaren die volgden is de kerk van Pastor Nicolas enorm gegroeid. Hij legde contacten met de andere protestantse kerken in El Seibo, die zijn project steunden. Met elkaar zouden ze zich inzetten voor gratis goed Christelijk onderwijs voor geheel El Seibo. Dit was een doel waarvan ze wisten dat het nog heel lang zou duren voor dat bereikt zou kunnen worden. De bestaande capaciteit zou daarvoor uitgebreid moeten worden met zo’n 4500 kinderen.

In de zomer van 2004 heeft de organisatie World Servants met een groep van 30 Nederlandse jongeren drie klaslokalen gebouwd bij de school van Pastor Nicolas. Een jaar later bleek dat er inmiddels 160 kinderen les kregen en dat die elke dag drie maaltijden kregen. Er werkten inmiddels drie onderwijzeressen op de school. Het aantal mensen dat bij de kerk betrokken was, was flink toegenomen. Doordat er zoveel kinderen eten kregen bij de school was het aantal gezinnen waar honger werd geleden ongeveer met vijftig afgenomen.

In de zomer van 2005 is er weer een groep Nederlanders van World Servants geweest. Zij zijn er begonnen aan de bouw van nog drie klaslokalen en hebben in de lokalen van 2004 elektrisch licht aangelegd. Inmiddels wordt het project ook geholpen door de burgemeester en het provinciebestuur. De lokalen uit 2005 zijn door financiële omstandigheden in 2005 niet zodanig afgebouwd dat ze in gebruik kunnen worden genomen. In juni 2007 waren de werkzaamheden echter weer in volle gang, zodat deze lokalen na de zomer van 2007 alsnog in gebruik konden worden genomen. Dan komt de capaciteit op 375 kinderen. Ook geeft de huidige capaciteit van 225 in vergelijking met de 30 kinderen die hier in het voorjaar van 2004 les kregen hoop voor de toekomst.

In deze situatie heeft de kerk het onderwijs op poten gezet, dankzij het werk van deze predikant is er nu onderwijs mogelijk op een plaats waar dat tot 2001 geheel niet beschikbaar was. De groei van de school is niet direct beïnvloed door de kerk, als er een gratis school is, dan hoeft er geen moeite te worden gedaan om leerlingen te werven. De groei van de school is hier ook sterk beïnvloed door de forse capaciteitsvergroting die een externe hulpverleningsorganisatie (World Servants) heeft uitgevoerd. Oorzakelijk verband tussen de groei van de kerk en de groei van de school waarbij de groei van de kerk de oorzaak is ligt dus niet voor de hand. Gezien de omstandigheden is het wel te verwachten dat de groei van de school een belangrijke oorzaak is van de groei van de kerk. Aangezien de groei van de kerk de groei van de school min of meer volgt, is een dergelijk verband aannemelijk.

Samenvatting[bewerken | brontekst bewerken]

Kerken gebruiken scholen niet zozeer als evangelisatiemiddel, maar als middel om de mensen te helpen. Het groeien van een kerk wil niet zeggen dat de school dan ook gaat groeien, maar andersom is een oorzakelijk verband wel aannemelijk. De enorme groei van de Evangelische en Pentecostale kerken/pinkstergemeenten in de Dominicaanse Republiek lijkt deels het gevolg van de scholen. De effecten die een school van een kerk op de omgeving heeft zijn groot.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  • World Christian Encyclopedia (David B. Barrett)
  • Operation World (Johnstone & Mandryk)