Naar inhoud springen

Gebruiker:Joep Zander/OVS re klad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Alvast een antwoord op een deel van het genoemde onder punt 1 (overleg ouderverstotingssyndroom) mbt Spruijt. de rest volgt. Een en ander betekent geenszins dat ik nu in discussie ga met iemand die beledigingen aan wikipediacollegaś als instrument ziet om zijn eigen gelijk te krijgen; "Interessante reactie. Maar wat is dan wel de manier? Zou het vanzelf gegaan zijn? Is er een andere, effectievere manier van optreden?¨(Theobald Tiger (overleg) 22 dec 2013 22:38 (CET).)

De opmerkingen over en van Spruijt;

[bewerken | brontekst bewerken]

over de vraag of hij verantwoord wetenschappelijk onderzoek doet.

De vraag dient gesteld te worden of het in het geval van dit genoemde literatuuronderzoek gaat om een verantwoord wetenschappelijk onderzoek. Om een aantal redenen dient daar negatief over te worden geoordeeld.

  • Het onderzoek in kwestie is uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming. In zo'n opdrachtsituatie dient er door een wetenschapper te worden gewaakt voor ongewenste beïnvloeding door de opdrachtgever. Dit is niet gebeurd. In tegendeel. De hele begeleidingsgroep bij dit onderzoek bestond uit medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming. Het onderzoek werd in de krant gerecenseerd door een van de schrijvers (Kormos) zonder te vermelden dat ze medeauteur was en zonder de betrokkenheid van de Raad voor de Kinderbescherming te melden. Het belang van de Raad is dat jarenlang gevoerd beleid niet wordt afgevallen en de organisatie positieve feedback krijgt op verkeerd gedrag.
  • Het literatuuronderzoek gaat selectief om met bronmateriaal.
  • Feiten over ander wetenschappelijk onderzoek worden verdraaid of onjuist weergegeven. Sommige zaken worden ten onrechte als feiten aangeduid.
  • Er is sprake van opmerkelijke persoonlijke rancune tegen andere wetenschappers.. Hij noemt de bedenker van het concept Ouderverstotingssyndroom (Parental Alienation Syndrome) een “hired gun”in de genoemde publicatie.Gezien het eerste punt dat ik hier noemde een opmerkelijke projectie.
  • Vervolgens dient te worden overwogen of het op een redelijke manier is aangetoond dat kinderen last hebben van conflicten tussen ouders. Dit lijkt me in geval van ernstige conflicten onomstreden. Dat een en ander ten koste gaat van schoolresultaten en dergelijke is in het algemeen, maar niet perse in het bijzonder (elk geval is anders) waar.
  • Relevant is vervolgens de vraag hoe deze conflicten kunnen worden voorkomen. Spruijt cs gaan er vanuit dat de oorzaak van het conflict is dat er twee ouders zijn. Een daarvan dient zich daarom zelf buiten spel te zetten of zou daartoe moeten worden gedwongen. In 2003 gaf hij er daarbij de voorkeur aan dat de vader “door het stof” zou gaan. Dit is een voor een wetenschapper opmerkelijk simpele opvatting over het ontstaan en oplossen van conflicten. Je zou met net zo'n gemak kunnen beweren dat stoplichten de oorzaak zijn van verkeersovertredingen om redenen waarvan ze dan maar uit het straatbeeld dienen te verdwijnen.
  • Spruijt heeft in zijn literatuuronderzoek wel gekeken naar lange-termijnproblemen, (ouderverstotingssyndroom). In zijn afweging worden deze echter blijkbaar onvoldoende relevant gevonden. De ernst van de ouderverstotingsproblematiek is inmiddels in nog veel grotere mate aangetoond. Het is een fenomeen waarvoor bijna geen therapeutische oplossingen ter beschikking zijn en de herstelkansen klein zijn. Een en ander gerelateerd aan de ernst van dit verschijnsel in casu. Het verschijnsel is overigens in de Nederlandse jurisprudentie en vakliteratuur inmiddels een vast verschijnsel geworden.
  • Een kind heeft behoefte aan ouders die verantwoordelijkheid nemen voor de zorg en die die verantwoordelijkheid ook wordt gelaten. In een polemiek in het wetenschappelijke tijdschrift Pedagogiek heeft Spruijt geweigerd in te gaan op argumenten inzake het belang van een onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid.
  • Het oplossen en vooral voorkomen van conflicten wordt niet bevorderd door het gelijk stelselmatig te leggen bij diegene die de meeste moeite doet om het conflict in stand te houden. Dit is, vooral voor mensen die het toch al niet erg goed bedoelen simpelweg een premie op slecht gedrag. Het ligt eerder voor de hand dit soort gedrag niet alleen af te wijzen maar negatief te sanctioneren door hoofdverblijf en of gezag te wisselen ( paradoxale toewijzing zie Hoefnagels)

Het verdient aandacht dat Dhr Spruijt opmerkelijk weinig aandacht besteed aan zijn persoonlijke achtergrond als stiefvader. Het zou van wetenschappelijk fatsoen getuigen je eigen positie goed in beeld te brengen om subjectiviteiten te kunnen kaderen en publiekelijk te kunnen verantwoorden. Bijna alle wetenschappelijjk betrokkenen in dit soort zaken hebben een persoonlijke achtergrond die van betrokkenheid getuigt. Dit is bijna onvermijdelijk. Het geldt in ieder geval tevens voor de auteur van dit rapport die daartoe in de voetnoten verwijst naar zijn eigen website. Gebrek aan betrokkenheid is geen goede uitgangspositie voor een wetenschapper, betrokkenheid zonder daar transparant mee om te gaan of deze betrokkenheid te ontkennen is regelrecht een zwaktebod. Ideaal is een goede en intersubjectieve benadering van eigen betrokkenheid zeker in dit soort kwesties.

In casu dhr Spruijt valt in ieder geval op dat zijn standpunten als stiefvader ook voortdurend conform de belangen van stiefvaders in het algemeen zijn, maar dat hij zich in deze publiekelijk weinig verantwoord. In ieder geval niet in genoemde studie.joep zander (overleg) 15 jan 2014 16:31 (CET)


Betrokkenheid

[bewerken | brontekst bewerken]

Al zolang ik boeken en artikelen schrijf over het verschijnsel oudervervreemding en ouderverstoting wordt ik geconfronteerd met mensen die vinden dat ik teveel betrokken ben om hierover te schrijven. Daarop heb ik tot nu toe de volgende antwoorden gegeven:

- Bijna iedereen in de westerse wereld is betrokken

- betrokkenheid is nodig, blijkbaar nodig om hier mee bezig te kunnen gaan. Zelf formuleerde ik het eerder zo:

“Het is een feit dat in kwesties die samenhangen met scheidingen en kinderen bijna iedereen betrokken is. Wel is er een groot aantal betrokkenen die dóén of ze er persoonlijk niets mee te maken hebben, en er ondertussen een maatschappelijke en politieke praktijk op nahouden die vooral de ontkenning van hun eigen geschiedenis dient. Als je zélf wat hebt meegemaakt is er reden om voorzichtig te zijn met bruuske algemene uitspraken erover. Als je niets hebt meegemaakt is het moeilijk tot inzicht te komen. Als je dóét of je niets hebt meegemaakt is het onmogelijk om tot inzicht te komen.1”


De afhankelijkheid, bij ten onrechte veronderstelde onafhankelijkheid, van veel onderzoekers in dit onderzoeksgebied leidde, zelfs bij zogenaamd strikt gereguleerd onderzoek, tot uitermate subjectieve waarneming en stellingname2.


Een pleidooi voor persoonlijke betrokkenheid is te vinden bij Doets.3 Boglden en Biklen4 zijn daar wat terughoudender in hoewel ze dit wel weer relativeren voor ervaren onderzoekers (en daar schaar ik mij dan maar onder5)


De ene kant van het dilemma is in feite de geloofwaardigheid. De andere kant is de kracht die vanuit betrokkenheid kan worden ontwikkeld. Betrokkenheid maakte dat ik me met dit probleem ging bezighouden, betrokkenheid leidt tot verbindingen die anders (blijkbaar) onmogelijk zouden zijn. Misschien is zelfs de betrokkenheid van mij als vader op zich van belang voor het helingsproces van de volwassen kinderen. In ieder geval ben ik daardoor mede gemotiveerd om gesprekken met vaders, moeders en (volwassen-) kinderen op te pakken en ze met succes verder te helpen. Inmiddels bracht ik daarmee het probleem beter in kaart en vervult mijn werk nog steeds een belangrijke positie temidden van het overige onderzoek over ouderverstotingssyndroom en loyaliteitsmisbruik.


Waar in exploratief onderzoek vaak wordt gesproken van ‘role-taking’ , je kunnen verplaatsen in de positie van een individu of groep, ga ik voor de mogelijkheid van partiële rol-sharing of counter-role-taking.


Het is voor een buitenstaander in de negentiende eeuw net zo moeilijk om fundamenteel inzicht te krijgen in het wezen van armoede of een antropoloog inzicht in het wezen van de samenleving op Samoa (Mead) als hij zij er niet aan zouden deelnemen. Maar met name ook van de laatste weten we dat naïeve betrokkenheid tot fouten kan leiden.


Betrokkenheid lijkt noodzakelijk om dit onderwerp te kunnen onderzoeken. Ik wil dit dilemma vooral te lijf gaan door op een goede manier mijn eigen betrokkenheid te expliciteren en in kaart te brengen. In zekere zin zou ik zelf naast onderzoeker ook onderzochte moeten zijn. Ik zal me er nog over bezinnen hoe dit deel van het (zelf)onderzoek het beste moet/kan worden vormgegeven.

Ik heb overigens een dergelijk zelfonderzoek (mijn eigen socialisatie als welzijnswerker) eerder gedaan als aanloop naar mijn skriptie mo-b pedagogiek. Mogelijk overbrug ik hiermee het gat tussen de wat neerbuigende annotatie van het woord ervaringsdeskundigheid en het begrip wetenschappelijk deskundigheid.


Voor de gangbare wetenschap in dit onderzoeksgebied kan een en ander een bedreigende benadering zijn, wat ook zal blijken uit een aantal voorbeelden die ik hieronder zal geven. 1Joep Zander, in Verpasseerd Ouderschap inleiding Deventer 2009 blz 13 2Joep Zander, Vaderschap een wetenschappelijk probleem; in Gemist Vaderschap Deventer 2006 blz 113 ev 3Jos Cornelissen, Cees Doets; aktieonderzoek Universiteit Utrecht 1974 22 ev zie met name ook de ontwijkingsreacties op pag 23 4Bogdan, R. C & Biklen, S. K. Qualitative Research for Education: An introduction to Theories and. Methods 2003 blz 59 5Joep Zander; Jongerensentrumstrijd, jouw jeugdbeleid, historiese en maatschappelijke analyse, aktieonderzoek; Apeldoorn 1976 Waar in onderzoek vaak wordt gesproken van ‘role-taking’ , je kunnen verplaatsen in de positie van een individu of groep, ga ik voor de mogelijkheid van partiele rol-sharing of counter-role-taking.

over de vertaling

[bewerken | brontekst bewerken]
(stond wat over in het artikel maar is blijkbaar weggehaald; niet door mij)


Parental Aliënation Syndrome

ALIENATION te vertalen als vervreemding of verstoting?

Iedere vertaler weet dat men een woord moet vertalen maar naar de betekenis. Men ga tot de inhoud van een gegeven en vrage zich af hoe de schrijver dat zou hebben aangeduid als hij de rijke Nederlandse taal gebruikt had.

Het Nederlandse woord vervreemding houdt passiviteit in. In de meeste gevallen vervreemden mensen van elkaar zonder ruzie, boos opzet of een wilsbesluit kortom zonder een gestuurd proces. Het gebeurt de hele tijd: kennissen of familieleden zoeken elkaar niet meer op, groeien uit elkaar, vervreemden van elkaar.

En dat is net het tegendeel van wat Gardner hier bedoelt. Hij hamert er nu juist op (zie Gardner Richard M., Parental Aliënation Syndrome, 2de uitgave, 1998, blz. 73-74) dat hij PAS definieert als een actief proces, zelfs in dubbele zin: actief vanuit het kind maar in het kind weer opgeroepen door actieve invloeden van buitenaf.

Aliënation is een van die -uiteindelijk uit het Latijn afkomstige -abstracta die een breed gamma van betekenissen kunnen omvatten. Een taal als het Frans wemelt ervan en was dan ook eeuwenlang het voertuig van de diplomatie: vol mooie 'koepeltermen' waarbinnen men uiteenlopende posities toch nog kan omvatten. Het Nederlands is door zijn aard minder abstract maar preciezer. Dat vraagt ook om scherpere keuzes bij het maken van een vertaling.

Blijkbaar betekent aliënation in Gardners denken: verstoting als een uiterste vorm van vervreemding'. Het gewone repellent (Eng.) is afstotend in passieve zin (afkeer oproepend door b.v. een verwaarloosd uiterlijk). Dat zit ook in repulsion (Eng.) dat voorts gebruikt wordt in onpersoonlijke zin (mechanica, elektro- magnetisme enz.)

Om dit alles is bewust gekozen voor de vertaling ouderverstotingssyndroom.

Rob van Altena 20 jaar vertaler bij de Courrier de l'Unesco en mede schrijver van Het ouderverstotingssyndroom in de Nederlandse context.

Opmerkingen van Joep Zander bij deze verantwoording Ik ben het volledig eens met de verantwoording van deze vertaling. Ik wil nog opmerken dat in het Duits in de regel wordt gesproken over “Verfremdung” maar dat dit begrip niet parallel loopt met het Nederlandse Vervreemding omdat het Duits hier een actievere connotatie bij heeft. Daarom zijn er in het Duits ook twee woorden “Verfremdung” en “Entfremdung” (passief). Overigens is er in de USA ook een discussie die de term alienation minder wil gebruiken, en meer de term "estrangement". Het gaat hier om een discussie mbt een inhoudelijk verschil. Juist dit maakt duidelijk dat het om twee verschillende begrippen gaat met te onderscheiden inhouden.

Joep Zander is eindredacteur van genoemd boek en schrijver van het boek "Moeder-Kind-Vader; een drieluik over ouderverstoting"

Met het ouderverstotingssyndroom samenhangende overige begrippen:

Ouderverstoting (vaderverstoting, moederverstoting): Het verstoten van de ouder, met dan wel zonder reden. onder dit begrip kan ook het aanduiden van de geestelijke afwijking vallen zonder te kiezen voor het woord syndroom (zie bijvoorbeeld Van Gijseghem). Echter zal bij elke definitie van de geestelijke afwijking wel moeten worden aangegeven dat het niet gaat om een "redelijke" verstoting Op de website ouderverstoting.nl wordt tevens gesproken van primaire en secundaire verstoting (door ouder, door kind). Oudervervreemding( vadervervreemding, moedervervreemding): Het op afstand geraken van een of beide ouders. Let op het Engelse begrip Parental Alienation wordt meestal gedefinieerd als een verstoting door een ouder van de andere ouder en moet dus vertaald worden met ouderlijke vervreemding. In het Nederlands is dit te vertalen met loyaliteitsmisbruik. Parental Alienation, loyaliteitsmisbruik, is dus dan een causale factor bij het ontstaan van PAS (Ouderverstotingssyndroom). Het begrip Parental Alienation wordt ook gebruikt om afstand te nemen van de PAS-definitie van Gardner en zijn theorie. Loyaliteitsmisbruik: Het misdrijf dat tot het ouderverstotingssyndroom leidt. (Engels: Parental Alienation)

Opmerking: per saldo blijkt het Nederlands effectiever om de hier genoemde begrippen te beschrijven dan het Engels. Waar in het Engels dezelfde begrippen voor verschillende betekenissen worden gebruikt, hebben we in het Nederlands de beschikking over een gedifferrentieerd begrippenapparaat. Bij de vertaling en het gebruik van de begrippen dient daar wel echter de nodige voorzichtigheid te worden betracht.